Stel je voor, de duurste software ter wereld wordt van de ene op de andere dag gratis en blijkt ook nog eens net zo goed. Precies dat gebeurde vorige week, toen een Chinees techbedrijf zomaar een AI-model de wereld in stuurde dat nauwelijks onderdeed voor de peperdure Amerikaanse toppers. De meeste stukken die daarover verschenen, behandelden het als een incident. Weer een nieuw model, weer een concurrent erbij. Dat is precies waarom ze in mijn optiek het grootste deel van het verhaal missen. Wat hier gebeurt gaat niet over één model, het gaat over hoe China de afgelopen twee jaar geduldig terrein heeft gewonnen, over een aanname in Silicon Valley die nu voor het eerst hoorbaar begint te kraken en een heel interessante geopolitieke strijd.
Waar Amerikaanse bedrijven hun beste modellen achter een betaalmuur houden, zet China alles wagenwijd open. Iedereen mag de bouwtekening downloaden, aanpassen en er zelf mee verder bouwen, zonder licentie of abonnement. Het effect daarvan is inmiddels meetbaar. Vorig jaar downloadden mensen wereldwijd voor het eerst meer Chinese dan Amerikaanse modellen, ruim 17 tegen bijna 16 procent van alle downloads. Een jaar eerder was zoiets nog ondenkbaar; de dominantie van Amerikaanse techbedrijven op dit gebied leek een gegeven.
De prijs speelt daarin een duidelijke hoofdrol. Chinese modellen draaien vaak op een kwart tot een zesde van de kosten van vergelijkbare Amerikaanse systemen en bij sommige aanbieders lig je zelfs honderden keren goedkoper uit voor ongeveer dezelfde prestatie. Voor bedrijven die dagelijks duizenden AI-vragen afvuren telt dat verschil enorm en dat verklaart waarom ook westerse bedrijven in stilte overstappen, zonder dat ergens groot aan te kondigen. Niemand hangt een spandoek op als het inkoopteam overstapt naar een goedkopere leverancier.
Extra bijzonder vind ik dit allemaal gebeurt ondanks jarenlange Amerikaanse pogingen om China af te snijden van de allerbeste computerchips, chips die onmisbaar zijn om zulke modellen te trainen. Chinese bedrijven wijken noodgedwongen uit naar mindere binnenlandse chips en halen daar toch verrassend krachtige modellen uit. Precies hetzelfde patroon zagen we al eerder bij Chinese smartphones. Ook daar blokkeerden sancties de toegang tot de nieuwste chips, en ook daar kwamen fabrikanten alsnog met telefoons die niemand voor mogelijk had gehouden. Restricties blijken in de praktijk vooral een vertraging te zijn, geen blokkade.
Je moet het denk ik niet alleen zien als een verhaal over concurrentie, maar als een aanval op een aanname. De torenhoge waarderingen van Amerikaanse AI-bedrijven rusten namelijk op het idee dat intelligentie schaars is en dus duur mag zijn. Dat is de fundering onder elke investeringsronde en elke koers-winstverhouding in de sector. Maakt China diezelfde intelligentie gratis en overal beschikbaar, dan ondermijnt dat niet zomaar de omzet van één bedrijf, het ondermijnt de aanname waarop de waardering van een hele sector is gebouwd. Dat is een fundamenteel ander soort dreiging dan een concurrent die hetzelfde product iets goedkoper aanbiedt, het is een aanval op het businessmodel zelf.
Daar wordt het in mijn optiek pas echt interessant. Want er zit een wrange, bijna ironische laag onder. De Amerikaanse chiprestricties waren bedoeld om China te vertragen, maar ze hebben mogelijk precies de dreiging aangewakkerd waar men nu bang voor is. Een bedrijf met onbeperkte toegang tot de snelste chips heeft geen enkele prikkel om zuiniger of slimmer te trainen; het gooit gewoon meer rekenkracht tegen het probleem aan. Een bedrijf dat noodgedwongen met mindere chips moet werken, heeft die prikkel wel en wordt gedwongen om creatiever met minder middelen om te gaan. Dat is exact wat er destijds met de smartphones gebeurde… en het lijkt zich nu te herhalen met AI-modellen. Amerika heeft met zijn eigen restricties dus misschien onbedoeld bijgedragen aan de efficiëntie die het vandaag de dag probeert tegen te houden.
Het gaat er dus in mijn optiek niet meer om wie op dit moment het beste model heeft, want dat verandert waarschijnlijk binnen een paar maanden alweer. De vraag is wie over vijf jaar de fundamenten heeft gelegd waarop de rest van de wereld noodgedwongen voortbouwt. En of Amerika zichzelf, met de beste bedoelingen, ondertussen zelf in de weg heeft gezeten. Wie de standaard bepaalt, bepaalt op termijn ook de spelregels, zoals eerder een computer besturingssysteem of een sociaal netwerk dat deed. Amerika verkoopt intelligentie nog altijd per stuk, China verspreidt het inmiddels als infrastructuur… en infrastructuur draai je nu eenmaal een stuk moeilijker terug dan een abonnement.
Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.
Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.
Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.