Vandaag mag ik 39 worden. Wat een ongelooflijk voorrecht.
Na zelf op de rand van de dood te hebben gestaan en de afgelopen jaren veel te veel mensen te hebben moeten begraven, voelt elke dag waarop ik wakker word als een geschenk. Mijn moeder zei even geleden dat ze me in jaren niet zo gelukkig heeft gezien. Ik ben nog nooit zo fit geweest, leef een oprecht rijk leven met dierbare familie en vrienden, en word dagelijks uitgedaagd door mijn werk en door alles wat het leven mij brengt. Juist die combinatie maakt het leven met elk jaar mooier. Iets wat ik over de volle breedte terug zie; ik ga volgend weekend naar Nepal om de Mount Everest tot de top te beklimmen, zakelijk gaat alles helemaal door het dak, ben met twee vrienden een nieuw bedrijf aan het bouwen en mijn directe kring intimi geeft elke dag weer veel goede energie.
Dankzij mijn persoonlijke ‘braintrust’ – mensen die me steunen, uitdagen en inspireren – blijf ik continu werken aan mijn ontwikkeling. Door mezelf scherp te analyseren, dagelijks te schrijven en plannen aan te scherpen, veel te lezen en te luisteren, elk jaar iets nieuws te leren en bewust op zoek te gaan naar betekenisvolle ontmoetingen. Altijd open voor onverwachte kruisbestuiving.
Op eerdere verjaardagen deelde ik o.a. mijn 35 belangrijkste levenslessen en 38 lifehacks. Dit jaar deel ik 39 modellen en concepten, die mijn denken de afgelopen 39 jaar volledig hebben veranderd
First principles thinking
Er was een moment waarop ik doorhad dat ik eigenlijk vooral dingen kopieerde. Niet bewust, maar toch. Hoe je een bedrijf bouwt, hoe je een presentatie opzet, hoe je keuzes maakt. Het voelde logisch, want zo “doet iedereen het”. Totdat je jezelf de vraag stelt: maar waarom eigenlijk?
First principles dwingt je om alles even af te breken. Wat weet ik zeker, zonder aannames? Het is ongemakkelijk, want je houdt ineens weinig over. Maar precies daar begint iets interessants. Sindsdien vertrouw ik minder op hoe het hoort, en meer op wat klopt. Elon Musk gebruikt dit dagelijks in zijn denken, Ruben Nieuwenhuis heeft mij hier mee in aanraking gebracht.
Second-order thinking
Ik heb best vaak beslissingen genomen die op het moment goed voelden. En dat waren ze ook, voor even ;). Maar een paar stappen verder ontstond er gedoe dat ik niet had zien aankomen. Dat patroon begon me op te vallen. Je kunt niet alleen kijken naar wat iets nú oplevert, je moet ook kijken naar wat het daarna veroorzaakt. Sinds ik dat serieuzer neem, ben ik minder snel enthousiast. Niet omdat ik negatief ben geworden, maar omdat ik beter zie wat er nog achter zit.
Inversion
Dit is zo’n simpel trucje dat bijna gênant is hoe goed het werkt . In plaats van denken: hoe word ik goed? draai je het om. Wat moet ik vooral níet doen? Ik gebruik dit vaker dan ik had verwacht. Niet alleen bij grote keuzes, maar ook bij kleine dingen. Vaak zit de winst niet in iets toevoegen, maar in iets weghalen wat in de weg zit.
The map is not the territory
Ik hou echt van modellen; structuur geeft mij rust. Maar er zit ook een valkuil in. Op een gegeven moment ga je geloven dat het model de werkelijkheid is. Dat een framework de waarheid beschrijft. Terwijl de echte wereld rommelig is, tegenstrijdig, soms gewoon niet logisch. Dit besef heeft me voorzichtiger gemaakt. Minder snel overtuigd. En eerlijk gezegd ook iets nieuwsgieriger naar wat er buiten het model valt.
The illusion of explanatory depth
Ik dacht vaak dat ik dingen begreep. Totdat iemand zei: leg het eens uit in Jip & Janneketaal. Dan merk je ineens hoeveel gaten er nog zitten. Ik gebruik dit nu bewust. Als ik iets niet simpel kan uitleggen, dan snap ik het blijkbaar nog niet goed genoeg. Dat is soms frustrerend, maar ook eerlijk.
Compounding
Dit is zo’n inzicht dat langzaam binnenkomt; financieel, lichamelijk, zakelijk, prive… Je denkt dat grote stappen het verschil maken. Maar meestal zijn het juist de kleine dingen die je blijft herhalen. Een gesprek hier, een idee daar, iets dat je net iets beter doet dan gisteren. Op zichzelf stelt het weinig voor, maar opgeteld verandert het alles. Het heeft me geduldiger gemaakt. En misschien ook iets minder gehaast.
Skin in the game
Ik ben anders gaan luisteren naar mensen. Niet alleen naar wat iemand zegt, maar naar wat er voor hem of haar op het spel staat. Heeft iemand iets te verliezen? Of is het vooral makkelijk praten? Dat maakt een enorm verschil. Je voelt het ook meteen. Sommige adviezen klinken goed, maar dragen geen gewicht. Sinds ik dat zie, neem ik niet alles meer zomaar aan.
Attention is the new scarcity
We hebben geen gebrek aan informatie. Daar verdrinken we juist in. Wat schaars is, is aandacht. Echte aandacht. Ik merk het bij mezelf ook. Hoe snel je afgeleid bent, hoe moeilijk het is om ergens echt bij te blijven. Dat heeft me bewuster gemaakt van hoe ik dingen tot me neem, maar ook van wat ik zelf de moeite waard vind om aandacht aan te geven. Want uiteindelijk is dat misschien wel de belangrijkste keuze die je maakt.
Circle of competence
Dit model gaat over iets heel onsexy, maar heel waardevols: weten waar je echt verstand van hebt, en waar je vooral heel zelfverzekerd klinkt . Echt het kennen van de grens van je eigen expertise zij een vriend laatst. Ik vond dit eerst bijna te bescheiden klinken. Alsof je jezelf klein maakt. Inmiddels zie ik het juist als volwassenheid. Een paar van mijn slechtste keuzes begonnen namelijk met het idee dat ik iets “heus wel ongeveer snapte”. Dat is een gevaarlijke zin. Dit model heeft me niet kleiner gemaakt, maar rustiger. Je hoeft niet overal een mening over te hebben. Je hoeft niet overal in te springen. Soms is de slimste zet gewoon: dit is niet mijn terrein.
Survivorship bias
Survivorship bias is de neiging om vooral naar de winnaars te kijken en te vergeten hoeveel verliezers exact hetzelfde probeerden. James Clear beschrijft het heel helder als onze focus op de succesverhalen, terwijl we de mensen die met dezelfde strategie faalden nauwelijks zien.
Dit inzicht heeft me echt geholpen om minder naïef te worden. Je ziet een ondernemer, maker of investeerder die iets briljants deed, en voor je het weet denk je: dát is het recept. Tot je beseft dat je vooral naar de overlevenden kijkt. Het heeft me geleerd om achter succesverhalen te kijken. Niet cynisch, wel eerlijker. Achter elk glanzend voorbeeld zit meestal een kerkhof aan pogingen die niemand meer doorstuurt.
Availability heuristic
De availability heuristic is een bekende denkfout waarbij iets belangrijker of waarschijnlijker lijkt, puur omdat het snel in je hoofd opkomt. Wat gemakkelijk in gedachten komt, voelt al snel als het meest relevant of het meest voorkomend.
Ik ben dit vooral bij mezelf gaan herkennen als ik ergens bang voor was, of juist overdreven enthousiast. Eén sterk verhaal, één bizarre uitzondering, één nieuwsbericht en je brein doet alsof het de norm is. Best gênant eigenlijk, hoe makkelijk dat werkt. Dit model heeft me geholpen om minder te reageren op wat hard binnenkomt, en meer op wat echt representatief is. Niet alles wat dichtbij voelt, is groot. Niet alles wat luid is, is waar.
Confirmation bias
Confirmation bias is onze neiging om vooral informatie te zoeken of te geloven die bevestigt wat we al dachten. Het cherry-picken van informatie die onze bestaande ideeën ondersteunt.
Toen ik dit echt begon te zien, werd het ongemakkelijk. Je denkt graag dat je open-minded bent, maar vaak ben je gewoon slim in het verdedigen van je eerste gevoel. Ik herken het inmiddels in discussies, in media, in vriendschappen, in mezelf. Dit model heeft me niet objectief gemaakt, dat zou een groot woord zijn, maar wel iets minder verliefd op mijn eigen gelijk. Dat is al winst.
Goodhart’s law
Goodhart’s law wordt vaak samengevat als: zodra een maatstaf een doel wordt, houdt die maatstaf op een goede maatstaf te zijn. Ik vind dit een heerlijk venijnig model, omdat het zo vaak klopt. Zodra je iets gaat najagen omdat het meetbaar is, ontstaat er toneel. Dan wordt het getal belangrijker dan de bedoeling. Je ziet het bij bedrijven, op social media, in onderwijs, in gezondheid, eigenlijk overal. Voor mij was dit een goede waarschuwing om niet verliefd te worden op KPI’s, likes, omzetjes, streaks of andere verslavende tellertjes. Wat je meet, kan nuttig zijn. Wat je aanbidt, gaat je meestal vernauwen.
Parkinson’s law
Parkinson’s law stelt dat werk zich uitbreidt tot de tijd die ervoor beschikbaar is. Dit model heeft me pijnlijk vaak ontmaskerd. Geef me drie weken en ik doe alsof iets drie weken nodig heeft. Geef me drie uur en opeens blijkt het wonderbaarlijk genoeg ook te kunnen. Niet altijd even goed, maar wel vaak goed genoeg. Het heeft me geleerd dat “meer tijd” niet automatisch “meer kwaliteit” betekent. Soms is tijd geen cadeau, maar een moeras.
Choice architecture
Choice architecture is het idee dat de manier waarop keuzes worden ingericht ons gedrag sterk beïnvloedt. Hoe je omgeving beslissingen makkelijker of moeilijker maakt. Dit is een van die concepten die je leven niet spectaculair veranderen, maar wel stilletjes verbeteren. Ik ben minder gaan vertrouwen op discipline en meer op inrichting. Leg iets binnen handbereik en je doet het sneller. Maak iets irritant en je doet het minder. Klinkt bijna flauw simpel, maar juist daarom werkt het. Mijn leven werd beter toen ik stopte met mezelf steeds opnieuw te willen overrulen, en gewoon de omgeving slimmer ging zetten.
Lindy effect
De Lindy effect is het idee dat dingen die al lang bestaan, een grotere kans hebben om ook nog lang te blijven bestaan. Ik hou van nieuwe dingen. Nieuwe tools, nieuwe trends, nieuwe verhalen. Misschien juist daarom had ik dit concept nodig. De Lindy effect herinnert me eraan dat oud niet saai is, maar vaak getest. Sommige ideeën leven nog omdat ze taai zijn. Omdat ze iets raken dat niet modegevoelig is. Het heeft me geholpen om minder onder de indruk te zijn van het nieuwste speeltje en weer wat vaker terug te keren naar wat al decennia overeind blijft.
Preference falsification
Preference falsification gaat over het verbergen van je echte voorkeur of overtuiging in het openbaar. Het verschil tussen wat mensen echt vinden en wat ze hardop zeggen; mechanisme dat coördinatie kan blokkeren. Dit concept vond ik meteen fascinerend, omdat het zo veel verklaart. Waarom groepen soms ineens lijken te kantelen. Waarom iedereen in een ruimte iets lijkt te vinden, terwijl dat achteraf helemaal niet zo blijkt. Waarom stilte soms geen instemming is, maar camouflage. Voor mijn eigen leven was het vooral een ongemakkelijke spiegel. Hoe vaak zeg je precies wat je denkt? En hoe vaak kies je voor sociale veiligheid? Meer dan ik lang wilde toegeven.
Antifragility
Antifragility is het idee dat sommige dingen niet alleen bestand zijn tegen stress of chaos, maar er zelfs beter van worden. Resilient blijft hetzelfde, antifragile groeit door schokken en onzekerheid. Dit model is me dierbaar geworden omdat het iets hoopvols heeft zonder zoet te worden. Niet alles hoeft glad, veilig en voorspelbaar te zijn om goed uit te pakken. Sommige dingen worden juist sterker door wrijving. Een lichaam, een idee, een mens soms ook. Het hielp me om anders naar gedoe te kijken. Niet elk probleem is een teken dat je verkeerd zit. Soms is het precies de belasting die iets sterker maakt, zolang het je niet breekt maar prikkelt.
Hanlon’s razor
Er zijn momenten geweest waarop ik ergens veel te veel achter zocht. Iemand reageert kort, iets loopt stroef, een kans gaat niet door, en je hoofd maakt er meteen een film van. Hanlon’s razor heeft me daar vaak uitgehaald: schrijf niet aan kwade wil toe wat ook prima verklaard kan worden door onhandigheid, drukte of gewone menselijke chaos. Ga niet te snel uit van kwaadaardige intenties als onbekwaamheid een simpelere verklaring is. Wat dit met mijn leven deed, is eigenlijk heel simpel: minder drama. Minder projectie. Minder energieverlies aan verhalen die vooral in mijn eigen hoofd bestonden.
Via negativa
Ik vond dit meteen een heerlijk concept, juist omdat het ingaat tegen onze reflex om altijd méér te willen. Via negativa draait om verbeteren door iets weg te halen in plaats van toe te voegen. Denken in eliminatie: niet steeds vragen wat erbij moet, maar wat eraf kan. Voor mij was dit bijna een opluchting. Niet elk probleem vraagt om een extra tool, extra plan, extra afspraak of extra ambitie. Soms wordt iets beter als je de ruis verwijdert. Minder troep in je agenda. Minder mensen om je heen die energie lekken. Minder woorden als iets ook in één zin kan.
Chesterton’s fence
Dit model zegt in feite: breek iets pas af als je eerst begrijpt waarom het er staat. Een waarschuwing om eerst te begrijpen waarom iets is zoals het is, voordat je eraan gaat sleutelen. Ik had vroeger iets meer vertrouwen in mijn eigen frisse blik dan gezond was. Dan dacht ik: dit kan efficiënter, simpeler, sneller. Soms klopte dat. Soms sloopte ik gewoon iets waarvan ik de functie nog niet zag. Dit model maakte me minder roekeloos. Niet behoudend, wel iets wijzer. Er is vaak een reden waarom iets is gegroeid zoals het is, ook als die reden niet meteen sexy oogt.
Probabilistic thinking
Probabilistisch denken klinkt zwaarder dan het voelt. Het komt neer op leren leven in kansen in plaats van zekerheden. Het inschatten van de waarschijnlijkheid dat een bepaalde uitkomst gebeurt, met hulp van logica en waarschijnlijkheid. Ik heb hier veel aan gehad, juist omdat ik vroeger te vaak in zwart-wit dacht. Dit lukt of het mislukt. Iemand is briljant of waardeloos. Een idee wordt groot of het is niks. Inmiddels denk ik vaker: er is een redelijke kans dat dit werkt, maar zeker weet ik het niet. Dat maakt je niet zwakker. Het maakt je eerlijker. En eerlijk gezegd ook rustiger.
Regression to the mean
Een heel nuttig, bijna vernederend concept. Regression to the mean betekent dat extreme uitslagen vaak worden gevolgd door normalere uitslagen. Een statistische tendens: extreme resultaten blijven meestal niet extreem. Dit had ik echt eerder moeten begrijpen. Na een uitzonderlijk goede dag denk je al snel dat je een nieuw niveau hebt bereikt. Na een slechte periode denk je dat alles instort. Vaak is dat gewoon niet waar. Soms ben je niet ineens geniaal geworden, maar had je wind mee. Soms ben je ook niet kapot, maar gewoon even uit ritme. Dit model haalde wat theater uit mijn zelfbeeld.
The bikeshed effect
Bikeshedding is de neiging om eindeloos te praten over kleine, makkelijke dingen en de moeilijke, belangrijke dingen te ontwijken. Echt onze vreemde drang om buitensporig veel tijd te besteden aan triviale details, terwijl de echte kern blijft liggen. Toen ik dit leerde kennen, herkende ik ineens hele vergaderingen, hele discussies en eerlijk gezegd ook stukken van mezelf. We willen graag slim klinken op terrein waar we grip op voelen. Dus hebben we een uitgesproken mening over de kleur van iets, de titel van iets, de volgorde van drie onbelangrijke punten. Ondertussen blijft de echte vraag onaangeraakt. Pijnlijk herkenbaar. En ook behoorlijk grappig, als je het eenmaal ziet.
Reversible and irreversible decisions
Sommige beslissingen zijn omkeerbaar, andere niet. Omkeerbare beslissingen moet je sneller nemen. Onomkeerbare beslissingen juist trager. Ik heb best lang gedaan alsof elke keuze van levensbelang was. Dat is vermoeiend. Dit model gaf lucht. Niet alles is een huwelijk, een tatoeage of een brug die je opblaast zodra je eroverheen bent. Veel dingen kun je gewoon proberen. En als het niks is, draai je terug. Alleen al dat inzicht heeft me op meerdere momenten uit verlamming gehaald.
26 Bayes’ theorem
Ik snap dat dit technisch klinkt, maar de kern is eigenlijk heel menselijk. Bayesiaans denken gaat erover dat je je kansinschatting bijwerkt zodra er nieuwe informatie bijkomt. Je moet je waarschijnlijkheden voortdurend aanpassen op basis van wat je leert.
Wat ik hier mooi aan vind, is dat het een elegante manier is om van mening te veranderen zonder je ruggengraat te verliezen. Je was niet per se dom toen je iets eerder dacht. Je had toen andere informatie. Inmiddels weet je meer, dus stuur je bij. Dat idee heeft me geholpen om minder koppig te zijn en tegelijk niet in totale besluiteloosheid te verdwijnen.
Sunk cost fallacy
Deze doet pijn omdat bijna iedereen hem kent, maar toch telkens opnieuw intrapt. De sunk cost fallacy is de neiging om door te gaan met iets puur omdat je er al tijd, geld, energie of liefde in hebt gestoken. Ik heb er zelf echt op vastgezeten. Te lang doorgaan met iets omdat stoppen voelde als verlies. Terwijl doorgaan vaak gewoon duurder verlies was, maar dan uitgesmeerd over meer maanden. Dit model heeft me geholpen om eerlijker te kijken naar de vraag: als dit vandaag nieuw op mijn pad kwam, zou ik er dan opnieuw instappen? Zo niet, dan weet je vaak al genoeg.
Regret minimization framework
Jeff Bezos maakte dit bekend als manier om grote keuzes te beoordelen: waar krijg ik later het meeste spijt van als ik het níet doe? Dit was zijn manier om door de ruis van kleine zorgen heen te prikken en te kijken naar wat op latere leeftijd nog echt gewicht heeft. Ik vind dit een prachtig model omdat het direct op je zenuw werkt. Niet op je spreadsheet, maar op je leven. Er zijn momenten waarop ratio alleen niet genoeg is. Dan helpt het om jezelf voor te stellen op een leeftijd waarop status, timing en sociale ruis veel minder indruk maken. Wat zou daar nog steken? Welke keuze zou blijven schuren? Dat perspectief heeft me op een paar cruciale momenten meer geholpen dan honderd nette argumenten.
Occam’s razor
Ik was vroeger best goed in dingen ingewikkelder maken dan nodig was. Extra verklaringen, extra lagen, extra scenario’s. Alsof die complexiteit automatisch slimmer was. Occam’s razor was voor mij een nuchtere tik op de vingers: de simpelste verklaring is vaak de beste plek om te beginnen. Niet altijd de juiste, wel vaak de minst domme. Dat heeft me veel ruis bespaard. Soms hoef je niet nog een theorie te bouwen. Soms is iemand gewoon te laat omdat hij te laat vertrok.
Fundamental attribution error
Dit concept vond ik pijnlijk herkenbaar. Als iemand anders iets stoms doet, denken we al snel: typisch die persoon. Als wij zelf iets stoms doen, denken we: ja, maar de omstandigheden waren ook waardeloos. Die denkfout bestaat echt en heet de fundamental attribution error. Ik ben daardoor iets milder geworden in mijn oordelen. Niet soft, wel voorzichtiger. Je weet zelden het hele decor van iemands gedrag.
Optionality
Optionality klinkt bijna financieel, maar voor mij werd het vooral een levenshouding. Niet te snel alles vasttimmeren. Niet meteen al je speelruimte opgeven. Farnam Street beschrijft het als het openhouden van opties en het vermijden van onnodige afhankelijkheden. Dat heeft me geholpen om keuzes soms lichter te maken. Je hoeft niet altijd direct voor altijd te kiezen. Sommige fases vragen niet om commitment, maar om beweegruimte.
Path dependence
Sommige dingen zijn niet logisch omdat ze goed zijn, maar omdat ze ooit zo begonnen zijn en daarna nooit meer echt zijn herzien. Dat is path dependence. Ik vind dat een heerlijk ontmaskerend concept. Het heeft me geholpen om anders te kijken naar gewoontes, systemen en ook naar mezelf. Waarom doe ik dit eigenlijk nog zo? Niet omdat het de beste route is, maar vaak gewoon omdat ik ooit die afslag nam en daarna ben blijven rijden.
Loss aversion
Dit model verklaart iets wat ik al lang voelde maar niet goed kon benoemen: verlies doet meestal zwaarder pijn dan winst plezier geeft. Daarom blijven mensen te lang hangen, verdedigen ze het oude, of stellen ze verandering uit terwijl ze diep vanbinnen al weten dat het moet. Voor mij was dit een nuttig inzicht omdat het iets blootlegt wat heel menselijk is. Niet elk vasthouden is trouw. Soms is het gewoon angst om iets kwijt te raken.
False consensus effect
Ik denk dat bijna iedereen hier vaker intrapt dan hij wil toegeven. Je vindt iets logisch, duidelijk of normaal en voor je het weet denk je dat de meeste anderen dat vast ook zo zien. Dat heet het false consensus effect. Bij mij werkte dit als een correctie op mijn eigen vanzelfsprekendheden. Wat voor mij helder is, is dat nog lang niet voor een ander. Wat ik normaal vind, kan voor iemand anders totaal vreemd zijn. Dat besef maakt je minder arrogant, en meestal ook interessanter.
Hormesis
Hormesis is het idee dat een beetje stress of belasting niet alleen draaglijk is, maar je soms juist sterker maakt. Niet elke prikkel is schadelijk. Sommige prikkels zijn precies wat groei uitlokt. Ik vind dat een prettig tegenwicht tegen het idee dat alles comfortabel moet zijn. Niet elk ongemak is een waarschuwing. Soms is het een trainingsprikkel. Dat inzicht heeft me geholpen om minder hard weg te bewegen van spanning, zolang die spanning me vormt en niet sloopt.
Growth mindset
Ik weet dat dit concept inmiddels bijna te bekend is geworden, maar juist daarom vergeten mensen soms hoe waardevol het eigenlijk is. Het idee is simpel: talent staat niet vast, je kunt groeien door oefening, feedback en volhouden. Wat ik er zelf vooral uit haalde, was iets anders: je hoeft niet nu al goed te zijn om ergens serieus mee te beginnen. Dat klinkt simpel, maar voor perfectionisten is het bijna revolutionair.
Mimetic desire
Deze vond ik fascinerend toen ik hem echt begon te begrijpen. Het idee komt uit het werk van René Girard en wordt onder meer door Luke Burgis populair gemaakt: we verlangen vaak niet puur uit onszelf, maar omdat we zien dat anderen iets verlangen. Met andere woorden: veel van wat we willen, willen we omdat iemand anders het ook wil. Dat inzicht heeft me veel scherper gemaakt. Is dit echt mijn verlangen, of heb ik het ergens opgepikt? Dat is geen kleine vraag.
Agency
Agency is geen modewoord voor mij, maar een soort innerlijke motor. Het gaat over het gevoel en het vermogen dat je kunt handelen, invloed kunt uitoefenen en niet alleen hoeft te reageren op wat er op je afkomt. Ik vind dat een van de belangrijkste concepten van allemaal. Op slechte dagen voelt het leven alsof het met je gebeurt. Op betere dagen herinner ik me dat er bijna altijd ergens een knop is waar je wel degelijk aan kunt draaien. Al is die klein.