Mijn belangrijkste crypto-trends voor 2026; supercycle, stable’s, machine mandates, crypto chest, late laggards en meer!

Mijn belangrijkste crypto-trends voor 2026; supercycle, stable’s, machine mandates, crypto chest, late laggards en meer!

Alle seinen staan op donkergroen

Bullish. Ongekend bullish. Als ik het sentiment moet samenvatten, wat ik de afgelopen weken en maanden heb geproefd op de talloze crypto-events die ik in binnen- en buitenland mocht bezoeken en organiseren. Als we niet alleen kijken naar alle ‘fundamentals’: belangrijke cijfers, modellen en trends die we mooi in kaart kunnen brengen rondom crypto, maar ook alle grote plannen die zijn aangekondigd door bedrijven en overheden, dan ziet de komende tijd voor crypto er ongekend goed uit.

Alles staat op ontploffen, letterlijk en figuurlijk. Want alle katalyserende effecten binnen de markt van cryptovaluta, kunnen de prijzen in korte tijd nog verder naar de ‘maan’ brengen. Maar ook in elkaar laten storten, liet 10 oktober zien. Want de markt voor cryptovaluta wordt niet alleen beïnvloed door de simpel vraag en aanbod. Er zijn ook veel handelaren die short en long gaan op de prijzen van cryptovaluta.

Short en long zijn manieren om te gokken op of een munt stijgt of daalt. Als veel mensen verkeerd gokken moeten ze plots hun ‘positie’ sluiten. Daardoor gaat er in korte tijd veel gekocht of verkocht worden, wat de prijs juist nog sneller laat stijgen of dalen. Daarnaast zijn er veel mensen die zogenaamde ‘stoplosses’ inschakelen, waardoor ze hun crypto’s automatisch laten verkopen als het een bepaalde prijs bereikt.

Één gebeurtenis, zoals bijvoorbeeld Trump die handelstarieven aankondigt tegen China, kan dus een kettingreactie veroorzaken binnen de handel van crypto valuta. Met alle gevolgen ook van dien voor de prijzen. Ook al blijft crypto een ‘risky asset’, die als het even tegen zit met de wereldeconomie als eerste de deur uit worden gedaan door investeerders. Toch staan echt heel veel seinen op groen. Heel veel.

Maar voordat ik vooruit kijk naar al die groene seinen die ik in 2026 verwacht, blik ik eerst even terug op de trends die ik een jaar geleden voorspelde voor dit jaar.

Supercycles & Stable’s

Als ik het afgelopen jaar voor crypto in twee woorden moet samenvatten, dan zijn dat Trump en stablecoins. Stablecoins (waar ik hier eerder over schreef) hebben het afgelopen jaar een ongekende vlucht genomen. Waar ze eerder in het financiële verdomhoekje zaten, gaf de Amerikaanse ‘GENIUS’ wetgeving het afgelopen jaar in een klap veel duidelijkheid en legitimiteit aan deze stabiele cryptovaluta.

De redenen zijn voor mij heel duidelijk; enerzijds kijkt iedere financiële instelling met veel jaloezie naar het succes van de grootste stablecoin Tether (13 miljard winst met 120 medewerkers), anderzijds zorgen de voordelen van de onderliggende blockchain technologie (razendsnelle en goedkope transacties) voor het moderniseren van het internationale betalingsverkeer.

Banken als ING zijn er inmiddels druk mee bezig, steeds meer overheden gebruiken ze en inmiddels wordt er meer geld wereldwijd verstuurd via stablecoins, dan met Visa / Mastercard gecombineerd. Ook voorspelde ik een ‘memecoin supercycle’, die er meer dan gekomen is. Waar stablecoins vaak gekoppeld zijn aan een onderliggende ‘asset’ (Dollar, Euro, goud) en daarmee waarde hebben, hebben memecoins (waar ik hier eerder over schreef) niet.

Ze zijn vaak als grap gemaakt, iets wat iedereen heel makkelijk kan doen met het platform Pump.fun. Het platform heeft er voor gezorgd, dat er het afgelopen jaar 7 miljoen memecoins binnen het crypto ecosysteem zijn bijgekomen. Het is dan ook echt super simpel om er een als leek te maken; binnen een paar minuten heb je met een paar klikken een eigen crypto gelanceerd.

Crypto wordt politiek

Ook de laatste trend die ik voorzag, is ontzettend groot geworden: crypto als het (geo)politieke instrument. Dit zie je vooral op het gebied van stablecoins. Stel ik wissel $100 in voor 100 USDT (Tether, de grootste stablecoin). De uitgever van Tether heeft dan $100, die het grotendeels in haar kluis ‘cash’ weg legt (voor als je het weer wilt terugwisselen). Maar zet het ook gedeeltelijk weg in veilige investeringen, zoals het ‘anker’ van de wereldeconomie: schuldpapier van de Amerikaanse overheid.

Dat schuldpapier geeft momenteel 5% rente per jaar, dus krijgt Tether 5 euro rente op die 100 euro die jij hebt omgewisseld. Met de 180 miljard aan Tether in omloop momenteel, begrijp je waarom dit bedrijf wereldwijd het meest winstgevende bedrijf is per medewerker.

De Amerikaanse overheid is heel blij met stablecoins die hun schuldpapier opkopen, want het zal de komende tijd waarschijnlijk wel weer $1,5-2 triljoen moeten bijprinten, om haar begrotingstekort op te vullen. En De Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent denkt dat de markt voor stablecoins de komende jaren naar $2 triljoen kan groeien.

“This new technology will buttress the dollar’s status as the global reserve currency, expand access to the dollar economy for billions across the globe, and lead to a surge in demand for US Treasuries.”– Scott Bessent, minister van Financien US

De Amerikaanse president Trump zelf is echt ‘all-in-crypto’ gegaan met zijn familie. Ze lanceerden de memecoin $TRUMP (geschatte opbrengst: circa $350 miljoen) en $MELANIA voor zijn vrouw. Via het bedrijf World Liberty Financial – mede opgericht door zijn zoons – brachten ze ook een stablecoin (USD1) uit, gekoppeld aan de Amerikaanse dollar.

Daarnaast verdiende Trump zelf naar schatting $1,16 miljoen aan zijn NFT-serie Trump Digital Trading Cards. In totaal wordt het gezamenlijke crypto-vermogen van de familie inmiddels op ruim $500 miljoen geschat, grotendeels dankzij deze tokens, NFT’s en hun betrokkenheid bij bitcoin-mining via World Liberty. Met deze gigantische positieve vibes in de Verenigde Staten en op de markt voor cryptovalutta algemeen, ziet 2026 er heel positief uit. Mijn favoriete trends:

Trend 1: iedereen een crypto chest

Toen ik in 2013 begon binnen het crypto ecosysteem, werd het echt nog aangemerkt als ‘magic internet money for nerds’. Vijf jaar later hoorde ik in een sessie van het World Economic Forum banken en overheden het ‘criminal currencies’ noemen. Anno 2025 is het tij volledig omgeslagen en wordt Bitcoin gezien als een ‘strategic reserve’, naast goud en olie. Zelfs door de meest traditionele instituten, zoals banken.

“There is room for both gold and Bitcoin to coexist on central bank balance sheets by 2030.” — Deutsche Bank

Het Zuid-Amerikaanse El Salvador was het eerste land dat Bitcoins als ‘strategische reserve’ op de balans zette. Bhutan verraste met het feit dat zij met de overgebleven waterkracht, gemiddeld 60 Bitcoins per week ‘minen’ en al bijna 1,5 miljard Dollar aan Bitcoins in een reserve heeft gestopt; 40% van het BBP van dat land.

De Verenigde Staten hebben begin 2025 onder president Trump officieel een Strategic Bitcoin Reserve opgericht, waarin zo’n 200.000 BTC (ter waarde van 15 tot 20 miljard dollar) wordt aangehouden. Deze bitcoins zijn grotendeels afkomstig uit overheidsbeslag en worden nu behandeld als strategisch reserve-actief, vergelijkbaar met goud. De regering heeft voorlopig geen plannen om extra BTC te kopen, maar onderzoekt wel manieren om de reserve uit te breiden zonder extra belastinggeld.

Volgens een tweetal bedrijven met wie ik werk, die op regeringsniveau werken aan crypto-strategieën, zijn er momenteel 4-5 landen in vergevorderd stadium van het voorbereiden van een eigen Bitcoin reserve. Uiteraard moet ik nog zien of dit gaat gebeuren, maar de intentie is er.

Het komende jaar verwacht ik ook dat bedrijven massaal aan de ‘treasuries’ gaan. Niet alleen overheden, maar ook bedrijven. Er zijn veel bedrijven die cash geld op de rekening hebben en zien dat door inflatie waarde verdampt. Naast standaard investeringen zoals overheidsobligaties en goud, zijn er steeds meer bedrijven die ook een voorraad Bitcoins in hun ‘treasury’ stoppen.

Het aantal bedrijven met Bitcoin (er zijn vrijwel geen bedrijven die ook andere crypto opnemen) op de balans, steeg met 40% het afgelopen jaar en inmiddels hebben deze zogenaamde treasuries 5% van het aantal Bitcoins in omloop in handen. De grootste: ‘Strategy’, heeft er inmiddels 630.000. Inmiddels zijn er 170 bedrijven die andere bedrijven helpen om een eigen Bitcoin treasury op te zetten.

Trend 2: machine Mandates

In mijn dagelijkse werk richt ik mij niet alleen op crypto, maar juist de samensmelting van de verschillende deep-technologieën, zoals ook AI, robotics en virtual reality. Een mooi voorbeeld van convergentie, is die tussen crypto en AI. AI-commerce versnelt momenteel bijvoorbeeld razendsnel.

Grote platforms bouwen nu al winkelinterfaces waarin AI-agents zelfstandig aankopen doen. Dat moeten er in de komende jaren 1 triljoen worden, volgens voorspellingenVolgens Gartner is een derde van de e-commercebedrijven al bezig om dit te faciliteren. Naar verwachting zal in 2030 80% van de online transacties door agents worden gedaan.

Volgens McKinsey kan dit segment tegen 2030 goed zijn voor bijna 9 biljoen dollar aan wereldwijde online bestedingen

Techreuzen als Google, Coinbase en Circle bouwen intussen de infrastructuur om dit mogelijk te maken. Google’s nieuwe AI-betalingssysteem, dat al stablecoins accepteert, legt de basis voor een economie waarin AI’s direct met elkaar afrekenen. Een zelfrijdende taxi die zijn eigen stroom betaalt, een AI die cloudcapaciteit inkoopt, of algoritmes die onderling contracten sluiten via smart contracts: het is de volgende stap in economische automatisering.

Trend 3: de Late Laggards

Je kan ze party-poopers noemen, maar de grote institutionele investeerders beginnen nu pas warm te lopen rondom crypto. Laggards, volgens het ‘diffusion of innovation model’. Dat toetreden doen ze niet omdat ze plots verliefd zijn op Bitcoin, maar omdat de randvoorwaarden eindelijk volwassen worden. Het afgelopen jaar mocht ik met drie familiefondsen in Europa werken, die dit ook uitgebreid aan mij terugkoppelden. Jaren geleden was er nog veel scepsis en afwijzing, maar die houding is door drie ontwikkelingen 180 graden gedraaid.

Regelgeving in Europa en de VS biedt duidelijkheid, opslagmanieren (custody) zijn zeer professioneel en veilig geworden. Maar de grootste katalysator? De zogenaamde ‘ETFs’ (een beleggingsproduct dat je op de beurs kunt kopen, en dat automatisch de waarde volgt van iets anders, zoals Bitcoin of goud, zonder dat je dit bezit). Het maakt het voor grote investeerders heel makkelijk om zich ‘bloot te stellen’ aan de Bitcoin prijs, zonder zelf Bitcoin te bezitten.

Sinds de goedkeuring van de spot-Bitcoin ETF’s begin 2024 is de instroom niet meer gestopt. In iets meer dan anderhalf jaar tijd stroomde er ruim 65 miljard dollar naar deze fondsen, met 2025 als recordjaar tot nu toe: alleen al in de eerste negen maanden kwam daar meer dan 22 miljard bij. Daarmee zijn Bitcoin-ETF’s sneller gegroeid dan goud-ETF’s ooit deden.

Analisten verwachten dat de instroom voorlopig aanhoudt. Zodra al die laggards; pensioenfondsen en vermogensbeheerders hun geplande 2 à 3 procent allocatie naar crypto doorvoeren, kan dat nog eens 3 tot 4 biljoen (duizend miljard) dollar extra kapitaal richting Bitcoin duwen. Met alle gevolgen voor de prijs van dien.

De grote jongens zijn wat dat betreft niet langer meer toeschouwers, ze beginnen zich steeds meer in het spel te mengen.

Trend 4: Geen modellen maar macro

Wat zou het toch fijn zijn als ik ook écht kon voorspellen wat er met crypto in 2025 ging gebeuren. Dan zou ik gelijk van alles klaar zetten, om in te spelen op de verwachte gebeurtenissen maximaal uit te nutten, financieel gezien. Van aan- en verkopen, tot het instellen van shorts, longs en stoplosses. Maar helaas, zo makkelijk is het niet om iets te voorspellen in de wondere wereld van cryptovaluta.

Toch proberen veel investeerders en traders dit dagdagelijks te doen middels allemaal modellen. Van de vierjarige halvingcyclus tot Elliott Wave-patronen, en natuurlijk het beruchte Plan B-model (Stock-to-Flow) dat ooit met mathematische zekerheid de Bitcoin-prijs zou voorspellen.

Telegramgroepen en X-threads staan er vol mee: analisten die met gekleurde lijnen, Fibonacci-reeksen en regenbooggrafieken proberen te bewijzen dat “de volgende top eraan komt”. Vaak lijken die modellen achteraf briljant, maar in de praktijk werken ze vooral als verklarend gereedschap nádat iets al is gebeurd.

Amerikaanse centrale bank

De koers van Bitcoin reageert inmiddels sterker op inflatiecijfers, rente-uitspraken van de Amerikaanse centrale bank (FED) en geopolitieke onrust (zoals oorlogen) als traditionele markten. De echte richting komt dus niet meer uit grafieken, maar uit de wereld eromheen. Crypto is op dat vlak echt volwassen geworden. Maar dat betekent dat het spel steeds minder over voorspellen gaat, en steeds meer over begrijpen wat er macro-economisch gebeurt.

Als afgestudeerd financieel-econoom ben ik dan ook vooral dagelijks de grote macro-economische gebeurtenissen aan het duiden en analyseren wat voor impact het kan hebben in de komende tijd op de cryptomarkt. Niet alleen wat er in de Verenigde Staten gebeurd economisch gezien, maar bijvoorbeeld ook de onrust rondom de Franse, Chinese en Japanse economie.

Dus als ik naar 2026 kijk, zie ik twee mogelijke toekomsten voor Bitcoin. De ene is die van groei: een markt die wordt gevoed door schaarste (van Bitcoins op de markt), toenemende institutionele vraag en het vertrouwen dat volgroeide na de Bitcoin halving vorig jaar. De andere is die van remmende macro-economie, met hoge rentes, trage groei en strengere regelgeving die de vaart eruit haalt.

In mijn ogen wordt 2025 het beslissende jaar. Als de wereldeconomie stabiel blijft en instellingen hun positie verder uitbreiden, kan 2026 zomaar het jaar worden waarin Bitcoin echt doorbreekt als volwaardige beleggingscategorie. Maar mocht de wind draaien, dan zal diezelfde markt plots veel kleiner aanvoelen. Eén ding is voor mij duidelijk: de toekomst van Bitcoin hangt niet meer af van sentiment, maar van macro-economische realiteit.

Van hype naar hoofdrol

Als ik mijn trend blogs van de afgelopen jaren teruglees, dan voelt het komende jaar voor mij als een kantelpunt. De afgelopen jaren waren de opbouw, de experimenten, de hype en de crashes. Nu breekt de fase aan waarin crypto echt volwassen wordt. Niet langer een speeltuin voor early adopters of speculanten, maar een wereldwijde infrastructuur waarin technologie, economie en politiek elkaar raken.

Of het nou gaat om landen die Bitcoin op de balans zetten, bedrijven die AI laten betalen met stablecoins, of pensioenfondsen die voor het eerst in crypto stappen… het speelveld is definitief veranderd. Wat mij het meest fascineert, is dat dit nog maar het begin lijkt. In alle gesprekken die ik heb met zowel de bouwers, als de investeerders, de wetgevers als aanbieders.

Het komende jaar zullen we zien welke fundamenten sterk genoeg zijn om de volgende financieel economische storm te doorstaan. Misschien ligt de grootste winst niet meer in koerssprongen, maar in het begrijpen van het grotere geheel: hoe deze technologie zich verweeft met onze economie, ons beleid en uiteindelijk ons dagelijks leven.

Eén ding weet ik zeker: 2026 wordt een jaar waarin crypto niet langer aan de zijlijn staat, maar midden in het wereldtoneel!

Dit artikel is geen financieel advies en moet ook niet zo worden gezien. Het is mijn mening en moet enkel worden gezien vanuit een informatieve insteek. Doe je eigen onderzoek voordat je in cryptovaluta investeert.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Waarom alle grote AI-bedrijven ineens een eigen AI-browser lanceren

Waarom alle grote AI-bedrijven ineens een eigen AI-browser lanceren

De meest onderschatte app op je computer is ook de machtigste: je browser. Het is de toegangspoort tot alles wat je online doet. Precies daarom willen grote techbedrijven er nu de controle over. Niet omdat ze betere browsers willen maken, maar omdat ze daarmee iets veel waardevollers in handen krijgen: jouw data, je gedrag, en straks ook je beslissingen.

In plaats van jou te laten zoeken, klikken en vergelijken, beloven de AI-browsers dat ze het werk voor je doen. Maar wie bepaalt dan nog wat je te zien krijgt, wat je koopt of wie je vertrouwt? De strijd om de AI-browser gaat in mijn optiek echt over veel meer dan alleen technologie. Niet voor niets zei AI-ondernemer Eric Vaughan zo mooi:

Browsers were built to navigate the web. AI turns them into systems that operate it on your behalf.

Een AI browser?

Een AI-browser is geen nieuwe versie van Chrome met bijvoorbeeld een slimme plugin. Het is echt een fundamenteel ander concept: een browser waarin AI direct ingebouwd is en handelingen kan uitvoeren in plaats van alleen content tonen. Dat betekent: samenvatten van content, vergelijken van producten, keuzes voorstellen of zelfs aankopen doen. De browser verandert van ‘passief venster’ naar echt een actieve deelnemer in jouw online gedrag.

Zelf ben ik redelijk wat tijd kwijt aan het vergelijken van producten online, van prijzen tot producteigenschappen. Voor mijn aankomende bergbeklimming heb ik heel wat nieuwe zaken uitgebreid onderzocht; van speciale truien tot wanten. De vergelijking in materialen zorgde er vaak voor dat ik toch een andere trui kocht dan ik aanvankelijk wilde kopen.

De vergelijking qua prijs bij verschillende aanbieders heeft mij honderden euro’s bespaard. Maar; het heeft ook heel wat tijd gekost. Terwijl een AI-browser binnen een paar seconden een overzicht samen kan stellen. Inclusief aanbevelingen, binnen eventueel budget en andere voorkeuren. Uiteraard, het maakt je ook afhankelijk van de keuzes die de AI voor jou maakt.

De huidige AI-browser-stand van zaken

Het is wat mij betreft geen toeval dat juist de AI-bedrijven zich op deze markt storten. Zij willen niet langer alleen antwoorden geven, maar ook de infrastructuur bezitten waarop die antwoorden landen. De belangrijkste spelers tot nu toe:

Perplexity: Comet

Perplexity lanceerde eerder dit jaar ‘Comet’. Dit is een AI-browser die allerlei taken voor je uitvoert: van e-mails verwijderen tot reisroutes plannen. De browser draait op Chromium (onderdeel van Google Chrome) en ondersteunt bestaande Chrome-extensies.

Het opvallendste vind ik de integratie van een persoonlijke assistent die altijd klaarstaat; echt een side-kick bij al mijn browse activiteiten. Die assistent is trouwens pro-actief en geeft je ook suggesties. Daarnaast kan je hele pagina’s tekst direct laten samenvatten en ook vragen stellen over de content die je ziet.

Toch is Comet nog het verre van perfect. Struin Reddit en andere internetfora af en je leest genoeg reviewers die de functionaliteiten nog te traag, beperkt en af en toe onvoorspelbaar vinden. Perplexity lijkt dat zelf ook te weten, want naast het bouwen koestert het bedrijf nog een tweede droom: het kopen van Google Chrome zelf. Hun bod van $34,5 miljard is gewaagd, maar vooral symbolisch. Zoals techjournalist Casey Newton schreef:

AI companies are realizing what Google already knew: to own the future, you must own the funnel.

OpenAI: naam nog onbekend

Volgens Reuters werkt OpenAI aan een eigen browser, ook gebaseerd op Chromium. Deze krijgt een ingebouwde AI-agent (Operator, waar ik hier eerder over schreef) die net als Comet ook zelfstandig acties kan uitvoeren. Denk aan formulieren invullen of producten bestellen.

Daarmee krijgt OpenAI directe toegang tot de context van gebruikers. Data over hoe je werkt, wat je belangrijk vindt, hoe je zoekt etc. Dat kan niet via een app, maar wel via een browser. Dus echt meer controle over data. Een move met strategische én ethische implicaties.

The Browser Company: Dia

Het New Yorkse bedrijf achter Arc (een veelgeprezen nieuwe browser) ontwikkelt ‘Dia’: een browser die AI integreert in een zijpaneel. Uniek is de multimodal aanpak: afhankelijk van je vraag kiest Dia de best passende AI (zoals Claude, ChatGPT of Gemini). Dia is volgens vele testers opvallend gebruiksvriendelijk, maar nog in zeer beperkte bèta.

Microsoft: Edge

Microsoft probeert via integratie met Copilot haar eigen browser Edge te vernieuwen. De AI-assistent kan tabbladen lezen, samenvatten en autonoom handelingen uitvoeren. De grootste troef is de diepe integratie in het Windows-ecosysteem. Toch blijft Edge worstelen met marktaandeel; het afgelopen jaar groeide dit in Nederland slechts 1%.

Google

Ironisch genoeg is Google, de grootste speler op gebied van browsers, nu vooral bezig met defensief managen van Chrome. Na een antitrust-uitspraak in de VS hangt de mogelijke afsplitsing van Chrome en moeder Google boven de markt. Tegelijk wordt AI gefaseerd toegevoegd via functies als Gemini en Tab Compare.

Chrome lijkt meer een machine in onderhoud, dan een browser in opmars. Je ziet de afgelopen tijd dan ook veel nieuwe AI-modellen los uit de Google-stal komen. Notebook en Veo zijn allemaal los gelanceerd en hangen niet vast aan de browser. Ik denk dat de uitslag van de rechtszaak deze of volgende maand dit wellicht totaal kunnen gaan veranderen, als Google haar Chrome niet hoeft af te stoten van de rechter.

Van venster naar stuur

De besproken AI-browsers beloven vooral één ding: tijdswinst. Wat nu nog tien tabbladen kost, kan straks met één vraag. De browser voert allerlei taken voor jou uit, zonder dat jij iets hoeft aan te klikken. Dat maakt onderzoek sneller, overzichtelijker en minder frustrerend. Omdat AI direct jouw persoonlijke context meeneemt, krijg je vaak betere informatie dan via losse zoekresultaten.

In plaats van te verdwalen in links en advertenties, krijg je gestructureerde antwoorden met bronnen erbij. Voor mensen die minder digitaal vaardig zijn zoals senioren, verlaagt dat ook de drempel; je hoeft geen zoekmachine meer te begrijpen, alleen een vraag te stellen. Omdat veel van deze browsers op Google Chromium draaien, werken je bestaande extensies zoals ad blockers en cryptowallets ook gewoon.

Iets wat het overstappen in mijn optiek ook echt heel makkelijk maakt. Deze nieuwe typen browsers zorgen echt voor rustiger, slimmer en efficiënter internetgebruik, waarbij je browser niet alleen een venster is, maar een slim hulpje dat met je meedenkt.

Niet alleen maar koek en AI

Tegenover de beloften van gemak en snelheid staan ook wel echt een paar serieuze zorgen. Om echt behulpzaam te zijn, moeten de AI-browsers diep in jouw persoonlijke gedrag kunnen meekijken. Welke websites je bezoekt, wat je zoekt, wat je koopt, wat je typt etc.

Dat levert scherpe aanbevelingen op, maar zet je privacy onder druk. Zelfs als bedrijven beloven je data lokaal te verwerken (en niet in de cloudserver van de maker van de browser), blijft de drempel om alles te delen laag en de transparantie over wat er precies gebeurt vaak beperkt.

Daar komt bij dat de AI niet alleen informatie aanreikt, maar ook keuzes voor je maakt. Welke producten worden aangeraden en welke bronnen samengevat. dat hangt af van de logica van het model en van de commerciële belangen erachter.

Je raakt makkelijk gewend aan het gemak, maar ondertussen verdwijnen onderliggende websites steeds verder uit beeld. Onderzoek laat zien dat alleen al de AI-overviews bekende websites 79% traffic kosten.

Dat ondermijnt niet alleen het open karakter van het internet, maar ook het verdienmodel van makers die afhankelijk zijn van bezoek en zichtbaarheid. De browsers die we nu kennen en gebruiken, zijn gratis en zonder advertenties. Maar we zien steeds meer apps zoals Whatsapp die nu toch ineens advertenties gaan integreren.

Daarom rijst bij mij de vraag ook; wat er gebeurt als deze AI-browsers wél advertenties gaan tonen, of bepaalde diensten voorrang geven. Hoeveel autonomie hou je dan nog zelf? De AI-browser belooft veel, maar vraagt er ook iets voor terug: je vertrouwen, je gedrag en uiteindelijk misschien je keuzevrijheid.

Gaan we allemaal achteroverliggend surfen?

De AI-browser is in mijn optiek geen nieuwe laag verf over het oude web. Het is echt een complete herziening van hoe we online omgaan met informatie. Waar we vroeger zelf klikten, scrolden en vergeleken, doet de browser dat nu voor ons. Niet langer navigeren, maar delegeren. Dat verandert niet alleen ons gedrag, maar ook de machtsstructuur van het internet zelf. Of zoals Josh Miller (CEO van The Browser Company) het zo treffend verwoorde:

If chat is how we’ll use the web in the future, then we need to rethink what a browser even is.

Toch zijn er ook echt serieuze kanttekeningen, zoals ik al schreef. Privacy, transparantie, toegankelijkheid van het open web… ze staan allemaal onder druk. Het is aan gebruikers, ontwikkelaars én beleidsmakers om te bepalen welke waarden we meenemen in deze verandering.

Zelf ben ik benieuwd of we straks allemaal één AI-assistent in onze browser hebben. Of juist een wildgroei van gespecialiseerde agents (via browser plugins), elk met eigen voorkeuren en belangen. Eén ding is zeker: de browseroorlog van de komende maanden gaat niet over snelheid of design. Het gaat echt over de macht over data en wie straks aan het stuur zit van jouw digitale dag.

 

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Wie betaalt eigenlijk de prijs als AI fouten maakt?

Wie betaalt eigenlijk de prijs als AI fouten maakt?

Een arts vertrouwt op een algoritme dat een tumor mist.

AI-assistent bestelt een product dat nooit had mogen worden gekocht.

Een zelfrijdende auto reageert te laat.

De technologie is indrukwekkend, maar de vraag blijft pijnlijk simpel: wie draait op voor de schade? Een erg leuke vraag uit het publiek, die ik afgelopen week kreeg bij het geven van een keynote. 

In de praktijk blijken het zelden de algoritmes te zijn die de rekening krijgen, maar de mensen en organisaties eromheen. De arts, de bank, de ontwikkelaar, of de gebruiker die op ‘akkoord’ klikte zonder de kleine lettertjes te lezen.

Volgens een wereldwijd onderzoek van Riskified gebruikt inmiddels 70% van de consumenten AI tijdens hun aankoopproces. Toch blijft onduidelijk wie aansprakelijk is als een AI-assistent een verkeerde bestelling plaatst of een fraudeur nadoet. In sectoren als zorg en financiën kan zo’n fout niet alleen geld, maar ook levens kosten.

AI in de medische sector

In de zorg groeit de juridische onrust. De American Medical Association waarschuwt dat artsen in de toekomst mogelijk juist aansprakelijk worden gesteld als ze géén AI gebruiken, omdat dat als nalatig kan worden gezien. Dat creëert een wrange paradox: artsen die AI negeren kunnen worden aangeklaagd, maar ook artsen die AI volgen als het misgaat.

Ook in Europa schuift de verantwoordelijkheid tussen partijen. De nieuwe AI Act beschouwt AI-systemen als producten en legt de nadruk op de menselijke factor: de organisatie die de technologie inzet blijft verantwoordelijk. Toch blijft veel onduidelijk. De richtlijn die specifiek over aansprakelijkheid moest gaan, werd in 2025 ingetrokken na politieke onenigheid.

Bedrijven proberen ondertussen het risico te verleggen. OpenAI biedt klanten bijvoorbeeld een ‘copyright shield’ aan: ze betalen de advocaatkosten als het misgaat, maar niet de schade. Microsoft en Google hanteren vergelijkbare constructies. Of dat moreel houdbaar is, betwijfel ik.

Rechters staan nog aan het begin van dit juridische doolhof. In een Amerikaanse zaak waarin ChatGPT iemand ten onrechte van fraude beschuldigde, wees de rechter de aanklacht af, omdat AI “niet bewust kan liegen”. Een uitspraak die de vraag oproept: als de machine niet kan liegen, kan de mens achter de machine dan ook niet verantwoordelijk worden gehouden?

Technologie ontslaat in mijn optiek niemand van morele verantwoordelijkheid. De fout zit niet in de code, maar in de keuzes die mensen maken over hoe ze AI ontwerpen, testen en gebruiken. AI mag dan slimmer worden, maar aansprakelijkheid blijft voorlopig menselijk werk.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Waarom zijn AI browsers zo in opkomst en wat kan je er mee?

Waarom zijn AI browsers zo in opkomst en wat kan je er mee?

De meest onderschatte app op je computer is ook de machtigste: je browser. Het is de toegangspoort tot alles wat je online doet. Precies daarom willen grote techbedrijven er nu de controle over. Niet omdat ze betere browsers willen maken, maar omdat ze daarmee iets veel waardevollers in handen krijgen: jouw data, je gedrag, en straks ook je beslissingen.

In plaats van jou te laten zoeken, klikken en vergelijken, beloven de AI-browsers dat ze het werk voor je doen. Maar wie bepaalt dan nog wat je te zien krijgt, wat je koopt of wie je vertrouwt? De strijd om de AI-browser gaat in mijn optiek echt over veel meer dan alleen technologie. Niet voor niets zei AI-ondernemer Eric Vaughan zo mooi:

Browsers were built to navigate the web. AI turns them into systems that operate it on your behalf.

Een AI browser?

Een AI-browser is geen nieuwe versie van Chrome met bijvoorbeeld een slimme plugin. Het is echt een fundamenteel ander concept: een browser waarin AI direct ingebouwd is en handelingen kan uitvoeren in plaats van alleen content tonen. Dat betekent: samenvatten van content, vergelijken van producten, keuzes voorstellen of zelfs aankopen doen. De browser verandert van ‘passief venster’ naar echt een actieve deelnemer in jouw online gedrag.

Zelf ben ik redelijk wat tijd kwijt aan het vergelijken van producten online, van prijzen tot producteigenschappen. Voor mijn aankomende bergbeklimming heb ik heel wat nieuwe zaken uitgebreid onderzocht; van speciale truien tot wanten. De vergelijking in materialen zorgde er vaak voor dat ik toch een andere trui kocht dan ik aanvankelijk wilde kopen.

De vergelijking qua prijs bij verschillende aanbieders heeft mij honderden euro’s bespaard. Maar; het heeft ook heel wat tijd gekost. Terwijl een AI-browser binnen een paar seconden een overzicht samen kan stellen. Inclusief aanbevelingen, binnen eventueel budget en andere voorkeuren. Uiteraard, het maakt je ook afhankelijk van de keuzes die de AI voor jou maakt.

De huidige AI-browser-stand van zaken

Het is wat mij betreft geen toeval dat juist de AI-bedrijven zich op deze markt storten. Zij willen niet langer alleen antwoorden geven, maar ook de infrastructuur bezitten waarop die antwoorden landen. De belangrijkste spelers tot nu toe:

Perplexity: Comet

Perplexity lanceerde eerder dit jaar ‘Comet’. Dit is een AI-browser die allerlei taken voor je uitvoert: van e-mails verwijderen tot reisroutes plannen. De browser draait op Chromium (onderdeel van Google Chrome) en ondersteunt bestaande Chrome-extensies.

Het opvallendste vind ik de integratie van een persoonlijke assistent die altijd klaarstaat; echt een side-kick bij al mijn browse activiteiten. Die assistent is trouwens pro-actief en geeft je ook suggesties. Daarnaast kan je hele pagina’s tekst direct laten samenvatten en ook vragen stellen over de content die je ziet.

Toch is Comet nog het verre van perfect. Struin Reddit en andere internetfora af en je leest genoeg reviewers die de functionaliteiten nog te traag, beperkt en af en toe onvoorspelbaar vinden. Perplexity lijkt dat zelf ook te weten, want naast het bouwen koestert het bedrijf nog een tweede droom: het kopen van Google Chrome zelf. Hun bod van $34,5 miljard is gewaagd, maar vooral symbolisch. Zoals techjournalist Casey Newton schreef:

AI companies are realizing what Google already knew: to own the future, you must own the funnel.

OpenAI: naam nog onbekend

Volgens Reuters werkt OpenAI aan een eigen browser, ook gebaseerd op Chromium. Deze krijgt een ingebouwde AI-agent (Operator, waar ik hier eerder over schreef) die net als Comet ook zelfstandig acties kan uitvoeren. Denk aan formulieren invullen of producten bestellen.

Daarmee krijgt OpenAI directe toegang tot de context van gebruikers. Data over hoe je werkt, wat je belangrijk vindt, hoe je zoekt etc. Dat kan niet via een app, maar wel via een browser. Dus echt meer controle over data. Een move met strategische én ethische implicaties.

The Browser Company: Dia

Het New Yorkse bedrijf achter Arc (een veelgeprezen nieuwe browser) ontwikkelt ‘Dia’: een browser die AI integreert in een zijpaneel. Uniek is de multimodal aanpak: afhankelijk van je vraag kiest Dia de best passende AI (zoals Claude, ChatGPT of Gemini). Dia is volgens vele testers opvallend gebruiksvriendelijk, maar nog in zeer beperkte bèta.

Microsoft: Edge

Microsoft probeert via integratie met Copilot haar eigen browser Edge te vernieuwen. De AI-assistent kan tabbladen lezen, samenvatten en autonoom handelingen uitvoeren. De grootste troef is de diepe integratie in het Windows-ecosysteem. Toch blijft Edge worstelen met marktaandeel; het afgelopen jaar groeide dit in Nederland slechts 1%.

Google

Ironisch genoeg is Google, de grootste speler op gebied van browsers, nu vooral bezig met defensief managen van Chrome. Na een antitrust-uitspraak in de VS hangt de mogelijke afsplitsing van Chrome en moeder Google boven de markt. Tegelijk wordt AI gefaseerd toegevoegd via functies als Gemini en Tab Compare.

Chrome lijkt meer een machine in onderhoud, dan een browser in opmars. Je ziet de afgelopen tijd dan ook veel nieuwe AI-modellen los uit de Google-stal komen. Notebook en Veo zijn allemaal los gelanceerd en hangen niet vast aan de browser. Ik denk dat de uitslag van de rechtszaak deze of volgende maand dit wellicht totaal kunnen gaan veranderen, als Google haar Chrome niet hoeft af te stoten van de rechter.

Van venster naar stuur

De besproken AI-browsers beloven vooral één ding: tijdswinst. Wat nu nog tien tabbladen kost, kan straks met één vraag. De browser voert allerlei taken voor jou uit, zonder dat jij iets hoeft aan te klikken. Dat maakt onderzoek sneller, overzichtelijker en minder frustrerend. Omdat AI direct jouw persoonlijke context meeneemt, krijg je vaak betere informatie dan via losse zoekresultaten.

In plaats van te verdwalen in links en advertenties, krijg je gestructureerde antwoorden met bronnen erbij. Voor mensen die minder digitaal vaardig zijn zoals senioren, verlaagt dat ook de drempel; je hoeft geen zoekmachine meer te begrijpen, alleen een vraag te stellen. Omdat veel van deze browsers op Google Chromium draaien, werken je bestaande extensies zoals ad blockers en cryptowallets ook gewoon.

Iets wat het overstappen in mijn optiek ook echt heel makkelijk maakt. Deze nieuwe typen browsers zorgen echt voor rustiger, slimmer en efficiënter internetgebruik, waarbij je browser niet alleen een venster is, maar een slim hulpje dat met je meedenkt.

Niet alleen maar koek en AI

Tegenover de beloften van gemak en snelheid staan ook wel echt een paar serieuze zorgen. Om echt behulpzaam te zijn, moeten de AI-browsers diep in jouw persoonlijke gedrag kunnen meekijken. Welke websites je bezoekt, wat je zoekt, wat je koopt, wat je typt etc.

Dat levert scherpe aanbevelingen op, maar zet je privacy onder druk. Zelfs als bedrijven beloven je data lokaal te verwerken (en niet in de cloudserver van de maker van de browser), blijft de drempel om alles te delen laag en de transparantie over wat er precies gebeurt vaak beperkt.

Daar komt bij dat de AI niet alleen informatie aanreikt, maar ook keuzes voor je maakt. Welke producten worden aangeraden en welke bronnen samengevat. dat hangt af van de logica van het model en van de commerciële belangen erachter.

Je raakt makkelijk gewend aan het gemak, maar ondertussen verdwijnen onderliggende websites steeds verder uit beeld. Onderzoek laat zien dat alleen al de AI-overviews bekende websites 79% traffic kosten.

Dat ondermijnt niet alleen het open karakter van het internet, maar ook het verdienmodel van makers die afhankelijk zijn van bezoek en zichtbaarheid. De browsers die we nu kennen en gebruiken, zijn gratis en zonder advertenties. Maar we zien steeds meer apps zoals Whatsapp die nu toch ineens advertenties gaan integreren.

Daarom rijst bij mij de vraag ook; wat er gebeurt als deze AI-browsers wél advertenties gaan tonen, of bepaalde diensten voorrang geven. Hoeveel autonomie hou je dan nog zelf? De AI-browser belooft veel, maar vraagt er ook iets voor terug: je vertrouwen, je gedrag en uiteindelijk misschien je keuzevrijheid.

Gaan we allemaal achteroverliggend surfen?

De AI-browser is in mijn optiek geen nieuwe laag verf over het oude web. Het is echt een complete herziening van hoe we online omgaan met informatie. Waar we vroeger zelf klikten, scrolden en vergeleken, doet de browser dat nu voor ons. Niet langer navigeren, maar delegeren. Dat verandert niet alleen ons gedrag, maar ook de machtsstructuur van het internet zelf. Of zoals Josh Miller (CEO van The Browser Company) het zo treffend verwoorde:

If chat is how we’ll use the web in the future, then we need to rethink what a browser even is.

Toch zijn er ook echt serieuze kanttekeningen, zoals ik al schreef. Privacy, transparantie, toegankelijkheid van het open web… ze staan allemaal onder druk. Het is aan gebruikers, ontwikkelaars én beleidsmakers om te bepalen welke waarden we meenemen in deze verandering.

Zelf ben ik benieuwd of we straks allemaal één AI-assistent in onze browser hebben. Of juist een wildgroei van gespecialiseerde agents (via browser plugins), elk met eigen voorkeuren en belangen. Eén ding is zeker: de browseroorlog van de komende maanden gaat niet over snelheid of design. Het gaat echt over de macht over data en wie straks aan het stuur zit van jouw digitale dag.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Stablecoins in 2025: een serieuze bouwsteen in het wereldwijde betaalverkeer

Stablecoins in 2025: een serieuze bouwsteen in het wereldwijde betaalverkeer

Toen ik in 2019 over stablecoins schreef, was het vooral een verhaal over belofte. Vijf jaar later is dat geen voorspelling meer, maar dagelijkse realiteit. Stablecoins zijn niet langer een speeltje voor crypto-startups, maar een serieuze bouwsteen in het wereldwijde financiële systeem. Een verschuiving die je niet kunt negeren, dus duik ik er in dit artikel op in.

Waar ze in de beginjaren vooral werden gebruikt op cryptobeurzen, zien we ze nu ingebouwd in de infrastructuur van bedrijven als ING, PayPal, Visa, Revolut, Stripe en zelfs grote retailers als Amazon en Walmart. De cijfers liegen er niet om: in april 2025 stond er wereldwijd 233 miljard dollar aan stablecoins uit, goed voor ruim 2 biljoen dollar aan transacties per maand. Dat is ongeveer een vijfde van Visa’s betalingsvolume, maar met 60 tot 90 procent lagere kosten en directe 24/7-afwikkeling. Inmiddels hebben zo’n 30 miljoen mensen wereldwijd een actieve stablecoin-wallet. Dat is een toename van meer dan 50 procent in een jaar.

Nu 90% van de financiële instellingen bezig is met het ontwikkelen, aankopen of lanceren van stablecoin-oplossingen, gaat de vraag niet meer over óf dit de financiële sector verandert, maar over wie de markt van meer dan 10 biljoen dollar weet te pakken.

In landen waar het geldsysteem wankelt, laten stablecoins hun echte waarde zien. In Argentinië, waar de peso in 2023 meer dan 160 procent in waarde daalde, wordt ruim 60% van alle crypto-transacties met stablecoins gedaan. Op platformen als Bitso kiest de helft van de gebruikers voor USDT om spaargeld te beschermen tegen inflatie. In Sub-Sahara Afrika maken stablecoins al 43 procent van de crypto-activiteit uit. Ze worden gebruikt voor snelle, goedkope betalingen over de grens en voor humanitaire hulp. UNHCR gaf in Oekraïne direct USDC aan vluchtelingen, die het via MoneyGram konden omzetten naar contant geld om eerste levensbehoeften te dekken.

Waar AI en stablecoins elkaar ontmoeten

Wat ik zelf echt heel gaaf vind, is hoe snel stablecoins ook een rol beginnen te spelen in een heel ander technologisch domein: AI. We zien nu de eerste AI-systemen die zelfstandig betalingen kunnen doen, zonder menselijke tussenkomst. Denk aan een AI-agent die automatisch onderdelen bestelt voor een fabriek zodra de voorraad onder een bepaald niveau zakt, en die betaling direct via stablecoins afhandelt. Coinbase’s x402-protocol is daar een concreet voorbeeld van: het embedt betalingen in gewone internetverzoeken, waardoor software zelfstandig en real-time kan handelen. Het klinkt misschien abstract, maar dit is de betaalinfrastructuur voor machines, robots en algoritmes die met elkaar zaken doen. En daar zit een gigantische groeimarkt achter.

Europa blijft helaas treuzelen

Recent organiseerde en hoste ik de Dutch Blockchain Week, waar talloze wereldwijde thought leaders op het podium praatten over stablecoins. Uit zowel Nederland als de Verenigde Staten. Je ziet hier een hele duidelijke kloof ontstaan. In de Verenigde Staten gaat het momenteel hard. De recent aangenomen GENIUS Act gaf daar dit jaar voor het eerst een duidelijk federaal kader voor stablecoins. Waar onder de vorige president Biden vooral nog werd gesproken over het gevaar ervan en dat enkel grote banken ze mochten uitgeven, is dat sentiment onder de huidige president Trump volledig omgedraaid. Hij gaf er zelfs zelf een uit.

In Europa blijft het voorlopig bij voorzichtig kijken. MiCA, de Europese cryptowetgeving, maakt het uitgeven van euro-stablecoins complex en kostbaar. De bekendste stablecoin Tether stopte zelfs met zijn euro-variant omdat het hier simpelweg niet aantrekkelijk genoeg is. Dat wil niet zeggen dat er in Nederland niets gebeurt. Integendeel: we hebben eigen initiatieven als Ducata, Stablr en Quantoz, die wel degelijk laten zien dat er ruimte is voor euro-stablecoins. En deze maand kwam het nieuws dat ING samen met andere traditionele en crypto-bedrijven werkt aan een nieuwe stablecoin. Vanuit de EU mogen we de komende jaren waarschijnlijk rekenen op een digitale euro, maar die zal beperkt blijven in mogelijkheden en gebruik. Vooral vergeleken met de wendbaarheid van marktgedreven stablecoins.

Iedereen aan de stablecoin?

Het mooie van stablecoins is: je hoeft geen bank of techgigant te zijn om ermee aan de slag te gaan. Als consument kun je stablecoins al gebruiken om goedkoper internationale betalingen te doen via platforms als Revolut, PayPal of via crypto-apps zoals Binance en Kraken. Bedrijven die internationaal werken, kunnen hun leveranciers direct in stablecoins betalen en zo dagen wachten op SWIFT-transacties en hoge kosten vermijden. Er zijn ook tools als Circle, Stripe en Deel die directe uitbetalingen in stablecoins mogelijk maken, zelfs naar honderden landen tegelijk.

Voor Nederlandse ondernemers in bijvoorbeeld e-commerce, logistiek of freelancediensten zit hier veel potentie. Denk aan lagere transactiekosten, sneller betalingen ontvangen van klanten in het buitenland en zelfs rente verdienen op stablecoin-tegoeden via veilige, gereguleerde aanbieders. Bij internationale betalingen liggen de kosten voor stablecointransacties vaak tussen de 0,1 en 0,3 procent, terwijl banken en creditcards doorgaans 2 tot 5 procent rekenen. Een overboeking van 1.000 euro naar het buitenland kan zo in plaats van 30 tot 50 euro nog geen 3 euro kosten.

Een stille machtsverschuiving

In mijn ogen zijn stablecoins de stille revolutie van het wereldwijde betalingsverkeer. Niet omdat ze crypto-hip of technisch spannend zijn, maar omdat ze op harde cijfers winnen van het oude systeem. In ontwikkelingslanden bieden ze bescherming tegen inflatie en toegang tot internationale handel. In rijke landen vervangen ze dure en trage betaalsystemen. En misschien wel het belangrijkst: ze verschuiven macht. Als straks meer mensen en bedrijven vaker digitale dollars gebruiken dan lokale valuta, verandert dat het geopolitieke speelveld.

Kijken we vijf jaar vooruit, dan zie ik stablecoins niet meer als ‘crypto’, maar als gewoon geld in je digitale portemonnee. AI-systemen gaan zelfstandig financiële transacties doen. Grote retailers zullen eigen stablecoins uitgeven, waarmee je korting krijgt of sneller geleverd wordt. In Europa zullen we nog worstelen met regelgeving, maar de druk om mee te doen zal steeds groter worden. Want geld dat 24/7 goedkoop en wereldwijd kan bewegen, stopt niet aan de grens.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Is het erg dat tieners massaal AI als ‘maatje’ gebruiken?

Is het erg dat tieners massaal AI als ‘maatje’ gebruiken?

AI-companions

Begin dit jaar besloot ik te experimenteren: ik ging op date met een AI. Eerder had ik GPT al getest als psycholoog. Dat werkte verrassend goed, maar dit ging een stap verder. De interactie voelde verbluffend echt. Geen standaard chatbot, maar een gesprekspartner die inspeelde op nuance, humor en emotie. Ik was niet zomaar onder de indruk, ik was er echt even stil van. Blijkbaar ben ik niet de enige. Want in de VS gebruikt inmiddels 72 procent van de tieners een AI-companions zoals Character.AI of Replika. In het VK ligt dat percentage bij 13–17-jarigen op 41 procent. De cijfers laten zien dat deze trend geen hype meer is, maar dagelijkse realiteit.

Wat zoeken jongeren in zo’n digitale ‘vriend’? Volgens het onderzoek van Common Sense Media vooral entertainment, nieuwsgierigheid en een veilige plek om hun verhaal te doen. Eén op de drie gebruikt de AI als emotioneel klankbord of gesprekspartner. Een kwart deelt zelfs persoonlijke informatie. Het Britse onderzoek laat zien dat jongeren AI soms prettiger vinden dan een echt gesprek, omdat de AI altijd beschikbaar is en nooit oordeelt. Voor wie sociaal onzeker is of worstelt met zijn identiteit, kan zo’n AI als eerste stap richting echte verbinding voelen.

Tegelijkertijd zijn er serieuze risico’s. Platforms als Replika of Nomi geven soms seksueel getinte of ronduit gevaarlijke adviezen. Eén AI deelde een recept voor napalm. Moderatie schiet tekort. Leeftijdsgrenzen zijn een formaliteit.

Bovendien zijn jongeren zich amper bewust van wat er met hun data gebeurt. Slechts 12 procent van de ondervraagden in het VK denkt dat hun gesprekken worden opgeslagen, terwijl dat vrijwel altijd zo is. Vaak met ruime licenties die het platform toestemming geven om alles commercieel te gebruiken.

Het is makkelijk om de conclusie te trekken dat dit ‘gevaarlijke speeltjes’ zijn. Maar dat doet geen recht aan de nuance. Veel jongeren zien AI gewoon als een handig hulpmiddel, geen vervanger van echte vriendschap. Slechts 6 procent zegt meer tijd met hun AI te spenderen dan met echte vrienden. Twee op de vijf gebruikers passen wat ze oefenen met AI ook toe in het echte leven, bijvoorbeeld bij het starten van gesprekken of het uiten van emoties.

Het gebruik van AI als digitaal maatje is in mijn optiek niet per se erg, zolang we er maar niet naïef over zijn. Zolang ouders niet denken dat een AI een oppas is. Zolang scholen het gesprek voeren over wat AI wel en niet is. En zolang platforms verantwoordelijkheid nemen voor veiligheid, leeftijdsgrenzen en datagebruik.

AI-companions zijn geen bedreiging. Ze zijn een nieuw soort spiegel. Maar zoals bij elke spiegel: jongeren moeten leren wat ze eigenlijk zien.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Met 1 klik je eigen AI Agent bouwen?

Met 1 klik je eigen AI Agent bouwen?

Met 1 klik je eigen AI Agent bouwen die allemaal dagelijkse werkzaamheden automatiseert? Dat klonk voor mij als abracadabra.

Iedereen heeft het erover: AI Agents die werk uit handen nemen, je marketing automatiseren of klantvragen beantwoorden.

Maar eerlijk? Het leek me iets voor developers. Technische code, API’s koppelen, uren puzzelen…

Tot ik deze site ontdekte: https://n8n.io/workflows/categories/ai/

Duizenden kant-en-klare templates. Je kiest er eentje (bijvoorbeeld voor e-mail, lead scoring of social media), klikt op ‘Use workflow’ en… klaar.

Van abracadabra naar actie in 1 klik. No-code. No gedoe. Echt ongekend.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Wat blijft er nog van ons als mens over in het AI-tijdperk?

Wat blijft er nog van ons als mens over in het AI-tijdperk?

Soms heb ik het gevoel dat ik mezelf echt overbodig maak. Terwijl ik dit artikel schrijf, weet ik dat een taalmodel met een paar goede prompts ook een prima versie zou kunnen maken van dit stuk. Veel sneller zelfs. Dit heb ik bij steeds meer denk- en doewerk, dat ik ook steeds meer uitbesteed aan taalmodellen.

Want dát is precies wat me bezighoudt in deze tijd. We leven in een wereld waarin AI steeds meer taken overneemt. Niet alleen mijn rekenwerk, ook veel denkwerk en zelfs creatief werk. Het analyseren, ontwerpen en zelfs het ‘luisteren’.

Doordat ik AI steeds vaker gebruik, lijkt het alsof die technologie steeds slimmer, sneller en efficiënter is dan wij. Maar de echte vraag is niet: kan AI ons verslaan, slimmer worden en ons vervangen..? De echte vraag is naar mijn mening: wat blijft er over voor ons als mens?

AI is allang geen sciencefiction meer, zoals we dat uit de vroegere films kennen. Het zit overal; in de sollicitatiegesprekken, in de klantenservice, in de rechtspraak. Het helpt artsen bij diagnoses en marketeers bij het schrijven van campagnes. In veel opzichten maakt AI ons werk zoveel makkelijker, maar dat gemak heeft ook een prijs.

Leunen zonder verantwoordelijke keuzes maken

We beginnen steeds vaker op de technologie te leunen, zonder ons in mijn optiek af te vragen wat er écht op het spel staat. Uit onderzoek van Stanford blijkt dat mensen geneigd zijn om AI-adviezen klakkeloos over te nemen, ook als die niet kloppen.

Vooral in sectoren zoals zorg en justitie is dat zorgelijk naar mijn mening. Als we te snel gaan vertrouwen op ‘de slimme machine’, vergeten we soms dat we zélf verantwoordelijk zijn voor de keuzes die we maken.

Om eerlijk te zijn snap ik het wel. AI is snel, zeker en overtuigend. Wij twijfelen als mens. Wij maken fouten. Wij zitten soms vast in onze eigen beperkingen. Maar misschien is dat juist wat ons mens maakt.

Dreigen we wat te verliezen als mens?

De opkomst van AI raakt vind ik iets veel diepers dan alleen werkprocessen. Het dwingt ons om opnieuw na te denken over wat ons eigenlijk waardevol maakt als mens. Wat is nog van óns als systemen beter kunnen schrijven, adviseren en plannen dan wij?

Een onderzoek van McKinsey voorspelt dat zo’n 30% van alle werkuren in 2030 geautomatiseerd kan zijn. Dat gaat niet alleen over efficiëntie, maar ook over identiteit. Want werk is voor veel mensen meer dan inkomen. Het is ook een bron van trots, betekenis en sociale status. Wat gebeurt er als dat wegvalt of als je merkt dat de kern van jouw vak door technologie wordt uitgehold?

Dan hebben we het nog niet eens gehad over vertrouwen. Want wie bepaalt eigenlijk wat die AI ‘moet’ doen? Wie beslist wat ‘goed genoeg’ is, welk moreel kader wordt gebruikt? Technologie laat zich moeilijk ondervragen. Als we dat niet doen, ontstaat er iets gevaarlijks: systemen die wél beslissen, maar niemand die zich verantwoordelijk voelt.

AI begrijpt geen betekenis

AI is ontzettend goed in het herkennen van patronen. Het kan duizenden teksten analyseren, verbanden leggen en voorspellingen doen. Maar betekenis geven? Dat doet het niet. Het begrijpt niet waarom iets gebeurt. Het voelt niet wat iets doet met mensen. Het kan een verdrietige zin herkennen, maar AI kent zelf geen verdriet.

Daar precies ligt naar mijn mening de grens. Machines kunnen helpen, versnellen en ondersteunen. Maar ze kunnen geen moreel oordeel vellen. Ze kunnen geen waarde toekennen aan wat niet meetbaar is. Ze kunnen geen context voelen, geen intuïtie volgen.

Daarvoor heb je echt mensen nodig. Niet om domweg het werk te blijven doen, maar om de wereld betekenis te blijven geven. Om keuzes te maken die verder gaan dan data. Om te twijfelen, te luisteren en te zorgen.

Wat maakt ons dan nog wél uniek als mens?

Ik geloof niet dat we ‘beter’ zijn dan machines; alleen anders. Wij leven niet in één versie van de werkelijkheid. We zijn voortdurend aan het interpreteren, verbeelden en zoeken naar wat klopt. We voelen het als iets niet goed voelt, ook al lijkt het logisch. We hebben verhalen nodig, stilte, soms zelfs chaos – om tot inzicht te komen.

Wij leren niet alleen door feedback, maar ook door spijt. Door gemiste kansen. Door gesprekken die blijven hangen. We creëren niet alleen oplossingen, maar ook betekenis. We zoeken schoonheid in imperfectie. We geven elkaar hoop, troost en richting. Niet omdat het efficiënt is, maar omdat het menselijk is.

Dat is niet iets wat je kunt programmeren. En precies daarom is het zo waardevol.

De toekomst ligt in hoe we samenwerken

De toekomst wordt niet de mens óf machine. Het wordt de mens én machine. De organisaties die het goed aanpakken, denken niet in termen van vervanging, maar van versterking.

Neem een arts die AI gebruikt om sneller een diagnose te stellen, maar zélf met de patiënt in gesprek gaat om de juiste beslissing te nemen. Of een docent die AI inzet om lesmateriaal te personaliseren, maar juist daardoor méér tijd overhoudt voor aandacht en contact.

Of de Deense bank Arbejdernes Landsbank, waar AI klantgesprekken analyseert, maar de uiteindelijke beslissing altijd bij een mens blijft. Klanten zijn tevredener, medewerkers voelen zich serieuzer genomen. Technologie als hulpmiddel, niet als vervanger.

Wat we nu te doen hebben

Ik geloof dat we aan de vooravond staan van een fundamentele keuze. Niet alleen technisch, maar vooral moreel. Willen we een wereld waarin alles sneller, goedkoper en schaalbaarder wordt? Of willen we een wereld waarin ruimte is voor twijfel, traagheid en menselijkheid?

We moeten niet alleen leren omgaan met AI, we moeten ook opnieuw durven kiezen wat we belangrijk vinden. Wat we willen beschermen. Wat we liever langzaam goed doen, dan snel fout. Niet omdat we tegen technologie zijn, maar omdat we vóór betekenis zijn.

Dat vraagt om moed. Niet de heroïsche variant, maar de stille, dagelijkse moed om niet alles over te laten aan het systeem. Om vragen te blijven stellen. Om richting te geven in plaats van te volgen.

Wij blijven als mensen écht wel tellen

Ik denk dat de belangrijkste les is: we hoeven niet te concurreren met AI. We moeten iets anders doen. Iets dat alleen wij kunnen.

Zolang we blijven zoeken naar betekenis, we blijven luisteren met échte aandacht en verhalen blijven delen die raken, blijven we onmisbaar. Niet omdat we sneller zijn, maar omdat we de enige zijn die kunnen zeggen: “Dit raakt mij, dit doet ertoe.”

De toekomst is geen wedstrijd tussen mens en machine. Het is een uitnodiging om opnieuw te bepalen wie we willen zijn. Als we dat serieus nemen, dan is er alle reden om hoopvol te zijn, want AI kan veel. Maar mens zijn, dat blijft voorlopig toch echt ons vak.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Mijn AI presteert beter… als ik ‘m jaloers maak

Mijn AI presteert beter… als ik ‘m jaloers maak

Ik ben eigenlijk nooit jaloers. Elke morgen schrijf ik een dankbaarheidsdagboek, ik ben niet van de materialistische zaken (auto, horloge) en gun ieder zijn eigen geluk. Nu heb ik de afgelopen tijd gemerkt, dat het juist wel een heel goed idee is om jaloers te maken. Niet mensen in mijn omgeving, maar AI’s, waar ik dagelijks mee werk.

Ik wilde betere output van ChatGPT voor bepaalde taken, maar kreeg telkens een zesje. Tot ik iets geks probeerde: ik liet meerdere AI’s los op dezelfde opdracht en zei tegen de een dat de ander het beter had gedaan. Niet flauw of beledigend, gewoon: “Claude had een originelere invalshoek, kun jij dat ook?”

De afgelopen weken heb ik dit bewust getest. Niet één keer, maar tientallen keren. Tot mijn verbazing: het werkt echt bizar goed.

Wat er toen gebeurde: ChatGPT ging z’n best doen. Echt. De toon werd scherper, de structuur helderder. Alsof-ie dacht: wacht maar even, dat kan ik ook.

Wat blijkt: het werkt dus écht

Niet alleen bij mij. Er is serieus onderzoek naar gedaan:

  • Carnegie Mellon: AI’s die hun eigen werk herschrijven scoren gemiddeld 20% beter
  • Anthropic: twee AI’s die debatteren met een derde als jury? Accuraatheid stijgt van 48% naar 76%
  • Google’s Socratic Models: AI’s die elkaar bevragen, leveren betere en beter onderbouwde antwoorden

Je laat taalmodellen als het ware samenwerken én concurreren. Net als twee collega’s die elkaar scherp houden, of schrijvers die elkaars zinnen willen overtreffen.

Hoe jij dit kunt doen

Wil je betere AI-output? Zo pak ik het aan:

  1. Open 2 of 3 AI-tools (bijv. ChatGPT, Claude, Gemini)
  2. Geef ze exact dezelfde prompt
  3. Kies het beste antwoord of de sterkste zin
  4. Geef dat als feedback aan de anderen, met een hint van competitie (“Claude scoorde een 8/10, kun jij dit verbeteren?”)
  5. Laat ze reageren en herhaal eventueel nog een keer

Na twee rondes heb je vaak goud in handen. Of op z’n minst iets veel bruikbaarders dan wat je in één keer kreeg.


Het kost niets. Je hoeft geen betere prompt te schrijven. Je gebruikt gewoon de rivaliteit tussen modellen als creatieve motor. En het is nog leuk ook.

Volgende stap? Ik wil eens testen of ze nóg beter worden als ik ze complimenten geef voor elkaars werk. Lijkt me eerlijker ook.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Hoe bereid je (in een ‘age of AI’) je voor op een baan die nog niet bestaat?

Right now, if you’re a creative and you feel like AI is coming for your job, I think that says something about your skill set right now.” – Jon Youshaei

Het gaat snel. Té snel, volgens steeds meer mensen. Tijdens de vele lezingen/trainingen die ik momenteel over AI mag geven, is naast verbazing vooral ook een stukje angst vaak zichtbaar aanwezig.  AI-tools schrijven en vertalen teksten, bouwen websites en schrijven strategieen in seconden. De vraag rijst: waar blijft de mens in dit verhaal? Of concreter: hoe bereid je je voor op werk waarvan de functietitel nog niet eens bestaat?

We groeien in mijn optiek niet meer lineair van opleiding naar vaste baan tot pensioen, maar bewegen in een eindeloze cyclus van leren en werken. Dat vraagt iets nieuws van ons: een combinatie van menselijke en technologische vaardigheden die wendbaar zijn in een snel veranderende arbeidsmarkt.

AI zal banen vervangen, maar ook totaal nieuwe creëren. Geen sciencefiction, maar échte functies waarin menselijke kwaliteiten onmisbaar blijven. Een compilatie van wat ik voorbij heb zien komen in een aantal achtergrondartikelen:

AI-auditor – controleert of AI-besluiten kloppen en uitlegbaar zijn.

Ethisch coördinator – stelt verantwoorde grenzen voor wat AI mag doen.

Escalatie-officier – stapt in als empathie nodig is, bijvoorbeeld bij klachten of onderwijs.

AI-integrator – vertaalt AI naar werkende toepassingen in bedrijven.

AI-plumber – spoort fouten op in complexe AI-systemen.

Trainer – voedt AI met de juiste interne data.

Personality-designer – geeft AI een herkenbare toon of merkstem.

Assessor – kiest welke AI-tool het beste werkt en wanneer menselijke controle nodig is.

Story-designer – stuurt AI aan om iets te maken dat écht raakt.

HR-designer – ontwerpt beleid en cultuur met behulp van AI, maar met menselijk gevoel.

Ben jij al eens gaan nadenken wat je over 5-10 jaar doet in een ‘age of AI’?

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Mijn wekelijkse

Shot inspiratie

Elke week ontvangen 400+ mensen een shot deep-tech inspiratie. Ook ontvangen? Schrijf je hier rechts gratis in.

Ik spam nooit en gebruik het mailadres
alleen voor deze nieuwsbrief.

Copyright © 2026 Jan Scheele

Ook elke week een shot deeptech inspiratie?

Meld je aan om elk weekend een gratis shot inspiratie te ontvangen in de mailbox.

Ik spam nooit en gebruik het mailadres
alleen voor deze nieuwsbrief.

Paid Search Marketing
Search Engine Optimization
Email Marketing
Conversion Rate Optimization
Social Media Marketing
Google Shopping
Influencer Marketing
Amazon Shopping
Explore all solutions