Begin dit jaar stond ik in een museum te genieten van een doek van Rubens. Een van die enorme, bruisende werken waar je minutenlang naar kunt blijven kijken. Wat veel mensen niet weten, is dat zo’n meesterwerk vaak maar half door de meester zelf is geschilderd. In zijn atelier stonden leerlingen die een groot deel van het werk deden, terwijl Rubens de laatste toetsen aanbracht en zijn naam eronder zette. Niemand die het gek vond. Toch hield men de omvang van die hulp het liefst een beetje stil.
Mensen schamen zich al eeuwen voor de hulp achter hun werk. Ik ook nog soms. We koesteren het beeld van het eenzame genie dat alles zelf bedacht en we laten de assistenten, de ghostwriters en de secretaresses graag buiten beeld. Diep van binnen geloven we dat werk pas echt iets waard is als het ons moeite heeft gekost, en dat je pas knap bent als je het in je eentje deed.
AI is simpelweg het nieuwste, meest ongemakkelijke hoofdstuk van dat oude verhaal. Daarom verbergen zoveel mensen dat ze het gebruiken. Uit een groot internationaal onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de werkenden hun AI-gebruik stilhoudt en het werk van een machine presenteert als hun eigen werk. We denken al snel dat zulke schaamte nergens op slaat.
Onderzoekers van Duke University ontdekten dat ze juist heel terecht is. Wie toegeeft hulp van AI te krijgen, wordt door anderen gezien als luier en minder competent dan iemand die exact dezelfde hulp van een collega kreeg. De schaamte is dus geen onzin. Ze is een logische reactie op een echte sociale straf.
Hier wordt het interessant voor leiders, want diezelfde onderzoekers zagen die straf volledig verdwijnen zodra de leidinggevende zelf openlijk AI gebruikte. Wat de baas durft te laten zien, wordt veilig voor de rest. Het krachtigste wat je dus kunt doen is niet een nieuwe richtlijn opstellen, maar hardop vertellen waar AI jou hielp en waar het er compleet naast zat. Schaamte verdwijnt niet door meer urgentie. Ze verdwijnt op het moment dat iemand vooraan durft te zeggen dat ook hij het niet alleen doet.
Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.
Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.
Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.