Een van mijn favoriete trend rapporten is uit. Deze 3 trends springen er echt voor mij uit

Veel AI-nieuws gaat over snellere modellen en nieuwe tools. In het ARK Big Ideas 2026-rapport zie je iets anders: AI verschuift van software naar infrastructuur die hele sectoren herontwerpt. Drie trends sprongen er voor mij echt uit.

1. Agent-native internet: van klikken naar delegeren

ARK beschrijft hoe AI-agents een steeds groter deel van zoeken, vergelijken en kopen gaan overnemen. Niet als losse apps, maar via nieuwe protocollen die zijn gebouwd voor agent-to-agent communicatie en veilige transacties.

Wat ik hier belangrijk aan vind: dit raakt direct aan businessmodellen. Als AI straks beslist wat jij koopt, verschuift concurrentie van zichtbaarheid naar betrouwbaarheid en data-kwaliteit. Veel bedrijven zijn hier strategisch nog totaal niet op voorbereid.

2. AI-native biologie: wetenschap op machinesnelheid

Volgens ARK gaat AI niet alleen kenniswerk versnellen, maar ook laboratoria automatiseren. AI ontwerpt experimenten, stuurt robots aan en leert van elke test. Daardoor wordt medische innovatie goedkoper en veel sneller.

Mijn lezing: dit is misschien wel de meest onderschatte AI-toepassing. Minder hype, maar enorme impact. Hier verschuift zorg van reageren naar voorspellen en voorkomen, met gevolgen voor hoe zorgstelsels, verzekeringen en farmaceuten gaan werken.

3. Slimme pillen voor interne gezondheidsmonitoring

ARK wijst op de opkomst van nieuwe vormen van diagnostiek, waaronder capsules met sensoren die data meten terwijl ze door het lichaam bewegen. Niet als gadget, maar als klinisch instrument voor vroege detectie.

Wat mij hierin raakt: dit brengt data letterlijk naar de bron. Minder momentopnames, meer continue metingen. Dat verandert wat een diagnose überhaupt betekent.

Wat deze drie trends volgens ARK verbindt, is wat zij “The Great Acceleration” noemen: technologieën die elkaar versterken en daardoor veel sneller opschalen dan we gewend zijn. AI versnelt biologie, biologie voedt nieuwe therapieën, infrastructuur maakt grootschalige inzet mogelijk.

Mijn voorspelling, in lijn met het rapport: de grootste AI-impact van de komende jaren zit niet in betere chats, maar in systemen die zelfstandig handelen, wetenschap automatiseren en gezondheid eerder beschermen dan herstellen.

Computer geheugen gemaakt van paddestoelen, planten zien ademen en hersensimulatie eindelijk mogelijk

Een brein in een computer, maar dan als proefmodel

Bij het Jülich Research Centre in Duitsland draaien wetenschappers hersenmodellen op een van de krachtigste supercomputers van Europa. Ze proberen niet een mens na te maken, maar vooral te begrijpen hoe signalen zich door grote netwerken van hersencellen bewegen. Dat helpt bij onderzoek naar aandoeningen zoals epilepsie en Parkinson.
De modellen bevatten al netwerken met tientallen miljarden cellen, vergelijkbaar met delen van de menselijke hersenschors. Toch blijft het een vereenvoudigde versie. Geen gevoelens, geen zintuigen, geen bewustzijn. Wel een veilige manier om te testen wat in echte hersenen niet kan.

Geheugen gemaakt van paddenstoelen

Bij Ohio State University gebruiken onderzoekers shiitake-paddenstoelen als onderdeel van simpele geheugencircuits. De structuren in de schimmel blijken elektrische signalen even vast te houden, een basisvorm van geheugen. In tests konden ze duizenden schakelingen per seconde uitvoeren met zo’n 90 procent nauwkeurigheid.
Dit gaat geen laptops vervangen. Daarvoor is het veel te groot en te langzaam. Toch is het idee interessant: elektronica die groeit, weinig energie kost en geen zeldzame grondstoffen nodig heeft. Voor toepassingen in sensoren of duurzame elektronica kan dit op termijn relevant worden.

Onderzoekers zien planten letterlijk water verliezen

Aan de University of Illinois hebben wetenschappers een systeem gebouwd waarmee ze live kunnen zien hoe kleine openingen in bladeren open en dicht gaan. Tegelijk meten ze hoeveel water en kooldioxide er doorheen stroomt. Dat klinkt klein, maar dit proces bepaalt hoeveel een plant groeit en hoeveel water hij nodig heeft.
Dit is belangrijk voor landbouw in drogere gebieden. Wie precies weet wanneer planten water verspillen, kan gericht zoeken naar rassen die zuiniger zijn. Voorlopig gebeurt dit nog in het lab, niet op het veld, maar het geeft onderzoekers eindelijk een bewegend beeld in plaats van losse momentopnames.

Muziek luisteren via een lolly, digitale nagellak en een hartaanval voorspellen op basis van je slaap

Muziek luisteren via een lolly, digitale nagellak en een hartaanval voorspellen op basis van je slaap

De meest interessante technologie van dit moment zit niet meer in schermen of gadgets. Ze zit in onze slaap, in onze mond en zelfs op onze nagels. Drie voorbeelden die laten zien hoe innovatie steeds persoonlijker en lichamelijker wordt.

Talloze ziekten voorspellen via één nacht slaap
Een nieuwe studie in Nature Medicine laat zien hoe krachtig slaapdata kan zijn. Onderzoekers ontwikkelden SleepFM, een AI-model dat is getraind op meer dan 585.000 uur aan slaapmetingen. Op basis van één nacht slaap kan het model onder andere het risico op dementie, hartfalen en een hartaanval voorspellen, met nauwkeurigheden rond de 80 tot 85 procent. Dat is vaak jaren voordat klachten zichtbaar worden. Tegelijk roept dit voor mij wel vragen op; hoe betrouwbaar zijn zulke voorspellingen op individueel niveau en wat doen we met die kennis? Vroeg weten kan helpen bij preventie, maar kan ook onrust veroorzaken.

Muziek luisteren via een lolly
Een product dat tegelijk absurd en slim aanvoelt: een lolly die muziek afspeelt via botgeleiding. Lollipop Star stuurt trillingen via het kaakbot direct naar het binnenoor, terwijl je een fruitige smaak proeft. Je hoort muziek zonder oordopjes, simpelweg door een lolly in je mond. Het is geen wereldschokkende innovatie, maar wel een mooi voorbeeld van hoe bestaande technologie nieuwe vormen krijgt. De vraag is of dit een gimmick blijft of dat botgeleiding vaker opduikt in onverwachte, alledaagse producten.

Nagellak die van kleur verandert
Met iPolish wordt zelfs nagellak dynamisch. Het concept laat gebruikers digitaal van kleur wisselen zonder opnieuw te lakken. De technologie combineert een speciale toplaag met aansturing via een app, waardoor je nagels zich aanpassen aan je outfit of stemming. Praktisch gezien roept dat vragen op over duurzaamheid, kosten en dagelijks gebruik. Tegelijk past het in een bredere trend waarin mode en technologie steeds meer samenvallen. Flexibel en persoonlijk instelbaar.

De ongemakkelijke waarheid over AI en leiderschap

De ongemakkelijke waarheid over AI en leiderschap

Ook deze maand mag ik weer met een aantal organisaties werken rondom AI. 

Ik zie dat het vaak wordt gepresenteerd als een versneller. In de praktijk zie ik iets anders gebeuren. Niet omdat de technologie tekortschiet, maar omdat ze genadeloos zichtbaar maakt waar organisaties al langer mee worstelen. AI versnelt niet alleen processen, maar ook onzekerheid over vakmanschap, sturing en leiderschap. Juist daarom schuurt het.

Wat me opvalt in gesprekken met leiders en teams, is hoe snel initiatief verschuift. Mensen die eerder aan de zijlijn stonden, bouwen nu in korte tijd prototypes, analyses en plannen. Dat brengt energie en creativiteit. Tegelijk schuift ervaring vaak pas laat aan. Het resultaat oogt overtuigend, maar mist soms stevigheid. Besluiten worden genomen op basis van werk dat technisch klopt, maar inhoudelijk nog niet is doorleefd. Organisaties die hier volwassen mee omgaan, laten ruimte voor verkenning, maar zorgen dat ervaring het laatste woord heeft. Niet om te vertragen, maar om richting te geven.

Diezelfde spanning zie ik terug in hoe AI wordt georganiseerd. Sommige bedrijven trekken alles naar het centrum uit angst voor risico’s. Andere laten iedereen vrij experimenteren in de hoop op versnelling. Beide bewegingen slaan door. Te veel controle smoort initiatief. Te veel vrijheid leidt tot versnippering en vermoeidheid. Wat overeind blijft, is de behoefte aan heldere kaders die beschermen waar het moet en ruimte laten waar het kan.

Ook het idee dat AI automatisch leidt tot plattere organisaties blijkt hardnekkig en misleidend. Formeel verdwijnen lagen, maar in de praktijk neemt de druk toe. Managers krijgen meer mensen onder zich, terwijl het werk complexer wordt en afstemming belangrijker. Zonder herontwerp van hoe werk loopt, ontstaat geen wendbaarheid maar overbelasting. AI werkt hier alleen als het administratieve ballast wegneemt, zodat leiders weer kunnen doen waar ze het verschil maken: richting geven, afwegen en verbinden.

Snelheid speelt in al deze gesprekken een hoofdrol. Iedereen wil vooruit. Tools zijn snel inzetbaar, maar organisaties veranderen niet op commando. Besluiten worden genomen, pilots gestart, maar de uitvoering stokt omdat processen, prikkels en gedrag niet meebewegen. Wat ontbreekt is vaak het besef dat sommige onderdelen juist vertraging nodig hebben. Reflectie, eigenaarschap en het uitdiepen van ideeën laten zich niet forceren. Wat te makkelijk ontstaat, wordt zelden gedragen.

Ten slotte zie ik hoe verandering wordt gestuurd. Soms met stevige top-down druk, soms met het idee dat het vanzelf wel groeit. In het eerste geval ontstaat compliance zonder overtuiging. In het tweede geval losse initiatieven zonder schaal. De beweging komt pas echt op gang wanneer leiders zelf zichtbaar leren, richting geven zonder dicht te regelen en succes niet afmeten aan gebruik, maar aan effect.

Wat deze spanningen gemeen hebben, is dat ze niet verdwijnen. AI dwingt leiders om expliciet te worden over keuzes die lang impliciet waren. Over kwaliteit. Over tempo. Over vertrouwen in mensen.

Organisaties die hier sterk uitkomen, zoeken geen definitieve antwoorden. Ze bouwen het vermogen om bij te sturen terwijl alles in beweging is. Ze zien spanning niet als iets dat opgelost moet worden, maar als een signaal dat richting geeft.

AI vraagt geen perfecte strategie. Het vraagt leiders die het ongemak durven verdragen en daar niet voor weglopen. Precies daar ontstaat vooruitgang.

Technologie neemt geen beslissingen, maar verandert wel wie ze neemt

Technologie neemt geen beslissingen, maar verandert wel wie ze neemt

In de jaren vijftig waarschuwde Herbert Simon, Nobelprijswinnaar en een van de grondleggers van besluitvormingstheorie, voor iets wat destijds futuristisch klonk. Hij stelde dat organisaties steeds vaker beslissingen zouden nemen op basis van systemen en modellen, niet alleen op basis van menselijk oordeel. Wat hem vooral bezighield was niet de technologie zelf, maar wat dat zou doen met verantwoordelijkheid. Wie neemt een besluit als het denkwerk elders plaatsvindt?

Die vraag voelt vandaag opvallend actueel.

Steeds meer AI-systemen doen aanbevelingen, prioriteren opties of handelen zelfs zelfstandig. Niet spectaculair, maar stil en efficiënt. Een algoritme dat sollicitaties voorselecteert. Een systeem dat bepaalt welke klant aandacht krijgt. Een model dat een risico inschat en daarmee de richting van een besluit al vastlegt. Op papier neemt de leider nog steeds het besluit. In de praktijk is de keuze vaak al technisch voorgevormd.

Dat is geen probleem op zich. Het wordt pas spannend als we blijven doen alsof besluitvorming nog hetzelfde werkt als tien jaar geleden.

Veel beslissingen voelen menselijk, maar zijn dat steeds minder. Ze worden beïnvloed door datasets, aannames in modellen en optimalisaties die ooit logisch leken, maar zelden opnieuw ter discussie worden gesteld. De leider komt later in het proces binnen, vaak op het moment dat er nog maar weinig echte keuzevrijheid over is.

Wat hier gebeurt, is geen machtsgreep van technologie. Het is een verschuiving van het beslissingsmoment.

Een eenvoudig denkkader helpt dit te begrijpen: het verschil tussen keuze en kader. Leiders blijven keuzes maken, maar technologie bepaalt steeds vaker het kader waarbinnen die keuzes plaatsvinden. Wat zichtbaar is, wat meetelt, wat logisch voelt. Wie dat kader niet begrijpt of bevraagt, neemt formeel besluiten, maar stuurt inhoudelijk minder dan gedacht.

De positieve kant is duidelijk. Systemen kunnen patronen zien die mensen missen. Ze brengen consistentie, snelheid en schaal. Ze helpen om bias te verminderen en om complexe situaties hanteerbaar te maken. Veel organisaties zouden zonder deze ondersteuning simpelweg vastlopen.

De keerzijde is subtieler. Als het kader verschuift zonder expliciete aandacht, verschuift ook verantwoordelijkheid. Niet omdat leiders die willen afstaan, maar omdat ze zich verplaatsen naar een ander niveau. Van inhoud naar proces. Van afweging naar validatie. Dat voelt veilig, maar het is ook een verschraling van leiderschap.

Het risico zit niet in foute beslissingen, maar in onzichtbare aannames. Wie bepaalt welke data relevant is? Welke waarden zijn ingebouwd in optimalisaties? Wat gebeurt er als efficiëntie structureel zwaarder weegt dan menselijk oordeel? Dit zijn geen technische vragen. Dit zijn leiderschapsvragen.

Wat deze tijd vraagt, is geen afwijzing van technologie, maar hernieuwde aandacht voor waar besluiten echt ontstaan. Niet alleen aan het einde van de keten, maar aan het begin. Daar waar systemen worden ontworpen, gekozen en ingepast in organisaties.

Herbert Simon had gelijk, al kon hij de schaal niet voorzien. Technologie neemt geen beslissingen. Maar ze verandert wel wie ze neemt, en vooral wanneer dat gebeurt.

De vraag voor leiders is daarom niet of ze controle houden, maar of ze nog weten waar die controle begint en eindigt. Dat inzicht bepaalt of technologie een versterking wordt van leiderschap, of een stille verschuiving waar pas later woorden voor worden gevonden.

Mijn belangrijkste crypto-trends voor 2026; supercycle, stable’s, machine mandates, crypto chest, late laggards en meer!

Mijn belangrijkste crypto-trends voor 2026; supercycle, stable’s, machine mandates, crypto chest, late laggards en meer!

Alle seinen staan op donkergroen

Bullish. Ongekend bullish. Als ik het sentiment moet samenvatten, wat ik de afgelopen weken en maanden heb geproefd op de talloze crypto-events die ik in binnen- en buitenland mocht bezoeken en organiseren. Als we niet alleen kijken naar alle ‘fundamentals’: belangrijke cijfers, modellen en trends die we mooi in kaart kunnen brengen rondom crypto, maar ook alle grote plannen die zijn aangekondigd door bedrijven en overheden, dan ziet de komende tijd voor crypto er ongekend goed uit.

Alles staat op ontploffen, letterlijk en figuurlijk. Want alle katalyserende effecten binnen de markt van cryptovaluta, kunnen de prijzen in korte tijd nog verder naar de ‘maan’ brengen. Maar ook in elkaar laten storten, liet 10 oktober zien. Want de markt voor cryptovaluta wordt niet alleen beïnvloed door de simpel vraag en aanbod. Er zijn ook veel handelaren die short en long gaan op de prijzen van cryptovaluta.

Short en long zijn manieren om te gokken op of een munt stijgt of daalt. Als veel mensen verkeerd gokken moeten ze plots hun ‘positie’ sluiten. Daardoor gaat er in korte tijd veel gekocht of verkocht worden, wat de prijs juist nog sneller laat stijgen of dalen. Daarnaast zijn er veel mensen die zogenaamde ‘stoplosses’ inschakelen, waardoor ze hun crypto’s automatisch laten verkopen als het een bepaalde prijs bereikt.

Één gebeurtenis, zoals bijvoorbeeld Trump die handelstarieven aankondigt tegen China, kan dus een kettingreactie veroorzaken binnen de handel van crypto valuta. Met alle gevolgen ook van dien voor de prijzen. Ook al blijft crypto een ‘risky asset’, die als het even tegen zit met de wereldeconomie als eerste de deur uit worden gedaan door investeerders. Toch staan echt heel veel seinen op groen. Heel veel.

Maar voordat ik vooruit kijk naar al die groene seinen die ik in 2026 verwacht, blik ik eerst even terug op de trends die ik een jaar geleden voorspelde voor dit jaar.

Supercycles & Stable’s

Als ik het afgelopen jaar voor crypto in twee woorden moet samenvatten, dan zijn dat Trump en stablecoins. Stablecoins (waar ik hier eerder over schreef) hebben het afgelopen jaar een ongekende vlucht genomen. Waar ze eerder in het financiële verdomhoekje zaten, gaf de Amerikaanse ‘GENIUS’ wetgeving het afgelopen jaar in een klap veel duidelijkheid en legitimiteit aan deze stabiele cryptovaluta.

De redenen zijn voor mij heel duidelijk; enerzijds kijkt iedere financiële instelling met veel jaloezie naar het succes van de grootste stablecoin Tether (13 miljard winst met 120 medewerkers), anderzijds zorgen de voordelen van de onderliggende blockchain technologie (razendsnelle en goedkope transacties) voor het moderniseren van het internationale betalingsverkeer.

Banken als ING zijn er inmiddels druk mee bezig, steeds meer overheden gebruiken ze en inmiddels wordt er meer geld wereldwijd verstuurd via stablecoins, dan met Visa / Mastercard gecombineerd. Ook voorspelde ik een ‘memecoin supercycle’, die er meer dan gekomen is. Waar stablecoins vaak gekoppeld zijn aan een onderliggende ‘asset’ (Dollar, Euro, goud) en daarmee waarde hebben, hebben memecoins (waar ik hier eerder over schreef) niet.

Ze zijn vaak als grap gemaakt, iets wat iedereen heel makkelijk kan doen met het platform Pump.fun. Het platform heeft er voor gezorgd, dat er het afgelopen jaar 7 miljoen memecoins binnen het crypto ecosysteem zijn bijgekomen. Het is dan ook echt super simpel om er een als leek te maken; binnen een paar minuten heb je met een paar klikken een eigen crypto gelanceerd.

Crypto wordt politiek

Ook de laatste trend die ik voorzag, is ontzettend groot geworden: crypto als het (geo)politieke instrument. Dit zie je vooral op het gebied van stablecoins. Stel ik wissel $100 in voor 100 USDT (Tether, de grootste stablecoin). De uitgever van Tether heeft dan $100, die het grotendeels in haar kluis ‘cash’ weg legt (voor als je het weer wilt terugwisselen). Maar zet het ook gedeeltelijk weg in veilige investeringen, zoals het ‘anker’ van de wereldeconomie: schuldpapier van de Amerikaanse overheid.

Dat schuldpapier geeft momenteel 5% rente per jaar, dus krijgt Tether 5 euro rente op die 100 euro die jij hebt omgewisseld. Met de 180 miljard aan Tether in omloop momenteel, begrijp je waarom dit bedrijf wereldwijd het meest winstgevende bedrijf is per medewerker.

De Amerikaanse overheid is heel blij met stablecoins die hun schuldpapier opkopen, want het zal de komende tijd waarschijnlijk wel weer $1,5-2 triljoen moeten bijprinten, om haar begrotingstekort op te vullen. De Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent denkt dat de markt voor stablecoins de komende jaren naar $2 triljoen kan groeien.

“This new technology will buttress the dollar’s status as the global reserve currency, expand access to the dollar economy for billions across the globe, and lead to a surge in demand for US Treasuries.”– Scott Bessent, minister van Financien US

De Amerikaanse president Trump zelf is echt ‘all-in-crypto’ gegaan met zijn familie. Ze lanceerden de memecoin $TRUMP (geschatte opbrengst: circa $350 miljoen) en $MELANIA voor zijn vrouw. Via het bedrijf World Liberty Financial – mede opgericht door zijn zoons – brachten ze ook een stablecoin (USD1) uit, gekoppeld aan de Amerikaanse dollar.

Daarnaast verdiende Trump zelf naar schatting $1,16 miljoen aan zijn NFT-serie Trump Digital Trading Cards. In totaal wordt het gezamenlijke crypto-vermogen van de familie inmiddels op ruim $500 miljoen geschat, grotendeels dankzij deze tokens, NFT’s en hun betrokkenheid bij bitcoin-mining via World Liberty. Met deze gigantische positieve vibes in de Verenigde Staten en op de markt voor cryptovalutta algemeen, ziet 2026 er heel positief uit. Mijn favoriete trends:

Trend 1: iedereen een crypto chest

Toen ik in 2013 begon binnen het crypto ecosysteem, werd het echt nog aangemerkt als ‘magic internet money for nerds’. Vijf jaar later hoorde ik in een sessie van het World Economic Forum banken en overheden het ‘criminal currencies’ noemen. Anno 2025 is het tij volledig omgeslagen en wordt Bitcoin gezien als een ‘strategic reserve’, naast goud en olie. Zelfs door de meest traditionele instituten, zoals banken.

“There is room for both gold and Bitcoin to coexist on central bank balance sheets by 2030.” — Deutsche Bank

Het Zuid-Amerikaanse El Salvador was het eerste land dat Bitcoins als ‘strategische reserve’ op de balans zette. Bhutan verraste met het feit dat zij met de overgebleven waterkracht, gemiddeld 60 Bitcoins per week ‘minen’ en al bijna 1,5 miljard Dollar aan Bitcoins in een reserve heeft gestopt; 40% van het BBP van dat land.

De Verenigde Staten hebben begin 2025 onder president Trump officieel een Strategic Bitcoin Reserve opgericht, waarin zo’n 200.000 BTC (ter waarde van 15 tot 20 miljard dollar) wordt aangehouden. Deze bitcoins zijn grotendeels afkomstig uit overheidsbeslag en worden nu behandeld als strategisch reserve-actief, vergelijkbaar met goud. De regering heeft voorlopig geen plannen om extra BTC te kopen, maar onderzoekt wel manieren om de reserve uit te breiden zonder extra belastinggeld.

Volgens een tweetal bedrijven met wie ik werk, die op regeringsniveau werken aan crypto-strategieën, zijn er momenteel 4-5 landen in vergevorderd stadium van het voorbereiden van een eigen Bitcoin reserve. Uiteraard moet ik nog zien of dit gaat gebeuren, maar de intentie is er.

Het komende jaar verwacht ik ook dat bedrijven massaal aan de ‘treasuries’ gaan. Niet alleen overheden, maar ook bedrijven. Er zijn veel bedrijven die cash geld op de rekening hebben en zien dat door inflatie waarde verdampt. Naast standaard investeringen zoals overheidsobligaties en goud, zijn er steeds meer bedrijven die ook een voorraad Bitcoins in hun ‘treasury’ stoppen.

Het aantal bedrijven met Bitcoin (er zijn vrijwel geen bedrijven die ook andere crypto opnemen) op de balans, steeg met 40% het afgelopen jaar en inmiddels hebben deze zogenaamde treasuries 5% van het aantal Bitcoins in omloop in handen. De grootste: ‘Strategy’, heeft er inmiddels 630.000. Inmiddels zijn er 170 bedrijven die andere bedrijven helpen om een eigen Bitcoin treasury op te zetten.

Trend 2: machine Mandates

In mijn dagelijkse werk richt ik mij niet alleen op crypto, maar juist de samensmelting van de verschillende deep-technologieën, zoals ook AI, robotics en virtual reality. Een mooi voorbeeld van convergentie, is die tussen crypto en AI. AI-commerce versnelt momenteel bijvoorbeeld razendsnel.

Grote platforms bouwen nu al winkelinterfaces waarin AI-agents zelfstandig aankopen doen. Dat moeten er in de komende jaren 1 triljoen worden, volgens voorspellingenVolgens Gartner is een derde van de e-commercebedrijven al bezig om dit te faciliteren. Naar verwachting zal in 2030 80% van de online transacties door agents worden gedaan.

Volgens McKinsey kan dit segment tegen 2030 goed zijn voor bijna 9 biljoen dollar aan wereldwijde online bestedingen

Techreuzen als Google, Coinbase en Circle bouwen intussen de infrastructuur om dit mogelijk te maken. Google’s nieuwe AI-betalingssysteem, dat al stablecoins accepteert, legt de basis voor een economie waarin AI’s direct met elkaar afrekenen. Een zelfrijdende taxi die zijn eigen stroom betaalt, een AI die cloudcapaciteit inkoopt, of algoritmes die onderling contracten sluiten via smart contracts: het is de volgende stap in economische automatisering.

Trend 3: de Late Laggards

Je kan ze party-poopers noemen, maar de grote institutionele investeerders beginnen nu pas warm te lopen rondom crypto. Laggards, volgens het ‘diffusion of innovation model’. Dat toetreden doen ze niet omdat ze plots verliefd zijn op Bitcoin, maar omdat de randvoorwaarden eindelijk volwassen worden. Het afgelopen jaar mocht ik met drie familiefondsen in Europa werken, die dit ook uitgebreid aan mij terugkoppelden. Jaren geleden was er nog veel scepsis en afwijzing, maar die houding is door drie ontwikkelingen 180 graden gedraaid.

Regelgeving in Europa en de VS biedt duidelijkheid, opslagmanieren (custody) zijn zeer professioneel en veilig geworden. Maar de grootste katalysator? De zogenaamde ‘ETFs’ (een beleggingsproduct dat je op de beurs kunt kopen, en dat automatisch de waarde volgt van iets anders, zoals Bitcoin of goud, zonder dat je dit bezit). Het maakt het voor grote investeerders heel makkelijk om zich ‘bloot te stellen’ aan de Bitcoin prijs, zonder zelf Bitcoin te bezitten.

Sinds de goedkeuring van de spot-Bitcoin ETF’s begin 2024 is de instroom niet meer gestopt. In iets meer dan anderhalf jaar tijd stroomde er ruim 65 miljard dollar naar deze fondsen, met 2025 als recordjaar tot nu toe: alleen al in de eerste negen maanden kwam daar meer dan 22 miljard bij. Daarmee zijn Bitcoin-ETF’s sneller gegroeid dan goud-ETF’s ooit deden.

Analisten verwachten dat de instroom voorlopig aanhoudt. Zodra al die laggards; pensioenfondsen en vermogensbeheerders hun geplande 2 à 3 procent allocatie naar crypto doorvoeren, kan dat nog eens 3 tot 4 biljoen (duizend miljard) dollar extra kapitaal richting Bitcoin duwen. Met alle gevolgen voor de prijs van dien.

De grote jongens zijn wat dat betreft niet langer meer toeschouwers, ze beginnen zich steeds meer in het spel te mengen.

Trend 4: Geen modellen maar macro

Wat zou het toch fijn zijn als ik ook écht kon voorspellen wat er met crypto in 2025 ging gebeuren. Dan zou ik gelijk van alles klaar zetten, om in te spelen op de verwachte gebeurtenissen maximaal uit te nutten, financieel gezien. Van aan- en verkopen, tot het instellen van shorts, longs en stoplosses. Maar helaas, zo makkelijk is het niet om iets te voorspellen in de wondere wereld van cryptovaluta.

Toch proberen veel investeerders en traders dit dagdagelijks te doen middels allemaal modellen. Van de vierjarige halvingcyclus tot Elliott Wave-patronen, en natuurlijk het beruchte Plan B-model (Stock-to-Flow) dat ooit met mathematische zekerheid de Bitcoin-prijs zou voorspellen.

Telegramgroepen en X-threads staan er vol mee: analisten die met gekleurde lijnen, Fibonacci-reeksen en regenbooggrafieken proberen te bewijzen dat “de volgende top eraan komt”. Vaak lijken die modellen achteraf briljant, maar in de praktijk werken ze vooral als verklarend gereedschap nádat iets al is gebeurd.

De koers van Bitcoin reageert inmiddels sterker op inflatiecijfers, rente-uitspraken van de Amerikaanse centrale bank (FED) en geopolitieke onrust (zoals oorlogen) als traditionele markten. De echte richting komt dus niet meer uit grafieken, maar uit de wereld eromheen. Crypto is op dat vlak echt volwassen geworden. Maar dat betekent dat het spel steeds minder over voorspellen gaat, en steeds meer over begrijpen wat er macro-economisch gebeurt.

Als afgestudeerd financieel-econoom ben ik dan ook vooral dagelijks de grote macro-economische gebeurtenissen aan het duiden en analyseren wat voor impact het kan hebben in de komende tijd op de cryptomarkt. Niet alleen wat er in de Verenigde Staten gebeurd economisch gezien, maar bijvoorbeeld ook de onrust rondom de Franse, Chinese en Japanse economie.

Dus als ik naar 2026 kijk, zie ik twee mogelijke toekomsten voor Bitcoin. De ene is die van groei: een markt die wordt gevoed door schaarste (van Bitcoins op de markt), toenemende institutionele vraag en het vertrouwen dat volgroeide na de Bitcoin halving vorig jaar. De andere is die van remmende macro-economie, met hoge rentes, trage groei en strengere regelgeving die de vaart eruit haalt.

In mijn ogen wordt 2025 het beslissende jaar. Als de wereldeconomie stabiel blijft en instellingen hun positie verder uitbreiden, kan 2026 zomaar het jaar worden waarin Bitcoin echt doorbreekt als volwaardige beleggingscategorie. Maar mocht de wind draaien, dan zal diezelfde markt plots veel kleiner aanvoelen. Eén ding is voor mij duidelijk: de toekomst van Bitcoin hangt niet meer af van sentiment, maar van macro-economische realiteit.

Van hype naar hoofdrol

Als ik mijn trend blogs van de afgelopen jaren teruglees, dan voelt het komende jaar voor mij als een kantelpunt. De afgelopen jaren waren de opbouw, de experimenten, de hype en de crashes. Nu breekt de fase aan waarin crypto echt volwassen wordt. Niet langer een speeltuin voor early adopters of speculanten, maar een wereldwijde infrastructuur waarin technologie, economie en politiek elkaar raken.

Of het nou gaat om landen die Bitcoin op de balans zetten, bedrijven die AI laten betalen met stablecoins, of pensioenfondsen die voor het eerst in crypto stappen… het speelveld is definitief veranderd. Wat mij het meest fascineert, is dat dit nog maar het begin lijkt. In alle gesprekken die ik heb met zowel de bouwers, als de investeerders, de wetgevers als aanbieders.

Het komende jaar zullen we zien welke fundamenten sterk genoeg zijn om de volgende financieel economische storm te doorstaan. Misschien ligt de grootste winst niet meer in koerssprongen, maar in het begrijpen van het grotere geheel: hoe deze technologie zich verweeft met onze economie, ons beleid en uiteindelijk ons dagelijks leven.

Eén ding weet ik zeker: 2026 wordt een jaar waarin crypto niet langer aan de zijlijn staat, maar midden in het wereldtoneel!

Dit artikel is geen financieel advies en moet ook niet zo worden gezien. Het is mijn mening en moet enkel worden gezien vanuit een informatieve insteek. Doe je eigen onderzoek voordat je in cryptovaluta investeert.

Waarom zijn AI browsers zo in opkomst en wat kan je er mee?

Waarom zijn AI browsers zo in opkomst en wat kan je er mee?

De meest onderschatte app op je computer is ook de machtigste: je browser. Het is de toegangspoort tot alles wat je online doet. Precies daarom willen grote techbedrijven er nu de controle over. Niet omdat ze betere browsers willen maken, maar omdat ze daarmee iets veel waardevollers in handen krijgen: jouw data, je gedrag, en straks ook je beslissingen.

In plaats van jou te laten zoeken, klikken en vergelijken, beloven de AI-browsers dat ze het werk voor je doen. Maar wie bepaalt dan nog wat je te zien krijgt, wat je koopt of wie je vertrouwt? De strijd om de AI-browser gaat in mijn optiek echt over veel meer dan alleen technologie. Niet voor niets zei AI-ondernemer Eric Vaughan zo mooi:

Browsers were built to navigate the web. AI turns them into systems that operate it on your behalf.

Een AI browser?

Een AI-browser is geen nieuwe versie van Chrome met bijvoorbeeld een slimme plugin. Het is echt een fundamenteel ander concept: een browser waarin AI direct ingebouwd is en handelingen kan uitvoeren in plaats van alleen content tonen. Dat betekent: samenvatten van content, vergelijken van producten, keuzes voorstellen of zelfs aankopen doen. De browser verandert van ‘passief venster’ naar echt een actieve deelnemer in jouw online gedrag.

Zelf ben ik redelijk wat tijd kwijt aan het vergelijken van producten online, van prijzen tot producteigenschappen. Voor mijn aankomende bergbeklimming heb ik heel wat nieuwe zaken uitgebreid onderzocht; van speciale truien tot wanten. De vergelijking in materialen zorgde er vaak voor dat ik toch een andere trui kocht dan ik aanvankelijk wilde kopen.

De vergelijking qua prijs bij verschillende aanbieders heeft mij honderden euro’s bespaard. Maar; het heeft ook heel wat tijd gekost. Terwijl een AI-browser binnen een paar seconden een overzicht samen kan stellen. Inclusief aanbevelingen, binnen eventueel budget en andere voorkeuren. Uiteraard, het maakt je ook afhankelijk van de keuzes die de AI voor jou maakt.

De huidige AI-browser-stand van zaken

Het is wat mij betreft geen toeval dat juist de AI-bedrijven zich op deze markt storten. Zij willen niet langer alleen antwoorden geven, maar ook de infrastructuur bezitten waarop die antwoorden landen. De belangrijkste spelers tot nu toe:

Perplexity: Comet

Perplexity lanceerde eerder dit jaar ‘Comet’. Dit is een AI-browser die allerlei taken voor je uitvoert: van e-mails verwijderen tot reisroutes plannen. De browser draait op Chromium (onderdeel van Google Chrome) en ondersteunt bestaande Chrome-extensies.

Het opvallendste vind ik de integratie van een persoonlijke assistent die altijd klaarstaat; echt een side-kick bij al mijn browse activiteiten. Die assistent is trouwens pro-actief en geeft je ook suggesties. Daarnaast kan je hele pagina’s tekst direct laten samenvatten en ook vragen stellen over de content die je ziet.

Toch is Comet nog het verre van perfect. Struin Reddit en andere internetfora af en je leest genoeg reviewers die de functionaliteiten nog te traag, beperkt en af en toe onvoorspelbaar vinden. Perplexity lijkt dat zelf ook te weten, want naast het bouwen koestert het bedrijf nog een tweede droom: het kopen van Google Chrome zelf. Hun bod van $34,5 miljard is gewaagd, maar vooral symbolisch. Zoals techjournalist Casey Newton schreef:

AI companies are realizing what Google already knew: to own the future, you must own the funnel.

OpenAI: naam nog onbekend

Volgens Reuters werkt OpenAI aan een eigen browser, ook gebaseerd op Chromium. Deze krijgt een ingebouwde AI-agent (Operator, waar ik hier eerder over schreef) die net als Comet ook zelfstandig acties kan uitvoeren. Denk aan formulieren invullen of producten bestellen.

Daarmee krijgt OpenAI directe toegang tot de context van gebruikers. Data over hoe je werkt, wat je belangrijk vindt, hoe je zoekt etc. Dat kan niet via een app, maar wel via een browser. Dus echt meer controle over data. Een move met strategische én ethische implicaties.

The Browser Company: Dia

Het New Yorkse bedrijf achter Arc (een veelgeprezen nieuwe browser) ontwikkelt ‘Dia’: een browser die AI integreert in een zijpaneel. Uniek is de multimodal aanpak: afhankelijk van je vraag kiest Dia de best passende AI (zoals Claude, ChatGPT of Gemini). Dia is volgens vele testers opvallend gebruiksvriendelijk, maar nog in zeer beperkte bèta.

Microsoft: Edge

Microsoft probeert via integratie met Copilot haar eigen browser Edge te vernieuwen. De AI-assistent kan tabbladen lezen, samenvatten en autonoom handelingen uitvoeren. De grootste troef is de diepe integratie in het Windows-ecosysteem. Toch blijft Edge worstelen met marktaandeel; het afgelopen jaar groeide dit in Nederland slechts 1%.

Google

Ironisch genoeg is Google, de grootste speler op gebied van browsers, nu vooral bezig met defensief managen van Chrome. Na een antitrust-uitspraak in de VS hangt de mogelijke afsplitsing van Chrome en moeder Google boven de markt. Tegelijk wordt AI gefaseerd toegevoegd via functies als Gemini en Tab Compare.

Chrome lijkt meer een machine in onderhoud, dan een browser in opmars. Je ziet de afgelopen tijd dan ook veel nieuwe AI-modellen los uit de Google-stal komen. Notebook en Veo zijn allemaal los gelanceerd en hangen niet vast aan de browser. Ik denk dat de uitslag van de rechtszaak deze of volgende maand dit wellicht totaal kunnen gaan veranderen, als Google haar Chrome niet hoeft af te stoten van de rechter.

Van venster naar stuur

De besproken AI-browsers beloven vooral één ding: tijdswinst. Wat nu nog tien tabbladen kost, kan straks met één vraag. De browser voert allerlei taken voor jou uit, zonder dat jij iets hoeft aan te klikken. Dat maakt onderzoek sneller, overzichtelijker en minder frustrerend. Omdat AI direct jouw persoonlijke context meeneemt, krijg je vaak betere informatie dan via losse zoekresultaten.

In plaats van te verdwalen in links en advertenties, krijg je gestructureerde antwoorden met bronnen erbij. Voor mensen die minder digitaal vaardig zijn zoals senioren, verlaagt dat ook de drempel; je hoeft geen zoekmachine meer te begrijpen, alleen een vraag te stellen. Omdat veel van deze browsers op Google Chromium draaien, werken je bestaande extensies zoals ad blockers en cryptowallets ook gewoon.

Iets wat het overstappen in mijn optiek ook echt heel makkelijk maakt. Deze nieuwe typen browsers zorgen echt voor rustiger, slimmer en efficiënter internetgebruik, waarbij je browser niet alleen een venster is, maar een slim hulpje dat met je meedenkt.

Niet alleen maar koek en AI

Tegenover de beloften van gemak en snelheid staan ook wel echt een paar serieuze zorgen. Om echt behulpzaam te zijn, moeten de AI-browsers diep in jouw persoonlijke gedrag kunnen meekijken. Welke websites je bezoekt, wat je zoekt, wat je koopt, wat je typt etc.

Dat levert scherpe aanbevelingen op, maar zet je privacy onder druk. Zelfs als bedrijven beloven je data lokaal te verwerken (en niet in de cloudserver van de maker van de browser), blijft de drempel om alles te delen laag en de transparantie over wat er precies gebeurt vaak beperkt.

Daar komt bij dat de AI niet alleen informatie aanreikt, maar ook keuzes voor je maakt. Welke producten worden aangeraden en welke bronnen samengevat. dat hangt af van de logica van het model en van de commerciële belangen erachter.

Je raakt makkelijk gewend aan het gemak, maar ondertussen verdwijnen onderliggende websites steeds verder uit beeld. Onderzoek laat zien dat alleen al de AI-overviews bekende websites 79% traffic kosten.

Dat ondermijnt niet alleen het open karakter van het internet, maar ook het verdienmodel van makers die afhankelijk zijn van bezoek en zichtbaarheid. De browsers die we nu kennen en gebruiken, zijn gratis en zonder advertenties. Maar we zien steeds meer apps zoals Whatsapp die nu toch ineens advertenties gaan integreren.

Daarom rijst bij mij de vraag ook; wat er gebeurt als deze AI-browsers wél advertenties gaan tonen, of bepaalde diensten voorrang geven. Hoeveel autonomie hou je dan nog zelf? De AI-browser belooft veel, maar vraagt er ook iets voor terug: je vertrouwen, je gedrag en uiteindelijk misschien je keuzevrijheid.

Gaan we allemaal achteroverliggend surfen?

De AI-browser is in mijn optiek geen nieuwe laag verf over het oude web. Het is echt een complete herziening van hoe we online omgaan met informatie. Waar we vroeger zelf klikten, scrolden en vergeleken, doet de browser dat nu voor ons. Niet langer navigeren, maar delegeren. Dat verandert niet alleen ons gedrag, maar ook de machtsstructuur van het internet zelf. Of zoals Josh Miller (CEO van The Browser Company) het zo treffend verwoorde:

If chat is how we’ll use the web in the future, then we need to rethink what a browser even is.

Toch zijn er ook echt serieuze kanttekeningen, zoals ik al schreef. Privacy, transparantie, toegankelijkheid van het open web… ze staan allemaal onder druk. Het is aan gebruikers, ontwikkelaars én beleidsmakers om te bepalen welke waarden we meenemen in deze verandering.

Zelf ben ik benieuwd of we straks allemaal één AI-assistent in onze browser hebben. Of juist een wildgroei van gespecialiseerde agents (via browser plugins), elk met eigen voorkeuren en belangen. Eén ding is zeker: de browseroorlog van de komende maanden gaat niet over snelheid of design. Het gaat echt over de macht over data en wie straks aan het stuur zit van jouw digitale dag.

Is het erg dat tieners massaal AI als ‘maatje’ gebruiken?

Is het erg dat tieners massaal AI als ‘maatje’ gebruiken?

AI-companions

Begin dit jaar besloot ik te experimenteren: ik ging op date met een AI. Eerder had ik GPT al getest als psycholoog. Dat werkte verrassend goed, maar dit ging een stap verder. De interactie voelde verbluffend echt. Geen standaard chatbot, maar een gesprekspartner die inspeelde op nuance, humor en emotie. Ik was niet zomaar onder de indruk, ik was er echt even stil van. Blijkbaar ben ik niet de enige. Want in de VS gebruikt inmiddels 72 procent van de tieners een AI-companions zoals Character.AI of Replika. In het VK ligt dat percentage bij 13–17-jarigen op 41 procent. De cijfers laten zien dat deze trend geen hype meer is, maar dagelijkse realiteit.

Wat zoeken jongeren in zo’n digitale ‘vriend’? Volgens het onderzoek van Common Sense Media vooral entertainment, nieuwsgierigheid en een veilige plek om hun verhaal te doen. Eén op de drie gebruikt de AI als emotioneel klankbord of gesprekspartner. Een kwart deelt zelfs persoonlijke informatie. Het Britse onderzoek laat zien dat jongeren AI soms prettiger vinden dan een echt gesprek, omdat de AI altijd beschikbaar is en nooit oordeelt. Voor wie sociaal onzeker is of worstelt met zijn identiteit, kan zo’n AI als eerste stap richting echte verbinding voelen.

Tegelijkertijd zijn er serieuze risico’s. Platforms als Replika of Nomi geven soms seksueel getinte of ronduit gevaarlijke adviezen. Eén AI deelde een recept voor napalm. Moderatie schiet tekort. Leeftijdsgrenzen zijn een formaliteit.

Bovendien zijn jongeren zich amper bewust van wat er met hun data gebeurt. Slechts 12 procent van de ondervraagden in het VK denkt dat hun gesprekken worden opgeslagen, terwijl dat vrijwel altijd zo is. Vaak met ruime licenties die het platform toestemming geven om alles commercieel te gebruiken.

Het is makkelijk om de conclusie te trekken dat dit ‘gevaarlijke speeltjes’ zijn. Maar dat doet geen recht aan de nuance. Veel jongeren zien AI gewoon als een handig hulpmiddel, geen vervanger van echte vriendschap. Slechts 6 procent zegt meer tijd met hun AI te spenderen dan met echte vrienden. Twee op de vijf gebruikers passen wat ze oefenen met AI ook toe in het echte leven, bijvoorbeeld bij het starten van gesprekken of het uiten van emoties.

Het gebruik van AI als digitaal maatje is in mijn optiek niet per se erg, zolang we er maar niet naïef over zijn. Zolang ouders niet denken dat een AI een oppas is. Zolang scholen het gesprek voeren over wat AI wel en niet is. En zolang platforms verantwoordelijkheid nemen voor veiligheid, leeftijdsgrenzen en datagebruik.

AI-companions zijn geen bedreiging. Ze zijn een nieuw soort spiegel. Maar zoals bij elke spiegel: jongeren moeten leren wat ze eigenlijk zien.

Do we really want AI books, art, film, and music? Effortless art is on the rise

Do we really want AI books, art, film, and music? Effortless art is on the rise

A bespoke film starring you in the leading role, a dream painting in five seconds, or a book about grief that a machine writes for you. Art has never been so easy — and so awkward. Artists, platforms, and tech companies are experimenting enthusiastically with generative AI. Yet I keep returning to the same nagging question: do people really want to be moved by something that has no soul? Can “effortless” simply be beautiful? In this article, I dive into that question.

At the TEFAF art fair in Maastricht, I recently overheard someone standing before a painting say, “There’s so much soul and passion in it.” The Picasso on display was created with great care, effort, and life experience. It isn’t perfect, but it really feels alive. That sense of authenticity is missing from much AI art. An algorithm has no childhood memories, no sorrow, no Monet-like view of a French lily pond. So, critics say, it can’t produce real art.

But reality is more complicated. A 2023 MIT study found that 40% of people cannot distinguish AI-generated art from human-made work. Platforms like ArtStation, Spotify, and TikTok are overflowing with wildly popular AI content — sometimes openly, sometimes covertly. Apparently, origin doesn’t always matter; if the result resonates, that’s all that counts.

Collaborating with the machine
 Fortunately, it’s not a choice between human or machine. More and more creatives see AI not as a threat, but as a creative partner. Dutch DJ Reinier Zonneveld experiments live with AI in his techno sets. Together with an algorithm, he builds beats, reintroduces loops, and improvises based on audience energy. The result is a hybrid set born of two collaborators rather than one! Artists like Sougwen Chung use AI as a brush: they train models on their own work so the machine becomes an extension of their style. It’s not replacement — it’s a new form of collaboration.

People often talk about AI’s dangers in art. But I believe there are equally compelling arguments in its favor. AI can broaden access to creativity. You don’t need an expensive art school education or a record label to make what’s in your head. With generative AI, anyone can shape ideas into text, image, or sound — even without technical expertise. In that sense, AI democratizes art by lowering the barrier to expression.

Writing books
 Over the past few years I’ve published three books, one of which took four years of research. I’m already working on a new one, and I often get the accusation: “You must be letting AI write it for you.” Partly true. I do use AI to conduct research for my books — running analyses on dozens of other books, studies, and discussion forums like Reddit, yielding incredibly interesting insights for my writing. But I still enjoy the actual writing too much — and it genuinely enriches my daily work as a speaker and coach.

Moreover, AI can stimulate rather than stifle human creativity. Artists collaborating with AI are sometimes confronted with unexpected patterns, ideas, or distortions they never would have conceived on their own. That can lead to fresh perspectives on their own work. Oxford professor Marcus du Sautoy sees it as an opportunity:

“AI can jolt us awake from our automatic routines. People often behave like machines, and AI helps pull us out of that.”

You could say the algorithm isn’t there to replace the artist, but to serve as a playful antagonist, challenging you to think further.

Starting a new chapter?
 Then there’s the more philosophical argument I read recently: art has always been a mirror of its time. The Industrial Revolution brought both realism and abstraction. The advent of photography freed painters from the obligation to depict reality. Now, in an era dominated by technology in our daily lives (just look at your phone or the internet), it makes sense that art would respond in kind. Perhaps using AI in art is not the end of an era, but the start of a new chapter.

Concerns
 Still, I have serious concerns about these developments. One of the greatest is the blurring line between real and fake. In the Netflix documentary What Jennifer Did, altered photos were presented as authentic. The filmmaker admitted parts of the images had been manipulated but remained vague about how and with what tools. In my view, this raises not only aesthetic questions but ethical ones. If images no longer represent what was real but only what seems plausible, we undermine trust in visual information — especially in journalistic or documentary contexts.

I also see a real risk of artistic mediocrity — a kind of bias. AI relies on existing data: what’s popular, recognizable, and average. It’s ideally suited to reinforce what we already know. In my experience, it rarely surprises or shocks. Film critic Gwilym Mumford warns of a future of tailor-made AI films in which you star in a romantic comedy with Marilyn Monroe:

“A film that only follows your wishes will never surprise you.”

It’s the unexpected choices of an artist that give art its layers and meaning — something AI doesn’t yet master.

There’s also the economic angle: increasingly, film studios, publishers, and platforms use AI to cut costs. Posters for major series are no longer designed by illustrators but generated in Midjourney. Tyler Perry halted his $800 million studio expansion when he saw Sora:

“Jobs are going to be lost.”

Even music platforms are experimenting with AI DJs. For Reinier Zonneveld, AI is a playful partner on stage — but for many artists, the same technology threatens their livelihood. The question is: who truly benefits from effortless art? And who is quietly displaced?

The core questions we need to start asking ourselves are: what do we seek in a painting, a novel, a film? Solace, wonder, recognition? Does it matter whether that feeling is evoked by a human or a machine? Maybe it does — maybe it doesn’t.

The problem begins when we stop questioning
 Because as long as AI remains a tool and not the story itself, there is room for human expression. The problem only arises when we stop asking questions — when we mindlessly accept that “good enough” is truly good. When we confuse ease with meaning.

“Effortless art” sounds appealing: art without sweat, without struggle, without time pressure. Yet it’s precisely in the effort, the not-knowing, the searching, that the soul resides — the soul that woman at TEFAF spoke of. If art demands nothing of its maker, what does it ask of its audience? Perhaps the value of art lies not in how quickly it’s created, but in how long it lingers within us.

Je kleding wordt slimmer dan je telefoon… en weet straks eerder dan jij dat je ziek wordt

Je kleding wordt slimmer dan je telefoon… en weet straks eerder dan jij dat je ziek wordt

Wat als je kleding meer doet dan je warmhouden? Wat als het ook meet hoe het met je gaat, je houding verbetert of je helpt om beter te slapen? Dat is geen toekomstmuziek meer. Slimme kleding – ook wel e-textiles of smart wear genoemd – is aan een stevige opmars bezig. En in mijn optiek is het een van de meest tastbare voorbeelden van hoe technologie onze dagelijkse routines langzaam maar zeker verandert.

Wat is het precies? Slimme kleding is kleding waarin technologie is verwerkt. Vaak zijn dat sensoren in de stof, geleidende draden, bluetoothchips of zelfs kleine AI-modules. Daarmee kan je kleding informatie verzamelen over je lichaam, beweging, temperatuur of omgeving. Die gegevens worden doorgestuurd naar een app of systeem dat er iets mee doet – van inzichten geven tot directe feedback.

Wat mij opvalt: de toepassingen zijn ontzettend breed, en lang niet allemaal futuristisch of ver weg. Een paar voorbeelden:

Wearable X ontwikkelde de Nadi X yoga pants: een yogabroek met ingebouwde trillingsmotoren die je zachtjes laat voelen als je je houding moet aanpassen. Geen yogaleraar nodig – je broek coacht je.

Levi’s en Google kwamen met de Commuter Trucker Jacket, een spijkerjas met aanraakgevoelige mouwen. Daarmee kun je swipen om een nummer te skippen of navigatie te activeren zonder je telefoon te pakken. Klinkt als een gimmick, maar het werkt verrassend soepel.

Under Armour’s Athlete Recovery Sleepwear neemt lichaamswarmte op en stuurt het terug in de vorm van infraroodlicht, wat zou bijdragen aan betere spierherstel en diepere slaap. Ik weet niet of het écht werkt – maar het idee is sterk: nachtkleding die actief meewerkt aan je herstel.

Ambiotex heeft een slim shirt dat je anaerobe drempel meet. Interessant voor topsporters, maar in mijn ogen ook voor mensen die bewuster willen trainen of herstellen na een blessure.

Hexoskin biedt shirts die naast hartslag en ademhaling ook je slaappatroon en vermoeidheid monitoren. Ik heb zo’n shirt getest: het voelt als gewone sportkleding, maar de data is verrassend uitgebreid en nuttig.

Neviano, een Frans modemerk, maakt badpakken met een UV-sensor. Als de zonkracht te hoog wordt, krijg je een seintje dat het tijd is voor zonnecrème of schaduw. Praktisch, zeker voor ouders met jonge kinderen.

– En dan zijn er de Sensoria socks, die drukpunten onder je voeten meten tijdens het hardlopen. Via de app krijg je looptechniek-tips om blessures te voorkomen. Dat klinkt misschien klein, maar wie ooit een stressfractuur heeft gehad weet hoe waardevol dit soort inzichten kunnen zijn.

In mijn optiek zit de kracht van slimme kleding vooral in het feit dat je er niets voor hoeft te doen. Je trekt het aan, en het doet z’n werk. Geen extra apparaten, geen handelingen – gewoon je kleren. En dat maakt het, voor mij, interessanter dan veel andere wearables.

Tegelijkertijd zijn er ook duidelijke beperkingen. De prijs ligt nog hoog: een slim jack kost al snel drie tot vijf keer zoveel als een normaal exemplaar. En hoewel de technologie indrukwekkend is, is de gebruikservaring vaak nog net niet soepel genoeg. Batterijen moeten opgeladen worden, connecties vallen soms weg, en wassen is meestal een uitdaging.

Bovendien speelt privacy een steeds grotere rol. Kleding die je hartslag, slaap of zelfs je stressniveau meet… wie heeft toegang tot die data? In mijn ogen moet de sector daar nog volwassen in worden. Want comfort en gezondheid zijn mooi – maar dan wél op jouw voorwaarden.

Mijn eindoordeel? Slimme kleding is geen hype. Het is een logische evolutie in een wereld waarin technologie steeds dichter op ons lijf zit. De voorbeelden die ik net noemde laten zien dat het allang geen toekomstvisie meer is. Maar om écht breed omarmd te worden, moet het betaalbaarder, betrouwbaarder en vooral: menselijker worden. Want slimme kleding moet niet alleen slim zijn – het moet je ook helpen om je beter, vrijer en gezonder te voelen. Dát is voor mij pas echt stijlvol.

Mijn wekelijkse

Shot inspiratie

Elke week ontvangen 400+ mensen een shot deep-tech inspiratie. Ook ontvangen? Schrijf je hier rechts gratis in.

Ik spam nooit en gebruik het mailadres
alleen voor deze nieuwsbrief.

Copyright © 2026 Jan Scheele

Ook elke week een shot deeptech inspiratie?

Meld je aan om elk weekend een gratis shot inspiratie te ontvangen in de mailbox.

Ik spam nooit en gebruik het mailadres
alleen voor deze nieuwsbrief.

Paid Search Marketing
Search Engine Optimization
Email Marketing
Conversion Rate Optimization
Social Media Marketing
Google Shopping
Influencer Marketing
Amazon Shopping
Explore all solutions