Je slimste collega is geen mens (meer)

Je slimste collega is geen mens (meer)

Je kent ze wel: die slimste collega die altijd snacks meeneemt naar vergaderingen en precies weet wanneer jij even vastloopt. Maar wat als ik je vertel dat jouw meest waardevolle teamgenoot straks géén mens is… maar een AI?

Volgens een nieuwe studie van Harvard en Procter & Gamble is AI niet zomaar een slimme tool, maar een échte cybernetic teammate – een digitale collega die meedenkt, meehelpt én je gelukkiger maakt op je werk. Wacht, wat?

776 professionals deden mee aan een grootschalig experiment. Sommigen werkten alleen, anderen in duo’s. En de helft kreeg toegang tot ChatGPT-4 of GPT-4o. De resultaten? Iemand die alleen werkt mét AI presteert net zo goed als een team van twee zonder AI. Een team mét AI levert vaker top-oplossingen, werkt sneller, en schrijft méér én beter. En misschien nog verrassender: mensen voelden zich blijer, energieker én minder gestrest als ze AI gebruikten. Ja, echt.

Zonder AI bleven specialisten keurig in hun hokje: de R&D’er dacht technisch, de marketeer dacht commercieel. Maar met AI? Kregen ze ineens ideeën buiten hun eigen vakgebied. Het is alsof AI je helpt om ‘even iemand anders te zijn’ – met een bredere blik. Zelfs mensen met minder ervaring presteerden op het niveau van senior collega’s. AI maakte van ‘de junior’ ineens een expert-in-wording. En dat zorgt voor iets bijzonders: meer gelijkheid, meer samenwerking, en méér kansen.

Er zit wel een maar aan dit mooie verhaal. Want als je AI alleen gebruikt om je werk over te nemen – zonder zelf nog na te denken – dan verslapt je kritisch vermogen. Onderzoeken tonen dat wie té afhankelijk wordt van AI, minder creatief én minder scherp wordt. Dus: gebruik AI niet als kruk, maar als sparringpartner. Stel vragen, denk mee, daag het uit. Dan word jij er ook écht slimmer van.

De grote les? AI verandert niet alleen wat we doen op werk, maar hoe we samenwerken. Het is geen spreadsheet 2.0, het is een slimste collega 2.0. Een cyber-collega die niet klaagt, niet luncht, maar wél helpt om beter werk te leveren. Dus de volgende keer dat je denkt: “Kan AI dit voor me doen?” Vraag jezelf dan af: “Kan AI dit samen met mij doen?” Want misschien zit je beste collega straks… in je laptop.

5x AI als coach | zo gebruik ik ChatGPT als spiegel, tegenspeler én sparringpartner

5x AI als coach | zo gebruik ik ChatGPT als spiegel, tegenspeler én sparringpartner

Weet je wat ik het leukste vind aan AI? Dat het niet alleen slim is, maar ook verrassend goed kan coachen. Geen zweverige praat, gewoon slimme vragen, creatieve ideeën en eerlijke feedback, 24/7. Vijf voorbeelden:

5x AI als coach

1. De Reflectieve Spiegel

Aan het eind van de dag gebruik ik AI vaak als een soort digitale spiegel. Dan vraag ik bijvoorbeeld: ‘Stel me drie goede vragen om te reflecteren op mijn werkdag’, of ‘Help me begrijpen waarom ik zo heftig reageerde tijdens dat overleg.’ De antwoorden zijn vaak raak. AI stelt vragen zoals: ‘Wat had je nodig op dat moment, maar kreeg je niet?’ of ‘Wat zou je tegen een vriend zeggen in dezelfde situatie?’ Zo kom ik tot inzichten waar ik anders nooit bij stil zou staan. Even stilstaan. Even graven. En soms kom je tot iets wat echt blijft hangen.

2. De Creatieve Vonk

Als ik vastloop in een idee, een presentatie, een strategie, dan roep ik de Creatieve Vonk erbij. Stel: ik wil iets uitleggen maar het blijft saai klinken. Dan vraag ik: ‘Bedenk 10 ongewone manieren om dit onderwerp uit te leggen aan een kind van 8,’ of ‘Hoe zou een kunstenaar dit aanpakken?’ Wat eruit komt is vaak verrassend — van kinderboek-metaforen tot compleet andere invalshoeken. En eerlijk? Meer dan eens zat daar het begin van een briljant idee tussen.

3. De Gesprekssimulator

Dit is misschien wel mijn favoriet als ik me moet voorbereiden op een lastig gesprek. Bijvoorbeeld als ik een collega moet aanspreken op gemiste deadlines. Dan zeg ik tegen AI: ‘Speel die collega en reageer defensief op mijn feedback.’ Vervolgens ga ik het gesprek aan en reageert AI realistisch — met tegenwerpingen, ontwijkend gedrag, soms zelfs emotioneel. Daarna vraag ik simpelweg: ‘Wat had ik beter kunnen doen?’ en krijg ik directe, concrete feedback. Het is oefenen met impact, zonder risico.

4. De Tegendenker

Soms ben ik zó enthousiast over een nieuw idee, dat ik vergeet kritisch te kijken. Dan gebruik ik AI als tegenspeler. Ik zeg bijvoorbeeld: ‘Speel de advocaat van de duivel. Waarom is dit een slecht idee?’ Of: ‘Welke drie dingen kunnen hier volledig misgaan?’ Binnen seconden krijg ik scherpe tegenargumenten terug die me dwingen om mijn plan beter te onderbouwen. Niet altijd leuk, wél heel effectief. Vooral als je jezelf serieus wilt uitdagen.

5. De Impro-Coach

Wil je leren improviseren, beter reageren onder druk, of creatiever worden in hoe je jezelf presenteert? Dan is dit de leukste van allemaal. Ik gebruik AI dan als speelse partner. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Daag me uit met een storytelling-oefening waarin ik een mop moet vertellen alsof ik een nieuwslezer ben,’ of ‘Stel me onverwachte vragen alsof ik live word geïnterviewd.’ Je komt in situaties waar je niet op voorbereid bent — en dat is precies het punt. Het scherpt je denken en maakt je losser in je spreken.

Dus… is AI een vervanger van een echte coach? Nee. Maar het is wél een waanzinnig goede aanvulling. Deze vijf types – van spiegel tot tegenspeler – helpen mij dagelijks groeien, denken, oefenen en verrassen. En het mooiste is: jij kunt dit ook. Gewoon, met een paar slimme vragen op het juiste moment. In een tool als ChatGPT of Gemini, die je gratis kan gebruiken, zonder zelfs een account aan te maken.

The Battle for AI Supremacy: Manus as China’s Boldest Move Yet?

The Battle for AI Supremacy: Manus as China’s Boldest Move Yet?

The race for AI dominance is starting to look more and more like a digital Cold War between the US and China. While the US has long led the way with companies like OpenAI and Google, China is now making serious moves to close the gap. Earlier this year, the launch of DeepSeek already shook up the sector—and now there’s Manus: an AI agent that not only responds to commands but can also perform tasks independently. I finally got the chance to test this tool and share my experience in this new article.

These days, we’re seeing weekly updates from major AI platforms. Faster, smarter, with improved reasoning and source referencing. I previously wrote about my mixed experiences with AI agents like GPT Operator and DeepSeek. More recently, I saw countless intriguing use cases pop up featuring the new Chinese AI-hype: Manus. In my view, Manus is no longer just a chatbot—it’s an AI that can think, plan, and execute without constant human supervision.

Manus positions itself as a direct challenger to OpenAI’s Operator and DeepResearch. Some have even called its launch a “second DeepSeek moment,” not just because of its sharp user pricing but also due to the quality of its output. But is this really the next big breakthrough—or just smart marketing?

Jack-of-all-Manus

Manus is an AI agent developed by the Chinese company Butterfly Effect. What sets the tool apart is its so-called multi-agent architecture. Instead of one AI model trying to do everything, Manus uses a combination of specialized sub-agents. This allows tasks to be split and handled more efficiently.

In theory, Manus could plan an entire trip: search for flights, book hotels, compare prices, and even create a travel itinerary. Or assist a recruiter by analyzing résumés, ranking candidates, and drafting interview questions. This is a fundamentally different approach from classic chatbots like ChatGPT, which still require human supervision to complete most tasks accurately.

Much like DeepSeek—proving that high-quality AI models can be built with a fraction of Western budgets—Manus aims to make a similar impact in the AI-agent category. Which, in my view, is still the biggest AI trend of the year.

Why the Hype Around Manus?

Manus isn’t just technologically interesting—it’s also a marketing masterpiece. The first demo videos went viral instantly, showing off an AI that could independently manage complex tasks.

It struck a chord: within days, the Manus community grew to over 180,000 members on Discord, with invite codes selling online for thousands of dollars.

That exclusivity—invite-only access—helped build the hype even more. Just like with DeepSeek, it created the impression that Manus was a gamechanger, available only to a select few. On top of that, the geopolitical rivalry between China and the US plays a strong role. Many Chinese users see Manus as a symbol of technological independence and a direct response to OpenAI and Google.

But the real question remains: does it actually work, and does it deliver on its promises?

Three Types of Tests with Manus

To test the promises of Manus, I put the platform through three real-world tasks I’m currently working on.

1. Booking a Vacation

I’m planning to go hiking in Iceland this June. But I have some specific preferences: a different hike each day, specific flights, a certain type of lodging, and side activities like spa visits. Manus was able to find flights and list some good hotels, but couldn’t complete the bookings. It also missed key details like baggage fees for my hiking gear.

2. Creating a Marketing Campaign

For one of my businesses, I asked Manus to set up a complete social media strategy, including ads and audience analysis. The results were surprisingly impressive: Manus analyzed competitors, created a posting schedule, and even generated ad copy. But after a review, some suggestions turned out to be unrealistic or based on outdated data. Bummer!

3. Automating a Recruitment Process

For a large event I’m organizing, I wanted Manus to help select from volunteers who submitted applications. While the AI gave solid suggestions, a deeper look revealed that some rejections were unfair. The system struggled with nuance in work experience and favored keyword-heavy résumés over actual qualifications.

Execution Falls Short

Manus is great at structuring and planning tasks efficiently, but in my opinion, its execution still leaves much to be desired. It’s not a fully autonomous AI, but more like a clever assistant that can take over parts of tasks—but still needs human oversight.

The tool struggles with reliability. On various forums and group chats, I saw users reporting that the AI would get stuck in infinite loops or generate incorrect information. This is a major issue for applications where precision matters—such as financial analysis for crypto trading.

Speed is another weak point. While OpenAI’s DeepResearch completes tasks in seconds, Manus often takes minutes. I tested this a few times, and for more complex tasks, it took quite a while to generate a usable result.

There’s also a lack of transparency. Butterfly Effect gives little detail on how the AI actually works. It’s not a fully new tool either, but a so-called “wrapper” built on existing models like Anthropic’s Claude and Alibaba’s Qwen. How much of it is truly innovative remains unclear.

And then there’s the issue of privacy and security. Just like with DeepSeek, Manus raises concerns about data protection. Western companies will likely be hesitant to grant a Chinese AI access to sensitive business information—especially given China’s strict regulations on data collection and state control. Not to mention the recent backlash surrounding DeepSeek.

Will We Keep Hearing About Manus?

Manus AI has the potential to usher in a new era of autonomous AI agents—but it’s not quite there yet. The technology is promising, but far from flawless. It feels like a rough diamond that still needs a lot of polishing before it can truly compete with established players.

If Butterfly Effect improves its infrastructure, increases reliability, and becomes more transparent about how Manus works, it could become a serious contender in the AI race—especially at its current price point. Also because it’s far easier to use than GPT’s Operator. Until then, Manus remains a fascinating experiment—with tons of potential, but also plenty of work to be done.

Manus: een marketingmeesterwerk, maakt deze nieuwe AI-tool het waar?

Manus: een marketingmeesterwerk, maakt deze nieuwe AI-tool het waar?

De strijd om AI-hegemonie lijkt steeds meer op een digitale Koude Oorlog tussen de VS en China. Waar de Amerikanen jarenlang een voorsprong hadden met bedrijven als OpenAI en Google, zet China nu grote stappen om deze achterstand in te halen. De lancering van DeepSeek eerder dit jaar schudde de sector al op, en nu is er Manus – een AI-agent die niet alleen reageert op commando’s, maar zelfstandig taken uitvoert. Ik heb eindelijk de kans gekregen om deze tool te testen en deel mijn ervaringen in dit nieuwe artikel.

We zien inmiddels wekelijks wel updates van de bekende platformen voorbijkomen. Sneller, slimmer, maar ook betere redenatie en bronvermelding. Eerder schreef ik hier al over mijn gemengde ervaringen met zowel AI agentsGPT Operator als DeepSeek. Nu zag ik de afgelopen tijd onwijs veel interessante use cases voorbij komen van de nieuwe Chinese AI-hype Manus. Manus is in mijn optiek geen eenvoudige chatbot meer, maar een AI die kan nadenken, plannen en uitvoeren zonder constante menselijke begeleiding.

Manus positioneert zichzelf ook als een directe uitdager van OpenAI’s Operator en DeepResearch. De introductie werd door sommigen al een ‘tweede DeepSeek-moment’ genoemd. Niet alleen door de scherpe kostprijs voor gebruikers, maar ook de kwaliteit van de output. Maar is dit echt de volgende grote doorbraak, of vooral een slimme marketingcampagne?

Multi-manusje van alles

Manus is een AI-agent en ontwikkeld door het Chinese bedrijf Butterfly Effect. De AI-tool onderscheidt zich door zijn zogenaamde ‘multi-agent architectuur’. In plaats van één AI-model dat alles probeert te doen, gebruikt Manus een combinatie van verschillende gespecialiseerde sub-agents. Dit maakt het mogelijk om taken op te splitsen en efficiënter te verwerken.

In theorie zou Manus een volledige reis kunnen plannen: het zoekt vluchten, boekt een hotel, vergelijkt prijzen en stelt zelfs een reisschema op. Of het helpt een recruiter door cv’s te analyseren, kandidaten te rangschikken en zelfs sollicitatievragen op te stellen. Dit is een fundamenteel andere aanpak dan klassieke chatbots zoals ChatGPT, die altijd menselijke begeleiding nodig hebben om een taak correct af te ronden.

Vergelijkbaar met DeepSeek, dat bewees dat hoogwaardige AI-modellen ook met een fractie van de westerse budgetten kunnen worden gebouwd, probeert Manus nu eenzelfde impact te maken – maar dan in de categorie AI-agents. Wat ik nog steeds voorzie als dé grote AI-trend dit jaar.

Waarom is Manus nu zo’n hype?

Manus is niet alleen technologisch interessant, maar ook echt weer een marketingmeesterwerk. De eerste demonstratievideo’s gingen direct viraal, waarin de AI werd gepresenteerd als een revolutionair systeem dat complexe taken volledig zelfstandig kon afhandelen.

Dit sloeg aan: binnen enkele dagen groeide de Manus-community tot meer dan 180.000 leden op Discord, en invite-codes werden online verkocht voor duizenden dollars.

De exclusiviteit – alleen toegang op uitnodiging – hielp in naar mijn idee de hype verder op te bouwen. Net als bij DeepSeek werd het idee gecreëerd dat Manus een gamechanger was die slechts voor een select publiek beschikbaar was. Daarnaast speelt de geopolitieke rivaliteit tussen China en de VS natuurlijk een sterke rol. Veel Chinese gebruikers zien Manus als een symbool van technologische onafhankelijkheid en een antwoord op OpenAI en Google.

Maar de belangrijkste vraag blijf natuurlijkt: werkt het echt en doet het wat het belooft te doen?

Drie typen tests met Manus

Om de beloftes van Manus te testen, heb ik het platform op de proef gesteld met drie realistische taken waar ik ook echt mee bezig ben.

1. Vakantie boeken

Ik wil in juni een week gaan hiken in IJsland. Maar hier heb ik wel wat speciale wensen; elke dag een specifieke hike maken, bepaalde vluchten, bepaalde type overnachtingen, andere activiteiten zoals een spa etc. Manus slaagde erin om vluchten te vinden en een lijst met goede hotels op te stellen, maar kon de boekingen verder niet afronden. Bovendien miste het wel echt belangrijke details, zoals extra bagagekosten voor mijn hikespullen.

2. Marketingcampagne maken

Voor een van mijn bedrijven liet ik Manus een complete socialmediastrategie opzetten, inclusief advertenties en doelgroepanalyse. Het resultaat was bizar indrukwekkend: Manus analyseerde een aantal concurrenten, stelde een postschema op en genereerde zelfs advertentiecopy. Maar bij controle bleek dat sommige suggesties onrealistisch waren of gebaseerd op verouderde data. Bummer!

3. Sollicitatieproces automatiseren

Voor een groot event dat ik organiseer, wilde ik Manus een selectie laten maken van alle vrijwilligers die een sollicitatie hebben ingestuurd. Hoewel de AI goede suggesties gaf, bleek bij nadere check dat sommige afwijzingen onterecht waren. Het systeem had moeite met nuances in werkervaring en gaf de voorkeur aan cv’s met veel trefwoorden in plaats van inhoudelijke kwalificaties.

Uitvoering laat te wensen over

Manus kan taken heel mooi efficiënt structureren en plannen, maar de uitvoering laat in mijn optiek nog te wensen over. Het is geen volledig zelfstandige AI, eerder een slimme assistent die echt wel wat taken uit handen kan nemen, maar nog steeds ook menselijke controle nodig heeft.

Want de tool kampt echt met betrouwbaarheidsproblemen. Ik las op de diverse fora en zag in allerlei groepen andere gebruikers meldden dat de AI soms vastloopt in oneindige loops of verkeerde informatie genereert. Dit kan een groot probleem zijn voor toepassingen waarbij nauwkeurigheid belangrijk is, zoals financiële analyses voor cryptohandel.

Ook de snelheid is een zwak punt. Waar OpenAI’s DeepResearch taken in enkele seconden afrondt, doet Manus er vaak minuten over. Ik heb dit een paar keer getest, maar vooral bij complexere opdrachten duurt het lang voordat de AI een werkbaar resultaat oplevert.

Daarnaast is er gebrek aan transparantie. Butterfly Effect geeft weinig details over hoe de AI precies werkt. Het is trouwens geen volledig nieuwe tool, maar een zogenaamde ‘wrapper’. Manus bouwt voort op bestaande modellen zoals Anthropic’s Claude en Alibaba’s Qwen, maar in welke mate het zelf innovatief is, blijft onduidelijk.

Tot slot is er de kwestie van privacy en veiligheid. Net als bij DeepSeek roept Manus vragen op over gegevensbescherming. Westerse bedrijven zullen terughoudend zijn om een AI uit China toegang te geven tot gevoelige bedrijfsinformatie, zeker gezien China’s strikte regelgeving rondom dataverzameling en staatscontrole. Vooral na alle backlash rondom DeepSeek in de afgelopen tijd.

Gaan we er nog veel van horen?

Manus AI heeft de potentie om een nieuw tijdperk van autonome AI-agents in te luiden, maar het is nog niet zover. De technologie is veelbelovend, maar echt nog niet foutloos. Het lijkt op een ruwe diamant die nog veel geslepen moet worden voordat het echt kan concurreren met gevestigde spelers.

Als Butterfly Effect de infrastructuur verbetert, de betrouwbaarheid vergroot en transparanter wordt over hoe Manus werkt, kan het een serieuze uitdager worden in de AI-race. Vooral met de prijzen die het hanteert. Daarnaast omdat het een stuk makkelijker te gebruiken is dan de Operator van GPT. Tot die tijd blijft het vooral een fascinerend experiment – met een hoop potentie, maar ook een hoop werk aan de winkel.

On My 38th Birthday: 38 Hacks That Have Transformed My Life Over the Past 37 Years

On My 38th Birthday: 38 Hacks That Have Transformed My Life Over the Past 37 Years

Today I get to turn 38. What an incredible privilege.
After balancing on the edge of death myself and having to bury far too many people in recent years, I see every day I wake up as a gift. My mother recently told me she hadn’t seen me this happy in years. I’ve never been this fit, I live a truly ‘rich’ life filled with dear family and friends. I face a steady stream of business challenges and countless other experiences that make life more beautiful with each passing year.

Thanks to my personal ‘braintrust’ (loved ones and professionals who support, challenge, and inspire me), I’m constantly working on personal development. Ongoing self-analysis, writing and refining personal plans daily, reading and listening a lot, taking at least one course every year, always seeking meaningful connections and being open to unexpected cross-pollination.

Alongside the positive feedback I receive about my mental and physical state and the way I approach my work, people often ask how I manage certain things—how I structure my mornings, how I stay so organized. On previous birthdays, I’ve shared my top 35 life lessons and 37 questions I ask myself continuously. This year, I thought I’d share 38 hacks that helped shape who I am today.


1. Eat that frog
Our brain loves dopamine snacks—emails, messages, and app notifications it can quickly tick off. But they also create mental noise. That’s why I always start my workday with the biggest or most dreaded task. My coach Paul Rulkens calls it: “Eat your frog.” I pick this task every Friday for the week ahead and re-check it the night before. Sometimes it takes an hour, other times until after lunch. But it ensures I tackle what really matters—and the satisfaction afterward is unbeatable. Only then do I open my inbox.

2. Habit stacking
From James Clear—one of my favorite authors. Combine certain actions until they become habits. My phone lies on the couch in the living room, with a book on top and my meditation bowl on top of that. It reminds me: first meditate, then read, and only then (hardly ever) check my phone. I’ve built up so many habits this way that they now feel automatic.

3. Start by reading
My day starts with reading at least 10–20 pages. Only non-fiction, usually five books on rotation. It sparks great ideas and provides a calm start to my day. The benefits are so clear that I never skip it: reading comes first.

4. Prevent brain rot
A while back, my brain felt completely off. I analyzed it and found my phone usage was the cause—what scientists call “brain rot.” One of the fixes was setting my phone to grayscale (thank you, Irene!). I now spend over an hour less per day on my phone.

[Guide for iPhone / Android]

5. Binaural beats
I’ve become fascinated by non-supplement ways to positively influence the brain. I’ve already defined over 30 tricks for my TalkLikeTED courses on storytelling and presenting. One tool I love: binaural beats. They help me stay mentally sharp and focused. You’ll find plenty of playlists on YouTube or Spotify. Tip: use headphones, not earbuds.

6. Sleep hygiene
Matt Walker’s book Why We Sleep (also a great podcast) opened my eyes. Sleep quality can be greatly improved through small adjustments. I sleep well—likely thanks to six years of no alcohol, enjoyable work, daily exercise, healthy eating, and these habits based on Matt’s advice:

  • I turn off all screens by 6 or 7 PM to allow natural melatonin production.
  • I wear orange-tinted glasses in the evening (Somnoblue or a €1 version from AliExpress).
  • I avoid coffee after noon—caffeine’s half-life is 4–5 hours, and late coffee ruins sleep.
  • I wrap up my workday with a summary and plan for tomorrow—no “oh right!” moments in bed.

7. “You gain strength, courage, and confidence by every experience in which you really stop to look fear in the face.” – Eleanor Roosevelt
Every year, I seek a challenge that scares me—something my reptile brain screams “no!” to. It becomes a year-long project filled with anticipation. Last year: I climbed 7 volcanoes in Ecuador. This year: Manaslu (Nepal, 8,150m). Next year: Everest (8,800m). The reward? Absolutely priceless.

8. Make big tasks small = get big things done
The brain hates big tasks. Too overwhelming. So I break them down into smaller chunks. A paragraph instead of a chapter. A chapter instead of a book. That’s how I’ve written three books, built businesses, and organized large events.

9. Pomodoro technique
One of my favorite time management tools. Besides my “frog,” I work in focused blocks of 25 minutes with 5-minute breaks.

10. No one thinks about you as much as you do
I used to worry a lot about what others thought of me—until I learned about the “spotlight effect.” People are mostly thinking about themselves. Realizing this freed me to stop holding back.

11. “Man muss immer umkehren”
Always turn around. Rethink. Look from another angle. This phrase comes from mathematics, but it applies everywhere. Stuck? Flip it. Don’t seek confirmation, look for the opposite. Rephrase the question. By playing with perspective, you discover solutions you’d never considered. Sometimes, the reverse path is the fastest way forward.

12. Postmortem before the start
Why wait until something goes wrong to learn from it? I flip that logic and do a mental postmortem before a project starts. What could go wrong? What are the pitfalls? By identifying possible mistakes upfront, I avoid them becoming real. This has helped me dodge countless issues in both my own events and those I organize for clients.

13. Walk off the lunch dip
Just five minutes of walking after a meal can stabilize your blood sugar and prevent energy crashes. Since I started this habit, I no longer experience afternoon slumps. Standing helps a little, but walking is far more effective. Tiny habit, huge energy boost.

14. Less switching, more doing
Task-switching drains your brain. Every switch requires you to refocus, costing time and energy. I try to work on one task at a time, start to finish. Fully immerse, then move on. Less noise, more clarity, and by day’s end, I’m still mentally fresh.

15. Clear meetings or no Jan
I got sick of unnecessary meetings—unstructured, chatty, and with no outcomes. So I flipped the script: I only attend meetings (virtual or in-person) when there’s a clear objective, an agenda, and a reason why I specifically need to be there. Otherwise, I don’t show. It keeps my schedule clean and meetings productive. Casual catch-ups? I schedule those separately—and always in person.

16. No multitasking
The brain tempts us to multitask, especially during virtual meetings. But science is clear: multitasking is the #1 brain drainer. Microsoft found it was a major cause of “Zoom fatigue” during COVID. I’ve stopped entirely—if I check email during a call, I feel completely wiped afterward.

17. Slumber with a key
Sometimes I have intense days—multiple talks and trainings with little downtime. Around lunch, I use a trick from Edison and Dalí: nap with a key in hand. As you doze off, the key drops, and you wake up—right in the moment when the brain makes its most creative connections. That dreamy in-between state? Pure gold.

18. 20-20-2 Rule
Learned from Raymond Heunen, an ophthalmologist and former client: every 20 minutes, look at something 6 meters away for 20 seconds, and spend at least 2 hours outside daily. I combine this with Pomodoro breaks. It relaxes the eyes and reduces fatigue—a huge help in a screen-heavy world.

19. The power of looking back
When climbing mountains, it’s tempting to only look forward. But looking back shows how far you’ve come—and reminds you to appreciate the journey. I do the same in daily life. Reflection isn’t standing still; it’s realizing what you’ve achieved. That gives strength to keep going.

20. Giving is all we have
Since I was 15, I’ve volunteered—and it’s given me more than I ever expected. My thesis was on the impact of volunteering—not just globally, but personally. The absence of transactions or expectations means you give because you want to. It creates connection, energy, and perspective. Giving, in the end, is all that truly matters.

21. The energy structure
My day follows a specific energy flow: two hours of thinking/creative work, then execution. Only afterward do I tackle emails and calls, ending with low-energy tasks. This structure optimizes my energy and keeps distractions at bay. I never schedule calls in the morning—it’s sacred time. Emails? I check them at fixed times. I also evaluate my energy monthly: what gives it, what drains it? I use that insight to plan the next month.

22. Bye-bye, chore tasks
McKinsey found that 61% of work is “chores”—repetitive, boring, inefficient. I’ve identified which ones I can outsource to AI. Tasks I used to do myself are now done faster, smarter—or fully automated. That saves time and mental energy. I walk the talk—I speak about AI weekly on stage. Today’s tools aren’t just cool; they’re powerful. Using them smartly frees up space for creativity and impact.

23. Walking meetings
I’ve almost completely stopped doing video calls—except with new contacts. Instead, I walk while calling. It clears my head and boosts creativity. Stanford research shows walking improves creative thinking by 60%. Whether outdoors or on a treadmill—movement enhances mental performance. Søren Kierkegaard already knew: “I walk myself into well-being and away from every illness.”

24. System goals > outcome goals
Instead of chasing end goals, I focus on the systems behind them. Strong routines and consistent action lead to results—no big sprints needed. Want to write a book? Focus on daily writing. Want to get fit? Build a training routine. Nail the process, and the outcome will follow.

25. Stop starting, start finishing
Doing too much at once often means finishing nothing. I aim for fewer, better. One completed task beats five half-done ones. Each finished task fuels momentum and frees up energy for what’s next. Less fragmentation, more impact.

26. Memento mori
I’ve been on the edge of death in the ICU. It forces you to face your mortality. The future is uncertain, the past is fixed. What matters is now. Memento mori—remember you will die. Not to scare, but to remind us how precious time is. I live more in the moment now: planning beautiful trips and new experiences. Every day is a chance—use it well.

27. Intermittent fasting
I’ve been doing the 16:8 method (fast 16 hours, eat for 8) and 5:2 variation (weekdays only) for years. I haven’t been sick since, lost fat (thanks also to exercise), and enjoy stable energy all day. No hunger crashes, no afternoon slumps—just focus. Not eating at the right times changed everything.

28. Small gestures, big impact
A compliment to the janitor. A kind word to the barista. No agenda—just kindness. Such simple acts can make someone’s whole day. It costs nothing but means everything. And best of all? It works both ways.

29. Think Week – because breakthroughs start with a break
Every six months, I take a Think Week—no meetings, no tech. It’s not indulgence; it’s essential. Removing noise creates space for ideas, insight, and re-evaluation. Offline, my mind is sharper than ever.

30. Effectiveness > Efficiency
It’s easy to be busy. But are you working on what matters? Efficiency = doing things well. Effectiveness = doing the right things. Peter Drucker’s The Effective Executive nails this. Being productive only counts when it moves you forward in the right direction.

31. Channel focus
Years ago, I was nearly burned out—not from work, but from distractions. I received messages on way too many platforms: email, WhatsApp, Instagram, Facebook, Telegram, Signal… it was chaos. Add the “snack bar” phone model—always on, always reacting—and you’ve got constant stress. I now keep my phone off unless I have scheduled calls. I only use email so everything comes to one place. It’s incredibly effective.

32. Better listening
We don’t listen anymore. Conversations suffer because of it. The book You’re Not Listening (thanks, Daan Eijwoudt!) was a game-changer for me. Even placing your phone on the table signals disrespect—and breaks connection. I always wait until all phones are off the table before starting a real conversation.

33. What if this could be easier?
Our brain loves simplicity. Whether in communication or work, I often ask: “Could this be easier?” Fewer steps, less complexity. In presentations, that means cutting. In work, it means smarter structure. Work smarter—not harder—and you’ll get better results.

34. Avoiding hard conversations? That’s just delayed pain.
Every tough conversation you avoid adds interest to a growing emotional debt. Problems don’t solve themselves. Relationships don’t heal over time without effort. Address issues early, while they’re small. It prevents major fallout later.

35. No
The more you say no, the more you achieve. I’ve learned to see requests differently—and say “no” much more often. The greatest thinkers and entrepreneurs—Steve Jobs, Warren Buffett, Richard Feynman—mastered the art of refusal. Every “no” is a “yes” to what truly matters.

36. Handwritten = impact
In a world of emails and DMs, handwritten cards stand out. They feel sincere, take more effort, and leave a lasting impression. I send at least one every week. Maybe it’s old-school—but some things deserve a comeback.

37. The power of Post-its
I love working with clients using Post-its. No screens, no distractions—just thoughts on paper. It activates the prefrontal cortex, sparks reflection, and leads to sharper insights. Old-school? Maybe. But it works.

38. Broaden and build
I try not to complain. Not because life’s perfect, but because it doesn’t help. Complaining narrows perspective. Gratitude opens it. The more you focus on what’s right, the more room you create for growth. Success isn’t just reaching a goal—it’s how much you expand along the way. In knowledge, in perspective, in possibility. So instead of focusing on what’s missing, I choose to build on what’s already there.

“Life is really simple, but we insist on making it complicated.” – Confucius

Op mijn 38e verjaardag; de 38 hacks die mij heel positief hebben beïnvloed de afgelopen 37 jaar

Op mijn 38e verjaardag; de 38 hacks die mij heel positief hebben beïnvloed de afgelopen 37 jaar

Vandaag mag ik alweer 38 jaar oud worden. Wat een ongekend voorrecht. Nadat ik zelf op het randje van de dood heb gebalanceerd en de afgelopen jaren te veel mensen heb moeten begraven, zie ik elke dag dat ik opsta als een groot geschenk. Mijn moeder gaf mij laatst als compliment dat ze mij in tijden niet zo gelukkig had gezien. Ik ben echt nog nooit zo fit geweest, heb een ontzettend ‘rijk’ leven  met dierbare familie en vrienden. Een doorlopende stroom zakelijke uitdagingen en talloze andere zaken die mijn leven elk jaar weer verder mooi inkleuren.

Met dank aan mijn persoonlijke ‘braintrust’ (dierbaren en professionals die mij steunen, kietelen en inspireren), ben ik doorlopend heel intensief bezig met zelfontwikkeling. Doorlopende analyses, (persoonlijke) plannen opstellen en elke dag bijschaven, heel veel lezen/luisteren, elk jaar minstens een opleiding volgen, op zoek naar de juiste verbindingen en openstellen voor onverwachte kruisbestuivingen.

Naast veel positieve feedback over mijn fysieke/mentale gesteldheid en de manier hoe ik mijn werk aanpak, krijg ik vaak daarbij ook vaker de vraag, hoe ik bepaalde zaken oppak. Hoe ik mijn ochtend indeel, hoe ik mijn dagelijkse agenda straktrek etc. Nadat ik bij mijn vorige verjaardagen o.a. mijn top 35 levenslessen en 37 vragen die ik mijzelf doorlopend stel deelde, leek het mij leuk om in deze blog de 38 hacks te delen, die mij hebben gemaakt tot wat ik nu ben.

  1. Lekker die kikker eten

    Wat smult het brein toch van al die dopamine snackjes. Al die mailtjes, appjes en notificaties in apps die het lekker kan afwerken. Maar het zorgt vaak ook voor veel ruis in het brein. Afgeleid en niet meer in staat om te doen wat écht gedaan moet worden die dag. Elke werkdag begin ik dan ook eerst met de grootste taak en/of de taak waar ik het minste zin in heb. ‘Eat your frog’ noemt mijn coach Paul Rulkens dat zo mooi. Ik bepaal deze taak per dag altijd de vrijdag voor een week vooruit en evalueer deze de middag van te voren nog eens. De ene keer ben ik daar na een uur mee klaar, de andere keer pas na de lunch. Maar het zorgt er wel voor dat ik echt doe wat ik moet doen. Daarnaast geeft het een ontzettende kick, elke keer weer, als ik die taak heb volbracht. Daarna open ik pas de mailbox.

    2. Habit stacking

    Van een van mijn favoriete boekenschrijvers James Clear.  Bepaalde acties zo combineren, dat je ze uiteindelijk een gewoonte worden. Ik heb mijn telefoon in de woonkamer op de bank liggen. Daarbovenop ligt een boek en daarbovenop ligt altijd mijn meditatie klankschaal. Het herinnert mij er aan, dat ik na het wakker worden altijd eerst ga mediteren, dan een boek ga lezen en pas daarna (gebeurd eigenlijk nooit) van mezelf op de telefoon mag. Ik heb zo veel gewoontes aangeleerd, waar ik niet eens meer over na hoef te denken dat ik ze moet gaan doen.

    3. Beginnen met lezen

    Mijn dag begint ook echt met minimaal 10-20 pagina’s te lezen. Ik lees enkel non-fictie en heb altijd wel een 5-tal boeken op de stapel liggen. Het zorgt bij mij altijd voor allerlei goede ideeën en een fijne manier om de dag rustig te beginnen. Omdat die effecten zó positief zijn, is het echt iets waar ik niet aan torn; eerst lezen, daarna de rest.

    4. Brain rot voorkomen

    Even geleden merkte ik dat mijn brein echt flinke kuren had. Ik ben dit gaan analyseren en merkte dat dit echt lag aan mijn telefoongebruik. Wetenschappers noemen dit ook wel ‘brain rot’. Een van de trucs die mij weer helemaal ‘mentaal fit’ heeft gemaakt, is mijn telefoon op grijswaarden zetten (dank Irene voor de tip!). Ik zit hierdoor al meer dan een uur minder per dag op de telefoon.

    Handleiding voor iPhone / Android

    5. Binaural beats

    De afgelopen tijd ben ik echt gefascineerd geraakt, over hoe je het brein op een positieve manier kan beïnvloeden, zonder supplementen oid. Er zijn zo onwijs veel trucjes hoe je hier aan kan werken. Met mijn TalkLikeTED trainingen heb ik er al een stuk of 30 gedefinieerd rondom storytelling en presenteren, maar ik gebruik er ook veel om zelf mentaal fitter te worden en meer focus te krijgen. Binaural Beats werken voor mij echt heel goed hierin.  Je kan op Youtube en Spotify talloze playlists vinden. Tip; gebruik wel een koptelefoon, geen oordopjes.

    6. Slaap hygiëne

    Het boek ‘Why we sleep’ van Matt Walker (ook geweldige podcast) heeft mijn ogen echt geopend over slaap. Vooral ook; hoeveel dingen je kan doen om uiteindelijk een kwalitatief perfecte slaap te krijgen. Ik slaap eigenlijk altijd wel goed; ik word fit wakker en heb veel energie door de dag heen. Dat zal liggen aan het feit dat ik al 6 jaar geen druppel alcohol drink, onwijs leuk werk doe, elke dag sport en gezond eet, maar ook echt omdat ik op advies van Matt

    • Mijn schermen 18.00/19.00 uiterlijk uit doe en weg leg. Zo blijft de natuurlijke aanmaak van melatonine (slaaphormoon) ongestoord. Daarnaast word ik niet nog vlak voordat ik ga slapen gek gemaakt door een bepaald appje of mailtje.
    • Een oranje bril opzet. Dit haalt het felle licht weg en stimuleert de melatonine aanmaak. Meestal val ik na een uur in slaap. De duurdere Somnoblue’s komen uit Nederland (30 euro), maar je kan ook een prima bril voor een euro op Aliexpress bestellen.
    • Ik drink geen koffie na 12.00. De ‘halveringstijd’ in de lever van cafeïne is 4-5 uur. Het vele koffiegedrink in de middag (en avond) is volgens talloze onderzoeken een van de belangrijkste redenen dat veel mensen slecht slapen, omdat de cafeïne nog lang in het systeem aanwezig is. Ik merk echt dat sinds ik  ben gestopt met koffie in de middag, ik nooit meer moeite heb om in slaap te komen. Als ik duf ben, dan doe ik wat airsquats of ga even buiten lopen.
    • Einde van de middag maak ik een samenvatting van de dag. Wat is er gebeurd, wat moet ik nog doen, wat wil ik de volgende keer anders doen. maar ook; wat ga ik morgen doen. echt het werk afsluiten, zodat ik niet in bed nog een ‘oja’ momentje krijg.

    7. “You gain strength, courage, and confidence by every experience in which you really stop to look fear in the face.” — Eleanor Roosevelt

    Elk jaar zoek ik iets dat me uit mijn evenwicht brengt. Iets waar mijn reptielenbrein ‘nee!’ tegen schreeuwt. Maar juist dat maakt het de moeite waard. De voorbereiding, het plannen, de spanning – het wordt een project waar ik het hele jaar naar uitkijk. En als het lukt? Die kick is onbetaalbaar. Vorig jaar heb ik 7 vulkanen beklommen in Equador, dit jaar ga ik de 5e berg van de wereld beklimmen in september (Manaslu in Nepal, 8150 meter) en volgend jaar staat de Mount Everest summit (8800 meter) op het programma.

    8. Grote taken klein maken = grote dingen gedaan krijgen.

    Het brein houdt niet van grote klussen. Teveel werk, teveel gedoe. Daarom hak ik mijn grote taken in talloze kleine stukjes. Een hoofdstuk in plaats van een boek, een alinea in plaats van een hoofdstuk. Zo voelt elke stap behapbaar, en voor je het weet heb je iets groots afgerond. Zo heb ik al drie boeken geschreven, bedrijven opgebouwd en ook grote events georganiseerd.

    9 Pommodoro

    Het is voor mij een van de meest effectieve time management technieken. Naast mijn ‘frog’, werk ik nooit zonder duidelijk tijdslot aan werk. Ik plan echt heel duidelijk mijn werk in tijdsloten in van 25 minuten, met 5 minuten pauze.

    10. Niemand is zo met jou bezig als jij denkt

      Ik maakte me vroeger vaak druk over wat anderen van me vonden. Tot ik het ‘spotlight effect’ ontdekte: de neiging om te overschatten hoeveel anderen op ons letten. Onderzoek laat zien dat mensen grotendeels met zichzelf bezig zijn. Studies tonen aan dat we in gesprekken vooral over onszelf praten en dat ons brein in ruststand automatisch naar onze eigen gedachten terugkeert. Dat inzicht gaf me rust. Ik stopte met mezelf inhouden uit angst voor oordelen die waarschijnlijk niet eens bestonden. Sinds ik me dit realiseer, leef ik lichter en trek ik me veel minder aan van wat anderen misschien denken.

      11. “Mann muss immer umkehren”

        Oftewel: altijd omdraaien, omdenken, het vanuit een andere hoek bekijken. Deze uitspraak komt uit de wiskunde, maar werkt overal. Loop je vast? Draai het eens om. Zoek niet naar bevestiging, maar naar het tegenovergestelde. Stel de vraag anders. Door te spelen met perspectief ontdek je oplossingen die je eerst niet zag. Soms is de omgekeerde weg juist de snelste vooruit.

        12. Postmortem

          Waarom wachten tot iets mislukt om ervan te leren? Ik draai het om: vóór een project begin ik met een denkbeeldige postmortem. Wat zou er mis kunnen gaan? Waar zitten de valkuilen? Door die fouten nu al in kaart te brengen, voorkom ik dat ze werkelijkheid worden. Achteraf analyseren is goed, maar vooraf nadenken is beter.
          Ik heb zo bij de events die ik zelf en voor klanten organiseer, al heel wat gedoe kunnen voorkomen.

          13. De lunchdip er uit lopen

            Even een korte wandeling na een maaltijd kan al een groot verschil maken. Slechts vijf minuten bewegen helpt om je bloedsuikerspiegel stabieler te houden en schommelingen te voorkomen.  Sinds ik dit doe, heb ik nooit meer een energiedip na de lunch. Staand uitbuiken helpt een beetje, maar lopen is veel effectiever. Kleine gewoonte, groot energievoordeel.

            14. Minder schakelen, meer gedaan krijgen

              Elke keer wisselen tussen taken (cognitive shifting) kost je brein mega veel energie. Onbewust verspil je tijd aan opnieuw focussen. Daarom werk ik zo veel mogelijk taak voor taak af, zonder steeds te schakelen. Volledig in één ding duiken, afronden, en dán pas door naar het volgende. Minder ruis, minder energieverlies – en aan het eind van de dag voelt mijn hoofd nog fris.

              15. Duidelijke kaders, of geen Jan

                Ik was op het laatst echt klaar met al die onnodige meetings. Ongestructureerd, veel geauwehoer en geen uitkomsten. Ik heb hem daarom omgedraaid; ik woon enkel een meeting (fysiek of virtueel) bij, waar van te voren is duidelijk gemaakt wat de gewenste uitkomst (doelstelling) van de meeting is, wat de agenda is en waarom ikzelf er bij aanwezig moet zijn. Anders kom ik niet. Het zorgt voor een schone agenda en zeer effectieve meetings. Sociale bijkletsmeetings plan ik apart en enkel fysiek.

                16. Geen multitasking

                  Het brein blijft mij teasen om het te blijven proberen; multitasken. Vooral tijdens virtuele meetings. Maar alle wetenschap hieromheen, laat zien dat het de nummer 1 reden is dat je breinenergie helemaal in elkaar zakt. Het was volgens onderzoek van Microsoft ook dé reden dat iedereen zo ‘zoom fatique’ was tijdens corona. Ik ben er dan ook echt mee gestopt, want ik merkte ook dat als ik tijdens een call ondertussen mails ging checken, ik daarna gesloopt was.

                  17. Slumber with a key

                    Soms heb ik zeer intensieve dagen; 2-3 keer lezingen en trainingen geven, met tussendoor calls en werk. Dan kan ik rond de lunch al wat rust gebruiken, om de rest van de dag door te komen. Edison en Dalí deden het al: in slaap dommelen met een sleutel in de hand. Zodra je echt indommelt, valt de sleutel en schrik je wakker – nét op het moment dat je brein de creatiefste verbindingen maakt. Dit dromerige tussengebied tussen waken en slapen is goud voor nieuwe ideeën. Soms zit de beste inspiratie in dat ene moment voordat je wegzakt.

                    18. 20-20-2

                      Geleerd van een oud klant Raymond Heunen die oogarts is. Tijdens werk elke 20 minuten, 20 seconden kijken naar iets op 6 meter afstand, en minstens 2 uur per dag buiten zijn. Ik doe dit vaak in combinatie met de pommodoro techniek elke 25 minuten. Dit helpt je ogen echt perfect om te ontspannen en vermindert vermoeidheid. Kleine moeite, groot verschil – vooral in een wereld vol schermen.

                      19. The power of looking back

                        Tijdens het bergbeklimmen wil je maar één ding: vooruit. Hoger, verder. Maar ik heb geleerd om juist ook achterom te kijken. Niet alleen om te zien hoe ver ik al ben gekomen, maar ook om alle mooie momenten en lessen te waarderen. Iets wat ik dus ook constant in mijn dagelijks leven doe. Terugkijken is geen stilstand – het is beseffen wat je hebt bereikt. En dat geeft kracht om weer verder te gaan.

                        20. Giving is all we have

                        Sinds mijn 15e doe ik vrijwilligerswerk, en het heeft me meer gegeven dan ik ooit had verwacht. Mijn afstudeeronderzoek ging over de impact ervan – op de wereld, maar vooral op mensen. Het verschil met betaald werk is enorm: geen transacties, geen verwachtingen, alleen bijdragen omdat je het wílt. Het geeft energie, perspectief en een diepere connectie met anderen. Uiteindelijk is geven het enige wat echt telt.

                        21. De energie structuur

                        Mijn dag heeft een vaste flow: eerst 2 uur voor denk- en creatief werk, daarna de uitvoerende taken. Pas daarna komen de e-mails en calls, en ik sluit af met simpel werk waar ik niet over na hoef te denken. Zo gebruik ik mijn energie optimaal en voorkom ik dat mijn dag wordt opgeslokt door ruis. Daarom plan ik bijv. nooit calls in de ochtend – die tijd is te waardevol. E-mails check ik op vaste momenten, zodat ik niet steeds word afgeleid door zaken die geen prioriteit hebben. Door bewust mijn dag in te delen, hou ik controle en krijg ik ongelooflijk veel gedaan. Daarnaast evalueer ik ook elke maand om te kijken welke activiteiten mij veel energie geven en welke juist niet. Ook dit neem ik mee in de planning van de maand er na.

                        22. Weg met de corveetaken

                        Uit McKinsey-onderzoek blijkt dat 61% van ons werk ‘corvee’ is – repetitief, saai en inefficiënt. Daarom heb ik scherp gekeken welke taken ik kan uitbesteden aan AI. Dingen die ik vroeger zelf deed, gebeuren nu sneller, slimmer of zelfs helemaal automatisch. Dat scheelt niet alleen tijd, maar ook mentale energie. Minder corvee, meer focus op wat écht telt. En dat is geen theorie – ik spreek wekelijks op podia over AI, dus ‘practice what you preach’. De tools die er nu zijn, zijn niet alleen gaaf, maar ook écht goed. Slim inzetten betekent minder tijd verspillen aan dom werk, en meer ruimte voor creativiteit en impact.

                        23. Wandelend vergaderen

                        Al een tijdje doe ik vrijwel geen videocalls meer. Enkel als het met mensen betreft die ik nog niet ken. In plaats daarvan ga ik wandelend bellen. Even een frisse neus halen, en het werkt nog beter ook. Onderzoek van Stanford University toont aan dat wandelen creativiteit met gemiddeld 60% verhoogt. Of je nu buiten loopt of op een loopband, het maakt niet uit—je brein gaat automatisch beter werken. Søren Kierkegaard zei het al: “Ik loop mezelf elke dag naar een staat van welzijn en weg van elke kwaal.”

                        24. Systeemdoelen boven resultaatdoelen: succes zit in het proces.

                        In plaats van alleen een einddoel na te jagen, richt ik me op het systeem erachter. Goede routines, slimme processen en consistente actie zorgen uiteindelijk voor succes – niet één grote eindspurt. Wil je een boek schrijven? Focus op dagelijks schrijven, niet op de publicatiedatum. Wil je fitter worden? Bouw een trainingsroutine op, in plaats van te fixeren op een eindgewicht. Door het proces goed te krijgen, volgt het resultaat vanzelf.

                        25. Stop starting, start finishing.

                        Te veel tegelijk willen doen leidt vaak tot niets écht afmaken. Daarom focus ik op minder, maar beter. Liever één ding goed afronden dan vijf dingen halfbakken laten liggen. Elke taak die je écht afmaakt, geeft energie en ruimte voor wat daarna komt. Minder versnippering, meer impact.

                        26. Memento mori

                        Ik heb echt op het randje van de dood op de IC gelegen. Dat zet je aan het denken over het leven en je eigen sterfelijkheid. De toekomst is onzeker, het verleden ligt vast. Wat telt, is nu. Memento Mori – herinner dat je sterfelijk bent. Niet om je te laten schrikken, maar om je te laten beseffen hoe waardevol tijd is. Minder piekeren over wat komt, meer doen met wat nu binnen je bereik ligt. Zo ben ik echt veel meer in het ‘nu’ gaan leven, nu dingen doen zoals mooie reizen maken en andere belevenissen inplannen. Elke dag is een kans. Gebruik ‘m goed!

                        27. Intermittant fasting

                        Intermittent fasting betekent dat je bewust periodes zonder eten inlast. Ik volg al jaren de 16:8-methode (16 uur vasten, 8 uur eten) en de 5:2-methode (ik doe het door de week, het weekend niet). Sindsdien ben ik nooit meer ziek geweest en ben (in combinatie met sporten) heel wat vet verloren. Maar het grootste voordeel? Constante, stabiele energie. Geen hongerklappen, geen middagdips – gewoon een hele dag scherp en gefocust. Niet eten op de juiste momenten bleek een gamechanger.

                        28. Kleine gebaren, grote impact.

                        Een compliment aan de schoonmaker, een vriendelijk woord voor de barista – geen bijbedoelingen, gewoon omdat het kan. Zoiets kleins kan iemands hele dag maken. Het vraagt bijna niets, maar de impact is groot. Even gezien en gewaardeerd worden maakt het verschil. En het mooiste? Het werkt twee kanten op.

                        29. Think week! Want ‘breakthroughs start with a break’

                        Elke zes maanden plan ik een Think Week – een week zonder meetings en internet/technologie. Dit is geen luxe, maar een bron van rust en creativiteit. Juist door de ruis weg te nemen, ontstaat er ruimte voor nieuwe ideeën, diepere inzichten en het heroverwegen van grote beslissingen. Even offline, en mijn hoofd werkt helderder dan ooit.

                        30. Effectiviteit boven efficiëntie: doe de juiste dingen, niet alleen dingen goed.

                        Het is makkelijk om druk bezig te zijn, maar ben je ook bezig met wat écht telt? Efficiëntie betekent dingen snel en goed doen, maar effectiviteit gaat over het doen van de juiste dingen. Een nieuwe app kan je workflow versnellen, maar als je focus verkeerd ligt, creëert het alleen maar méér werk. Peter Drucker’s ‘The Effective Executive’ is wat mij betreft de beste gids om dit verschil te begrijpen. Want productief zijn is mooi, maar alleen als het je in de juiste richting brengt.

                        31. Focus qua kanalen

                        Een aantal jaar geleden was ik bijna overspannen; niet van het werk, maar alle randzaken. Mensen met wie ik werkte, stuurden mij bijvoorbeeld berichten via zoveel kanalen (mail, whatsapp, instagram, facebook, telegram, signal etc), dat ik de hele dag alleen maar gestresst was of ik niks miste. Ook het ‘snackbar model’, van de telefoon altijd aanhebben en gelijk gaan rennen als er iemand belde, zorgde voor weinig rust en focus. Daarnaast ook veel verloren tijd; je belt elkaar 10x op en neer terug totdat je elkaar eindelijk bereikt en uiteindelijk moet ik mensen alsnog vragen te mailen, omdat ik ergens rustig over na moet denken. Mijn telefoon staat altijd uit en ik doe enkel geplande calls, die daardoor ontzettend effectief zijn. Daarnaast gebruik ik enkel email, zodat alles op 1 plek binnenkomt en terug te vinden is.

                        32. Beter luisteren

                        We luisteren niet meer. Laat staan ook dat de conversaties er beter van worden. Het boek You’re not listening (dank Daan Eijwoudt !) was wat dat betreft echt een mega eye opener, met alle wetenschap rondom de kwaliteit van een gesprek. Door het plaatsen van een telefoon op tafel of zelfs gebruiken tijdens een gesprek, straal je non-verbaal niet alleen veel negatiefs uit (luisteraar en het geen wat hij/zij verteld is minder belangrijk, disrespectvol) maar kan je door de afleiding ook niet de diepte in gaan. Ik wacht dan ook altijd rustig, totdat de telefoons van tafel verdwenen zijn.

                        33. Wat als dit makkelijk kan?

                        Ons brein houdt van gemak. Hoe eenvoudiger iets te begrijpen is, hoe sneller we het oppikken. Dat geldt niet alleen voor communicatie, maar ook voor werk. Wat als dit makkelijker kan? Die vraag stel ik mezelf steeds vaker. Minder complexe processen, minder onnodige stappen. In presentaties betekent dat schrappen, in werk betekent dat slimmer organiseren. Niet harder werken, maar slimmer – zodat de boodschap, en het resultaat, blijft hangen.

                        34. Moeilijke gesprekken vermijden? Dat is uitgestelde ellende.

                        Elke keer dat je een lastig gesprek ontwijkt, bouw je een schuld op – eentje die later met rente moet worden terugbetaald. Problemen lossen zichzelf niet op, en tijd heelt niks als het om relaties gaat. Kleine scheurtjes repareer je onderweg, zodat je later geen grote breuken hoeft te lijmen. Hoe eerder je het gesprek aangaat, hoe minder schade er te herstellen valt.

                        35. Nee

                        Hoe meer je weigert, hoe meer je bereikt. Ik ben zo echt anders naar vragen gaan kijken en zeg heel veel vaker ‘nee’. De grootste denkers en ondernemers zeggen het zelf: focus komt van wat je níét doet. Steve Jobs, Warren Buffett, en Richard Feynman – allemaal maakten ze ‘nee’ zeggen tot hun superkracht. Nee tegen afleiding, nee tegen nutteloze meetings, nee tegen projecten die niet bijdragen aan hun échte doel. Elke ‘nee’ die je uitspreekt, is een ‘ja’ tegen wat écht belangrijk is.

                        36. Handgeschreven: klein gebaar, grote impact.

                        In een wereld vol e-mails en appjes is een handgeschreven brief of kaart iets bijzonders. Het kost net iets meer moeite, maar juist daardoor valt het op. Een persoonlijk geschreven bedankje of felicitatie voelt oprechter en blijft langer hangen. Misschien ouderwets, maar sommige dingen verdienen een comeback. Ik stuur minimaal één per week.

                        37. Power of Postits

                        Ik werk graag met klanten aan de Post-its. Geen digitale schermen, geen afleiding – gewoon ideeën uit het hoofd en op papier. Dit zet de prefrontale cortex echt aan het werk, dwingt tot nadenken en zorgt voor scherpere inzichten. Ouderwets? Misschien. Maar het werkt.

                        38. Broaden and build

                        Ik probeer nooit te klagen. Niet omdat alles perfect is, maar omdat het niets oplevert. Klagen vernauwt je blik, dankbaarheid opent ‘m. Hoe meer je focust op wat wél goed gaat, hoe meer ruimte er ontstaat voor groei. Succes zit niet in het behalen van een doel, maar in hoeveel je onderweg uitbreidt – in kennis, perspectief en mogelijkheden. Dus in plaats van klagen over wat ontbreekt, kies ik ervoor om te bouwen op wat er al is.

                        “Life is really simple, but we insist on making it complicated.” – Confucius

                        Wordt AI ooit zo slim en veelzijdig als een mens? Of is dat het al?

                        Wordt AI ooit zo slim en veelzijdig als een mens? Of is dat het al?

                        Het idee van kunstmatige intelligentie die net zo slim en veelzijdig is als een mens klinkt als iets uit sciencefiction. Maar met de razendsnelle vooruitgang in AI stellen steeds meer experts de vraag: hoe lang duurt het nog voordat we kunstmatige algemene intelligentie (AGI) bereiken? Het punt waarop een AI zelfstandig kan redeneren, nieuwe concepten kan bedenken en zich net zo flexibel kan aanpassen als wij. In dit artikel duik ik er in.

                        Toen ik laatst met mijn vader (69, amateur schaker) een discussie had over AI, hadden we het al snel over Garry Kasparov. Kasparov was in de jaren ’90 schaakgrootmeester en had wereldwijd faam door zijn manier van spelen en uiteraard alle wedstrijden die hij won. Maar in 1997 gebeurde er iets wat de wereld op zijn kop zette: hij verloor van Deep Blue, de supercomputer van IBM. Voor het eerst werd een wereldkampioen schaak verslagen door een computer, iets wat velen voor onmogelijk hielden. Kasparov was verbijsterd en zei later: “Ik voelde een soort intelligentie, een geest in de machine.”

                        Toch was Deep Blue geen ‘AGI’, zoals we dat nu omschrijven. De supercomuter kon alleen schaken. Maar het moment markeerde een keerpunt: technologie begon taken beter uit te voeren dan mensen. Dat zette een discussie in gang over waar de grenzen van kunstmatige intelligentie liggen. Vandaag de dag zie ik hetzelfde weer gebeuren, maar nu met AI-systemen die niet alleen één spel winnen, maar hele industrieën op z’n kop zetten.

                        Wanneer krijgen we AGI?

                        De voorspellingen over wanneer we AGI krijgen, lopen heel sterk uiteen. Sommige onderzoekers, zoals Dario Amodei van Anthropic, denken dat we rond 2026 al systemen zullen zien die de eerste kenmerken van AGI vertonen. Anderen, zoals AI-pionier Geoffrey Hinton, denken dat we tussen de vijf en twintig jaar nodig hebben. Een ruime marge…

                        Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat we er überhaupt komen. Yann LeCun, de zeer gerespecteerde AI-onderzoeker bij Meta, stelt dat AGI nog tientallen jaren op zich zal laten wachten. Hij denkt zelfs dat het misschien wel nooit echt mogelijk is zoals mensen het zich voorstellen.

                        Demis Hassabis, CEO van DeepMind, is iets voorzichtiger in zijn voorspellingen: “Ik denk dat AI die kan redeneren zoals een mens binnen een decennium mogelijk is, maar het is geen zekerheid. We moeten fundamentele doorbraken blijven maken in ons begrip van intelligentie.”

                        Als we uitzoomen naar de ontwikkelingen vandaag de dag, dan staat het wel vast in mijn optiek dat de ontwikkeling van AI al een enorme impact heeft. Op ons als individu, op organisaties, op hele industrieën. Positief en negatief. Maar of AGI nu snel komt of niet, de grenzen van wat AI kan, worden steeds verder opgerekt.

                        Van smalle AI naar algemene intelligentie

                        De AI-systemen die we vandaag de dag gebruiken, zoals GPT-4 en Gemini, zijn indrukwekkend veelzijdig. Ik verbaas me steeds weer over hoe de LLMs mijn dagelijkse werk ongekend ondersteunen en versterken. Maar de modellen zijn nog steeds gespecialiseerd. Ze kunnen teksten genereren, code schrijven en afbeeldingen creëren, maar ze werken allemaal binnen een duidelijk afgebakend kader. Een taalmodel zoals GPT kan geen complexe financiële analyses maken zoals een AI van Bloomberg. De AI van McKinsey kan geen kunstmatige muziek componeren of medische scans analyseren.

                        AGI zou al deze vaardigheden in één systeem moeten kunnen combineren. Een AI die net zo flexibel is als een mens zou kunnen leren van ervaringen, zich zelfstandig aanpassen aan nieuwe problemen en taken uitvoeren waarvoor het nooit expliciet getraind is.

                        Dat is een enorme stap verder dan de AI die we nu hebben. Sam Altman, CEO van OpenAI, noemt AGI “de ultieme technologische sprong” en zegt: “Zodra we AGI bereiken, wordt het de krachtigste tool die de mensheid ooit heeft gehad.”

                        Maar waar staan we nu in de AGI race?

                        Hoewel AGI in mijn optiek echt nog toekomstmuziek is, zien we nu al AI-systemen die taken uitvoeren die tot voor kort onmogelijk leken.

                        AI-modellen zoals GPT-4 en Gemini kunnen complexe examens beter maken dan de meeste mensen. OpenAI’s GPT-4 scoorde in de top 10% op het Uniform Bar Exam voor juristen in de VS en DeepMind’s Med-PaLM kan medische vragen beantwoorden op het niveau van een ervaren arts. Deze systemen slagen niet alleen in het geven van correcte antwoorden, maar kunnen ook redeneren over complexe vraagstukken, patronen ontdekken in data en zelfs hypotheses vormen.

                        AI’s vermogen om zelfstandig problemen op te lossen en verbanden te leggen groeit met elke versie. AlphaFold, een doorbraak van DeepMind, voorspelde de 3D-structuur van bijna alle bekende eiwitten—een probleem waar wetenschappers zoals mijn broertje decennialang mee worstelden. Dit toont in mijn optiek aan dat AI al functioneert als een intelligent systeem dat verder gaat dan simpele patroonherkenning.

                        Geoffrey Hinton, een van de grondleggers van deep learning, zegt: “We zijn aangekomen op een punt waar AI begint te leren zoals mensen leren. Dat is zowel spannend als zorgwekkend.”

                        Maar ondanks deze vooruitgang zijn AI-modellen nog steeds beperkt. Ze missen een eigen motivatie, kunnen geen abstracte concepten ontwikkelen zoals mensen dat doen en zijn afhankelijk van enorme hoeveelheden trainingsdata. Dit maakt de stap naar AGI nog steeds complex.

                        Wat is de volgende stap in de AGI-ontwikkelingen?

                        Als we kijken naar de uitdagingen en huidige ontwikkelingen van de modellen, dan blijft AGI in mijn optiek voorlopig nog een ambitieus doel. Kijk naar allerlei technologieën die in de afgelopen eeuw zijn ontstaan. De vooruitgang hiervan ging in geleidelijke stappen: van de gloeilamp tot het internet, van de eerste computer tot smartphones. Maar AGI is in mijn optiek echt een ander verhaal. Het is geen kwestie van kleine verbeteringen; het is een bizarre sprong naar een fundamenteel nieuwe realiteit.

                        Sam Altman, CEO van OpenAI, zei dit afgelopen maand nog: “We zijn nu zeker dat we weten hoe we AGI moeten bouwen.” En niet over tientallen jaren, maar mogelijk al binnen de presidentstermijn van Trump; dus 3,5 jaar. Zijn voorspelling is geen sciencefiction meer. De rekencapaciteit, de modellen en de schaalbaarheid laten zien dat de laatste barrières sneller vallen dan verwacht.

                        AGI zal zich niet van de ene op de andere dag aandienen, maar de eerste systemen die er sterk op lijken, komen nu al in zicht. Als de voorspellingen kloppen, dan zal het niet lang meer duren voordat we ons in mijn optiek moeten afvragen: hoe gaan we samenwerken met een intelligentie die ons op alle fronten kan overtreffen?

                        The Road to AGI: How Close Are We to Human-Level Artificial Intelligence?

                        The Road to AGI: How Close Are We to Human-Level Artificial Intelligence?

                        The idea of artificial intelligence being as smart and versatile as a human being sounds like science fiction. But with the rapid pace of AI development, more and more experts are asking: how long will it take before we reach Artificial General Intelligence (AGI)? The moment an AI can reason independently, invent new concepts, and adapt as flexibly as we do. In this article, I dive into that question.

                        Recently, I had a discussion about AI with my father (69, amateur chess player), and before long we were talking about Garry Kasparov. In the 1990s, Kasparov was a world-renowned chess grandmaster, famous for his playing style and numerous victories. But in 1997, something happened that shocked the world: he lost to IBM’s supercomputer Deep Blue. For the first time, a world chess champion was defeated by a computer—something many had thought impossible. Kasparov was stunned and later said: “I felt a new kind of intelligence, a spirit in the machine.”

                        Yet Deep Blue wasn’t what we’d now call AGI. The supercomputer could only play chess. But the moment marked a turning point: technology began outperforming humans at specific tasks. It sparked a debate about the limits of artificial intelligence. Today, I see the same discussion flaring up again—but now it’s not just about winning a game, but disrupting entire industries.

                        When Will We Have AGI?

                        Predictions on when we’ll achieve AGI vary widely. Some researchers, like Dario Amodei of Anthropic, believe we’ll see systems with early AGI traits as soon as 2026. Others, like AI pioneer Geoffrey Hinton, think it might take five to twenty years. Quite a margin…

                        But not everyone is convinced we’ll ever get there. Yann LeCun, the highly respected AI researcher at Meta, argues that AGI is still decades away. He even suggests it may never be possible in the way people imagine.

                        Demis Hassabis, CEO of DeepMind, is more cautious in his forecasts: “I think human-like reasoning in AI is possible within a decade, but it’s far from certain. We still need to make fundamental breakthroughs in our understanding of intelligence.”

                        Zooming out, though, it’s clear to me that AI is already having a huge impact—on individuals, organizations, and entire industries. Both positive and negative. Whether AGI arrives soon or not, the boundaries of what AI can do are already expanding rapidly.

                        From Narrow AI to General Intelligence

                        Today’s AI systems, like GPT-4 and Gemini, are impressively versatile. I’m continually amazed by how these LLMs support and amplify my daily work. But these models are still specialized. They can generate text, write code, create images—but all within clearly defined boundaries. A language model like GPT can’t perform complex financial analysis like Bloomberg’s AI. McKinsey’s AI can’t compose music or analyze medical scans.

                        AGI would need to combine all of these skills into one system. An AI as flexible as a human would learn from experience, adapt to new problems, and perform tasks it was never explicitly trained for.

                        That’s a massive leap beyond today’s AI. Sam Altman, CEO of OpenAI, calls AGI “the ultimate technological leap” and says: “Once we reach AGI, it will become the most powerful tool humanity has ever created.”

                        So Where Are We in the AGI Race?

                        While AGI is still a thing of the future in my view, we’re already seeing AI systems perform tasks that were recently thought impossible.

                        AI models like GPT-4 and Gemini outperform most humans on complex exams. OpenAI’s GPT-4 scored in the top 10% on the Uniform Bar Exam for U.S. lawyers, and DeepMind’s Med-PaLM can answer medical questions at the level of an experienced doctor. These systems not only provide correct answers but also reason through complex problems, spot patterns in data, and even generate hypotheses.

                        AI’s ability to independently solve problems and make connections grows with each version. AlphaFold, a breakthrough from DeepMind, predicted the 3D structure of almost all known proteins—a problem researchers, like my younger brother, had struggled with for decades. To me, this proves that AI already functions as an intelligent system, going beyond simple pattern recognition.

                        Geoffrey Hinton, one of the founding fathers of deep learning, says: “We’re reaching a point where AI is starting to learn like humans do. That’s both exciting and worrying.”

                        But despite this progress, AI models are still limited. They lack motivation, can’t develop abstract concepts like humans do, and rely heavily on vast amounts of training data. This makes the leap to Artificial General Intelligence (AGI) complex.

                        What’s the Next Step in AGI Development?

                        Looking at current challenges and developments, AGI remains, in my view, an ambitious goal for now. Think of the technologies we’ve developed over the past century. Progress came in gradual steps—from the lightbulb to the internet, from the first computer to smartphones. But AGI is a different story. It’s not a matter of incremental improvements; it’s a bold leap into a fundamentally new reality.

                        Sam Altman recently said: “We’re now confident we know how to build AGI.” And not decades from now—but possibly within Trump’s next presidential term, meaning in just 3.5 years. His prediction no longer feels like science fiction. The computing power, models, and scalability show that final barriers are falling faster than expected.

                        Artificial General Intelligence  (AGI) won’t arrive overnight, but the first systems that resemble it are already on the horizon. If the predictions are right, it won’t be long before we’ll have to ask ourselves: how do we collaborate with an intelligence that can outperform us in every domain?

                        Wat is AGI? Wordt AI ooit zo slim en veelzijdig als een mens?

                        Wat is AGI? Wordt AI ooit zo slim en veelzijdig als een mens?

                        Het idee van kunstmatige intelligentie die net zo slim en veelzijdig is als een mens klinkt als iets uit sciencefiction. Maar met de razendsnelle vooruitgang in AI stellen steeds meer experts de vraag: hoe lang duurt het nog voordat we kunstmatige algemene intelligentie (AGI) bereiken? Het punt waarop een AI zelfstandig kan redeneren, nieuwe concepten kan bedenken en zich net zo flexibel kan aanpassen als wij. In dit artikel duik ik er in.

                        Toen ik laatst met mijn vader (69, amateur schaker) een discussie had over AI, hadden we het al snel over Garry Kasparov. Kasparov was in de jaren ’90 schaakgrootmeester en had wereldwijd faam door zijn manier van spelen en uiteraard alle wedstrijden die hij won. Maar in 1997 gebeurde er iets wat de wereld op zijn kop zette: hij verloor van Deep Blue, de supercomputer van IBM. Voor het eerst werd een wereldkampioen schaak verslagen door een computer, iets wat velen voor onmogelijk hielden. Kasparov was verbijsterd en zei later: “Ik voelde een soort intelligentie, een geest in de machine.”

                        Toch was Deep Blue geen ‘AGI’, zoals we dat nu omschrijven. De supercomuter kon alleen schaken. Maar het moment markeerde een keerpunt: technologie begon taken beter uit te voeren dan mensen. Dat zette een discussie in gang over waar de grenzen van kunstmatige intelligentie liggen. Vandaag de dag zie ik hetzelfde weer gebeuren, maar nu met AI-systemen die niet alleen één spel winnen, maar hele industrieën op z’n kop zetten.

                        Wanneer krijgen we AGI?

                        De voorspellingen over wanneer we AGI krijgen, lopen heel sterk uiteen. Sommige onderzoekers, zoals Dario Amodei van Anthropic, denken dat we rond 2026 al systemen zullen zien die de eerste kenmerken van AGI vertonen. Anderen, zoals AI-pionier Geoffrey Hinton, denken dat we tussen de vijf en twintig jaar nodig hebben. Een ruime marge…

                        Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat we er überhaupt komen. Yann LeCun, de zeer gerespecteerde AI-onderzoeker bij Meta, stelt dat AGI nog tientallen jaren op zich zal laten wachten. Hij denkt zelfs dat het misschien wel nooit echt mogelijk is zoals mensen het zich voorstellen.

                        Demis Hassabis, CEO van DeepMind, is iets voorzichtiger in zijn voorspellingen: “Ik denk dat AI die kan redeneren zoals een mens binnen een decennium mogelijk is, maar het is geen zekerheid. We moeten fundamentele doorbraken blijven maken in ons begrip van intelligentie.”

                        Als we uitzoomen naar de ontwikkelingen vandaag de dag, dan staat het wel vast in mijn optiek dat de ontwikkeling van AI al een enorme impact heeft. Op ons als individu, op organisaties, op hele industrieën. Positief en negatief. Maar of AGI nu snel komt of niet, de grenzen van wat AI kan, worden steeds verder opgerekt.

                        Van smalle AI naar algemene intelligentie

                        De AI-systemen die we vandaag de dag gebruiken, zoals GPT-4 en Gemini, zijn indrukwekkend veelzijdig. Ik verbaas me steeds weer over hoe de LLMs mijn dagelijkse werk ongekend ondersteunen en versterken. Maar de modellen zijn nog steeds gespecialiseerd. Ze kunnen teksten genereren, code schrijven en afbeeldingen creëren, maar ze werken allemaal binnen een duidelijk afgebakend kader. Een taalmodel zoals GPT kan geen complexe financiële analyses maken zoals een AI van Bloomberg. De AI van McKinsey kan geen kunstmatige muziek componeren of medische scans analyseren.

                        AGI zou al deze vaardigheden in één systeem moeten kunnen combineren. Een AI die net zo flexibel is als een mens zou kunnen leren van ervaringen, zich zelfstandig aanpassen aan nieuwe problemen en taken uitvoeren waarvoor het nooit expliciet getraind is.

                        Dat is een enorme stap verder dan de AI die we nu hebben. Sam Altman, CEO van OpenAI, noemt AGI “de ultieme technologische sprong” en zegt: “Zodra we AGI bereiken, wordt het de krachtigste tool die de mensheid ooit heeft gehad.”

                        Maar waar staan we nu in de AGI race?

                        Hoewel AGI in mijn optiek echt nog toekomstmuziek is, zien we nu al AI-systemen die taken uitvoeren die tot voor kort onmogelijk leken.

                        AI-modellen zoals GPT-4 en Gemini kunnen complexe examens beter maken dan de meeste mensen. OpenAI’s GPT-4 scoorde in de top 10% op het Uniform Bar Exam voor juristen in de VS en DeepMind’s Med-PaLM kan medische vragen beantwoorden op het niveau van een ervaren arts. Deze systemen slagen niet alleen in het geven van correcte antwoorden, maar kunnen ook redeneren over complexe vraagstukken, patronen ontdekken in data en zelfs hypotheses vormen.

                        AI’s vermogen om zelfstandig problemen op te lossen en verbanden te leggen groeit met elke versie. AlphaFold, een doorbraak van DeepMind, voorspelde de 3D-structuur van bijna alle bekende eiwitten—een probleem waar wetenschappers zoals mijn broertje decennialang mee worstelden. Dit toont in mijn optiek aan dat AI al functioneert als een intelligent systeem dat verder gaat dan simpele patroonherkenning.

                        Geoffrey Hinton, een van de grondleggers van deep learning, zegt: “We zijn aangekomen op een punt waar AI begint te leren zoals mensen leren. Dat is zowel spannend als zorgwekkend.”

                        Maar ondanks deze vooruitgang zijn AI-modellen nog steeds beperkt. Ze missen een eigen motivatie, kunnen geen abstracte concepten ontwikkelen zoals mensen dat doen en zijn afhankelijk van enorme hoeveelheden trainingsdata. Dit maakt de stap naar AGI nog steeds complex.

                        Wat is de volgende stap in de AGI-ontwikkelingen?

                        Als we kijken naar de uitdagingen en huidige ontwikkelingen van de modellen, dan blijft AGI in mijn optiek voorlopig nog een ambitieus doel. Kijk naar allerlei technologieën die in de afgelopen eeuw zijn ontstaan. De vooruitgang hiervan ging in geleidelijke stappen: van de gloeilamp tot het internet, van de eerste computer tot smartphones. Maar AGI is in mijn optiek echt een ander verhaal. Het is geen kwestie van kleine verbeteringen; het is een bizarre sprong naar een fundamenteel nieuwe realiteit.

                        Sam Altman, CEO van OpenAI, zei dit afgelopen maand nog: “We zijn nu zeker dat we weten hoe we AGI moeten bouwen.” En niet over tientallen jaren, maar mogelijk al binnen de presidentstermijn van Trump; dus 3,5 jaar. Zijn voorspelling is geen sciencefiction meer. De rekencapaciteit, de modellen en de schaalbaarheid laten zien dat de laatste barrières sneller vallen dan verwacht.

                        AGI zal zich niet van de ene op de andere dag aandienen, maar de eerste systemen die er sterk op lijken, komen nu al in zicht. Als de voorspellingen kloppen, dan zal het niet lang meer duren voordat we ons in mijn optiek moeten afvragen: hoe gaan we samenwerken met een intelligentie die ons op alle fronten kan overtreffen?

                        AI geletterdheid is verplicht voor organisaties vanaf 2025

                        AI geletterdheid is verplicht voor organisaties vanaf 2025

                        AI is nog geen must. Maar AI-geletterdheid? Die wel. Vanaf 2025 wordt het verplicht voor organisaties om ervoor te zorgen dat hun medewerkers AI op de juiste manier gebruiken.
                        Ik merk bij veel organisaties met wie ik aan AI mag werken, dat zij hier totaal nog niet van op de hoogte zijn, dan wel mee aan de slag zijn gegaan. 

                        Wat betekent ‘AI geletterdheid’ in de praktijk? Moet je iedereen een AI-opleiding laten volgen? Moet de receptioniste hetzelfde weten als een data-analist? 


                        AI-geletterdheid betekent dat je begrijpt hoe AI werkt, wat de risico’s zijn en hoe je het verantwoord gebruikt. Niet iedereen hoeft een AI-engineer te zijn, maar wél op zijn of haar eigen niveau de juiste kennis hebben.

                        Een marketeer die AI gebruikt voor advertentiecampagnes, moet weten hoe AI besluit wie welke advertenties ziet. Een HR-manager die AI gebruikt voor sollicitaties, moet begrijpen hoe bias in algoritmes kan leiden tot discriminatie. En een IT’er die AI-systemen beheert? Die moet snappen hoe ze werken, maar ook wat de juridische en ethische kaders zijn.


                        Kort gezegd:
                        iedereen die met AI werkt, moet snappen wat hij of zij doet – en wat de gevolgen kunnen zijn.

                        Waarom wordt AI-geletterdheid verplicht?
                        De Europese AI Act stelt dat bedrijven moeten zorgen voor een ‘toereikend niveau’ van AI-geletterdheid bij hun medewerkers. Dit is geen bureaucratische regel, maar een manier om risico’s te beperken en AI verantwoord in te zetten.

                        Fouten in AI-gebruik kunnen leiden tot:
                        ❌ Discriminatie bij werving en selectie
                        ❌ Foute beslissingen op basis van AI-data
                        ❌ Datalekken en privacyproblemen
                        ❌ Gebrek aan controle over AI-systemen

                        Wie AI slim wil gebruiken, moet weten hoe het werkt. AI-geletterdheid helpt bedrijven innovatiever, veiliger en efficiënter te werken – en voorkomt boetes en reputatieschade.

                        Hoe implementeer je AI-geletterdheid in jouw organisatie?

                        Ik gebruik zelf als ik met organisaties hier aan werk, deze vier stappen.

                        1️⃣ Inventariseren – Wat gebruik je al?
                        Breng in kaart welke AI-tools en systemen binnen je organisatie worden gebruikt. Van geavanceerde AI-modellen tot simpele chatbots. Vraag je af:

                        • Wie gebruikt deze AI-tools?
                        • Waarvoor worden ze ingezet?
                        • Wat zijn de mogelijke risico’s?
                        • Hoe afhankelijk zijn we van AI?

                        2️⃣ Doelen stellen – Wie moet wat weten?
                        Niet iedereen hoeft hetzelfde te leren. Bepaal per functie welke AI-kennis nodig is. Denk aan:

                        • Basiskennis AI voor iedereen
                        • Geavanceerde training voor IT & data-teams
                        • Ethische en juridische kennis voor HR en management
                        • Praktische AI-tools en toepassingen per afdeling

                        3️⃣ Uitvoeren – Hoe zorg je voor AI-geletterdheid?
                        Maak AI-geletterdheid onderdeel van je bedrijfsstrategie:

                        • Organiseer interne trainingen en workshops
                        • Zorg voor certificeringen en e-learningmodules
                        • Laat externe experts AI-geletterdheidssessies geven
                        • Stel een AI-officer aan die toezicht houdt op AI-gebruik

                        Belangrijk: AI-geletterdheid is geen statisch doel. AI ontwikkelt zich razendsnel, dus zorg dat je trainingen en kennisupdates regelmatig vernieuwt.

                        4️⃣ Evalueren – Blijven verbeteren
                        AI-geletterdheid is een continu proces. Zorg voor een cyclus van:

                        • Regelmatige kennischecks en updates
                        • Feedback van medewerkers over AI-tools
                        • Een AI-beleid dat meegroeit met de technologie
                        • Periodieke audits om te zien of iedereen nog op niveau is

                        AI verandert, en jouw organisatie moet meebewegen. Door AI-geletterdheid te monitoren en te blijven verbeteren, blijf je future-proof.

                        Wat als je dit niet regelt?
                        Vanaf augustus 2025 kan de Autoriteit Persoonsgegevens AI-geletterdheid meenemen in handhavingsbesluiten. Dat betekent: als jouw bedrijf AI verkeerd gebruikt en dat leidt tot fouten of datalekken, kun je een boete of andere sancties verwachten. Geen actie ondernemen is dus een groot risico.

                        Mijn wekelijkse

                        Shot inspiratie

                        Elke week ontvangen 400+ mensen een shot deep-tech inspiratie. Ook ontvangen? Schrijf je hier rechts gratis in.

                        Ik spam nooit en gebruik het mailadres
                        alleen voor deze nieuwsbrief.

                        Copyright © 2026 Jan Scheele

                        Ook elke week een shot deeptech inspiratie?

                        Meld je aan om elk weekend een gratis shot inspiratie te ontvangen in de mailbox.

                        Ik spam nooit en gebruik het mailadres
                        alleen voor deze nieuwsbrief.

                        Paid Search Marketing
                        Search Engine Optimization
                        Email Marketing
                        Conversion Rate Optimization
                        Social Media Marketing
                        Google Shopping
                        Influencer Marketing
                        Amazon Shopping
                        Explore all solutions