De 2e Koude Oorlog is begonnen. Je hoort het steeds vaker en de chipoorlog levert er elke maand nieuw bewijs voor aan. Exportregels die worden aangescherpt, dan weer versoepeld, magneten die niet meer het land uit mogen, een Nederlands chipbedrijf dat in Peking tot inzet van een conflict wordt. Ik krijg er bij lezingen steeds vaker vragen over en bijna altijd eindigen ze op dezelfde plek: als wij het niet doen, doet China het. Maar klopt het China argument wel? De cijfers laten echt iets anders zien.
Het Australische ASPI houdt bij welk land vooroploopt in hoogwaardig onderzoek per kritieke technologie. Tussen 2003 en 2007 leidde Amerika in 60 van de 64 gemeten gebieden, China in 3. In de nieuwste meting staat China 1e in 66 van de 74 gebieden.
Twee cijfers om dat te voelen. In 2000 bouwde China minder dan 5% van alle schepen ter wereld, nu meer dan 53%, terwijl de Amerikaanse scheepsbouw is weggezakt naar praktisch 0. De Amerikaanse luchtvaartautoriteit mat via verplichte identificatiesignalen welke drones er boven Amerika vliegen: ongeveer 96 % was van DJI, een bedrijf uit het Chinese Shenzhen dat in Amerikaanse overheidsprogramma’s verboden is. Het verbod veranderde niets aan wie er in de lucht hangt.
Daar komt bij dat afhankelijkheid twee kanten op werkt. China maakt ongeveer 94 % van de magneten die elke elektromotor, windturbine en straaljager nodig heeft. Toen Peking vorig jaar vergunningen ging eisen, zakte de export daarvan binnen 2 maanden met 75%.
De race die we wel hebben uitgeroepen
Al die posities veroverde China op terreinen waar niemand riep dat het een race was. Op precies een terrein deden we wel wat het China-argument voorschrijft: maximaal versnellen, maximaal afsnijden. Dat terrein is AI. Dat horen we ook steeds vaker terug als we juist de AI ontwikkelingen proberen in te dammen; maar China rent ons dan voorbij!
Ook op dat vlak gaan de ontwikkelingen trouwens erg snel. In mei 2023 lag het beste Amerikaanse model nog 17-30% voor op het beste Chinese model. Afgelopen maart was dat 2.7%. Amerikaanse investeerders staken vorig jaar $285 miljard in AI, tegenover 12.4 miljard in China…. 23x zoveel geld voor een voorsprong van nog geen 3%.
Wie heeft er belang bij het frame
De luidste pleitbezorgers van het verhaal over een beslissende voorsprong zijn de AI-labs en hun investeerders, met een direct belang bij lichtere regels rondom hun eigen AI plus overheidssteun. In de Koude Oorlog hadden we de bommenwerperkloof en de rakettenkloof, allebei fors overdreven, allebei gevolgd door belastinggeld dat belandde bij wie de kloof had gemeld. Amerikaanse cloudreuzen geven dit jaar ruwweg $725 miljard uit aan AI-infrastructuur, grotendeels geleend.
Het bijbehorende argument dat we niet kunnen reguleren omdat China dan wint, gaat bovendien makkelijk onderuit. China reguleert AI sinds 2021, met verplichte veiligheidstoetsen voordat een model publiek mag. Eind vorig jaar stonden er ruim 700 modellen geregistreerd. Het land dat het excuus vormt… doet het al.
En moeten we dan alles bij Amerika laten
Toen Den Haag de Chinese eigenaar van chipbedrijf Nexperia op afstand zette, legde Peking een exportverbod op. Binnen enkele dagen zaten Europese autofabrieken zonder de ruim vijftig miljard eenvoudige chips per jaar uit de Chinese fabrieken. Zonder die onooglijke dingetjes rijdt er geen auto de poort uit. Wie zegt dat we ons achter Washington moeten scharen om Peking voor te blijven, moet uitleggen waarom afhankelijkheid van de ene supermacht veiliger is dan van de andere. Allebei hebben ze laten zien dat ze de kraan dichtdraaien wanneer het uitkomt.
Waar dit mij brengt
De wedloop is niet verzonnen. We hebben hem in mijn optiek verkeerd opgeschreven. Amerika sprint naar een drempel, in de overtuiging dat wie daar het eerst is voorgoed wint. China bouwt intussen de fabrieken, de netten, de mijnen en de standaarden die bepalen hoe de rest van de wereld deze technologie de komende dertig jaar gebruikt.
Op de terreinen waar niemand een race uitriep, is dat land wereldleider geworden. Op het ene terrein waar we alles uit de kast trokken, kromp de voorsprong tot niets. Dat bewijst niet dat versnellen zinloos is. Het bewijst wel dat versnellen het probleem waarvoor het werd ingezet niet heeft opgelost. En dan de hamvraag… wat bouwen wij in Europa in de tussentijd dat van onszelf is?
Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker, dagvoorzitter en adviseur maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.
Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.
Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.