Dit is misschien minder spectaculair dan alle grote beloften die je nu hoort, maar wel veel interessanter. MIT-econoom David Autor en anderen laten al langer zien dat AI de leercurve kan verkorten. Mensen worden sneller productief, pakken nieuwe taken sneller op en komen eerder op een degelijk niveau. Dat is enorm waardevol, zeker in organisaties waar de druk hoog is en de hoeveelheid werk alleen maar toeneemt.
Maar precies daar gaat het denken in mijn optiek vaak mis. Want sneller beter worden is nog iets anders dan expert worden. Een recente studie van onderzoekers van Stanford University en Harvard University maakt dat heel mooi zichtbaar. In hun experiment bleken mensen uit aangrenzende rollen, zoals marketeers, met AI ineens bijna op het niveau van specialisten te kunnen presteren.
Dat is indrukwekkend en laat zien hoeveel kracht er in deze technologie zit. Tegelijk werd ook iets anders pijnlijk duidelijk: zodra mensen te ver van een vakgebied afstaan, helpt AI veel minder dan gehoopt. Je krijgt dan wel output, maar nog geen echt oordeel. Nog geen scherpte. Nog geen gevoel voor kwaliteit.
Precies daar zit wat mij betreft de echte les voor leiders en organisaties. AI vervangt expertise niet zomaar, maar kan expertise wel enorm versterken, versnellen en verbreden. Vooral bij mensen die al genoeg context hebben om te zien of iets klopt, wat eraan ontbreekt en hoe het beter kan. Daar zit de winst.
De vraag is dus niet alleen of AI werk kan overnemen. De belangrijkere vraag is: wie in je organisatie kan AI-uitkomsten echt beoordelen, aanscherpen en vertalen naar kwaliteit?
Wie AI ziet nog steeds ziet als vervanger van vakmanschap, onderschat wat expertise in mijn optiek werkelijk is. Wie AI ziet als versneller van mensen die al dicht bij de inhoud zitten, begrijpt veel beter waar de echte waarde ontstaat.