Afgelopen week vroeg iemand na mijn lezing of we niet gewoon weer een generatie Luddieten aan het creëren zijn, mensen die vooruitgang niet begrijpen. Daar zit echt iets ongemakkelijks in; hoe snel we iemand vandaag een “luddiet” noemen.
Het klinkt namelijk als een verwijt. Alsof kritiek op AI neerkomt op angst voor vooruitgang. Historisch is dat een karikatuur. De Luddieten van 1811 waren geen mensen die de toekomst niet begrepen. Het waren geschoolde wevers die zagen hoe hun vak werd gereduceerd tot een kostenpost. Machines produceerden sneller en goedkoper. Fabriekseigenaren verdienden. De wever verloor zijn autonomie, zijn inkomen, zijn waardigheid.
Hun woede richtte zich niet op het rad of de stoom. Ze saboteerden specifieke eigenaren die lonen drukten en kwaliteit negeerden. Dat detail verdwijnt vaak uit het verhaal.
De discussie rond AI rijmt daar opvallend mee. Veel ontwerpers en schrijvers zijn niet tegen technologie. Ze gebruiken haar dagelijks. Hun zorg gaat over training op hun werk zonder toestemming. Over een markt die overspoeld raakt met “goed genoeg”. Over macht die zich concentreert bij een handvol bedrijven.
Onderzoek laat zien dat generatieve AI de productiviteit verhoogt, soms met 20 tot 40 procent in bepaalde taken. De vraag is alleen: wie profiteert structureel van die winst? De maker, of vooral het platform?
De Luddite Fallacy leert ons dat technologie op lange termijn nieuwe banen schept. Dat is waar op macroniveau. Voor het individu dat nu terrein verliest, voelt die belofte abstract.
Misschien is de echte scheidslijn niet tussen voor of tegen AI. Misschien gaat het om iets anders: accepteren we dat technologische vooruitgang neutraal is, of durven we opnieuw te vragen aan wie zij uiteindelijk verantwoording verschuldigd is?
Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.
Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.
Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.