Hoe ik voorkom dat AI mij dommer maakt: vijf regels die ik heilig verklaar

Hoe ik voorkom dat AI mij dommer maakt: vijf regels die ik heilig verklaar

Hoe ik voorkom dat AI mij dommer maakt

Angst, voor de eigen baan, voor de maatschappij… en het eigen brein. Toen ik de afgelopen week eens de meest gestelde vragen na mijn keynotes op een rij zette, sprong er één bovenuit: ‘is AI echt zo slecht voor je brein?’

Die vraag zegt in mijn optiek minder over technologie en meer over onze angst om denkvermogen kwijt te raken.

Ik zie bijna dagelijks hoe die angst wordt gevoed. Het MIT Media Lab-onderzoek ‘Your Brain on ChatGPT‘ werd snel gebracht als “AI maakt je dom”. De werkelijkheid is in mijn optiek echt genuanceerder. Geen hersenschade, wel andere denkgewoonten: minder betrokkenheid, zwakker geheugen, minder eigenaarschap.

Dat patroon kennen we. Plato vreesde dat schrijven ons geheugen zou aantasten. Rekenmachines zouden ons dom maken. Smartphones onze aandacht vernietigen. Telkens bleek niet de technologie het probleem, maar hoe gedachteloos we haar gebruiken.

AI is anders omdat ze zo verleidelijk goed is in alles. Schrijven, samenvatten, analyseren, brainstormen. Daardoor ontstaat het risico van wat ik voor mezelf een AI-brein noem: niet minder intelligent, wel minder scherp. Minder frictie, minder worsteling, minder eigen perspectief.

Onderzoek bevestigt dat risico én de nuance. Scholieren die GPT zonder begeleiding gebruikten, scoorden later 17 procent lager. Tegelijkertijd laten studies van de The World Bank, Harvard University en Stanford University zien dat AI enorme leerwinst kan opleveren, mits ingezet als tutor en niet als antwoordenmachine.

Het verschil zit hem in mijn optiek dus niet in AI, maar in hoe je haar inzet.

Dit zijn de regels die ik zelf hanteer om scherp te blijven:

1) Ik denk vóór ik prompt
Voordat ik AI open, schrijf ik eerst mijn eigen standpunt of vraag op. Soms rommelig, soms half. Pas daarna mag AI meedenken. Nooit andersom.

2) Ik schrijf altijd eerst zelf
Elke tekst begint zonder AI. Pas als er een volledige eerste versie staat, gebruik ik AI als redacteur, nooit als auteur.

3) Ik los niet alles meteen op
Als iets schuurt, laat ik het liggen. Geen snelle samenvatting, geen directe AI-oplossing. Ik dwing mezelf om langer in onzekerheid te blijven.

4) Ik kies bewust voor minder
Ik bepaal elke week twee of drie dingen die echt tellen. Ideeën die “wel leuk” zijn, laat ik liggen, ook als AI ze snel uitvoerbaar maakt.

5) Ik plan menselijke frictie in
Elke dag tijd zonder scherm. Elke week fysieke inspanning. Zo vaak mogelijk echte gesprekken in plaats van calls. Dit staat letterlijk in mijn agenda.

AI beschadigt je hersenen niet. Onbewust gebruik kan wel je denkgewoonten afvlakken. De echte vraag is dus niet wat AI met ons brein doet, maar welke delen van ons denken we vrijwillig uitbesteden.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Steeds meer leiders missen strategische fluency rondom technologie. Zo herken je het en zo pak je het aan

Steeds meer leiders missen strategische fluency rondom technologie. Zo herken je het en zo pak je het aan

In 1961 stond John F. Kennedy voor een groep ingenieurs bij NASA. De Verenigde Staten liepen achter in de ruimtewedloop en de technische onzekerheden waren enorm. Toch ging het in zijn woorden nauwelijks over raketten of berekeningen.

Hij sprak over richting. Over het vermogen om een ambitie te formuleren die groot genoeg was om keuzes af te dwingen, ook als de weg ernaartoe nog onduidelijk was. Niet de technologie stond centraal, maar het kompas.

Die scène komt steeds vaker in me op wanneer gesprekken over AI en strategie elkaar kruisen. Niet omdat AI hetzelfde is als de NASA van toen, maar omdat de kernvraag identiek is: begrijpen leiders voldoende wat er gebeurt om scherpe keuzes te maken?

Veel van mijn klanten investeren inmiddels fors in AI. Er draaien pilots, er zijn dashboards, er wordt geëxperimenteerd met generatieve modellen. Tegelijkertijd hoor ik van veel leiders terug, dat ze het gevoel hebben dat het niet echt landt. Projecten concurreren met elkaar, teams spreken verschillende talen en bestuurders voelen zich afhankelijk van specialisten zonder zelf het overzicht te hebben. De kloof zit hem hier in mijn optiek zelden in technologie, maar bijna altijd in strategische fluency.

Strategische fluency is geen technische vaardigheid. Het is het vermogen om te begrijpen waar AI waarde kan toevoegen, waar niet, en hoe initiatieven zich verhouden tot bredere bedrijfsdoelen. Leiders met strategische fluency hoeven geen modellen te bouwen, maar kunnen wel de juiste vragen stellen. Ze zien AI niet als innovatie op zich, maar als onderdeel van een samenhangend verhaal over groei, risico en verantwoordelijkheid.

Wat daarbij opvalt, is dat veel organisaties AI benaderen alsof het een losse versnelling is. Meer data, snellere analyses, efficiëntere processen. De praktijk laat iets anders zien. AI werkt eerder als een vergrootglas. Wat strategisch helder is, wordt scherper. Wat diffuus is, wordt pijnlijk zichtbaar. Zonder duidelijke prioriteiten leidt AI tot fragmentatie, niet tot versnelling.

Hier helpt een eenvoudig denkkader: zie AI als een nieuwe medewerker aan de bestuurstafel. Een medewerker die extreem snel patronen ziet, maar geen gevoel heeft voor context, ethiek of lange termijn. Die medewerker kan briljant zijn, mits goed aangestuurd. Zonder kaders gaat hij alle kanten op. Governance is in dat beeld geen rem, maar de functiebeschrijving. Het bepaalt waar AI mag meedenken, waar besluiten vallen en wie verantwoordelijkheid draagt.

Recente analyses laten zien dat organisaties die governance vroeg betrekken bij AI-initiatieven sneller schaal bereiken en minder last hebben van versnippering. Niet omdat ze voorzichtiger zijn, maar omdat ze duidelijker zijn. Strategische fluency betekent hier: begrijpen dat snelheid zonder richting uiteindelijk vertraging oplevert.

Tegelijkertijd is er spanning. Bestuurders voelen de druk om mee te gaan, terwijl onzekerheid blijft bestaan. Wat als we kansen missen? Wat als we te veel vertrouwen op systemen die we niet volledig doorgronden? Die spanning verdwijnt niet door meer experimenten, maar door beter strategisch gesprek. AI dwingt leiders om explicieter te worden over aannames, waarden en keuzes. Dat is ongemakkelijk, maar ook gezond.

Wat nu al zichtbaar is, is dat de meest succesvolle AI-toepassingen voortkomen uit organisaties waar strategie geen jaarlijks document is, maar een continu gesprek. Daar wordt AI niet ingezet om beslissingen te automatiseren, maar om besluitvorming te verrijken. Scenario’s worden scherper, trade-offs explicieter, en blinde vlekken sneller herkend.

Strategische fluency vraagt daarom iets fundamenteels van leiderschap. Minder leunen op controle, meer op begrip. Minder focus op tools, meer op samenhang. Het is het verschil tussen vragen wat AI kan, en vragen wat wij willen dat het doet.

In een tijd waarin technologie sneller beweegt dan organisaties, is strategische fluency in mijn optiek geen luxe, maar een vorm van volwassenheid. De vraag die blijft hangen is eenvoudig, maar niet gemakkelijk: als iemand vandaag met frisse ogen naar jouw AI-initiatieven kijkt, zien zij dan richting, of vooral activiteit?

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

[3x deep] Internet van hersenen, Apple AI Pin en verzekering voor autonoom rijden

In deze editie verkennen we drie uiteenlopende bewegingen: van grenzen tussen lichaam en internet tot hardware die onze relatie met AI kan veranderen, en een risico-product dat de verzekeringswereld aan het verschuiven brengt.

Internet of brains
Er ontstaat een ambitieus project dat verder gaat dan wearables en sensoren: een open netwerk dat hersensignalen koppelt aan applicaties op EEG-apparaten. Initiatieven zoals Elata Biosciences bouwen open infrastructuur waarin ontwikkelaars zonder gespecialiseerde kennis zelf “neuro-apps” kunnen maken en zo toepassingen voor spel, onderzoek en mogelijk welzijn verkennen. Dit past in bredere onderzoeksprogramma’s rond de zogenaamde Internet of Brains, die willen dat mensen via hersensignalen systemen aansturen en fysiek beperkte interacties overstijgen. Dergelijke systemen roepen veel vragen op rond ethiek, privacy en betrouwbaarheid van interpretatie van hersendata, maar bieden tegelijk nieuwe perspectieven voor medicinale en creatieve toepassingen.  

De Apple pin
Apple werkt volgens bronnen aan een klein draagbaar apparaatje met AI-capaciteit, camera’s, microfoons en speaker in een vorm die doet denken aan een AirTag. Het idee is dat dit een nieuwe toegang tot AI-assistentie biedt, los van telefoon of horloge en mogelijk al in 2027 verschijnt. Geruchten wijzen erop dat spraakinteractie centraal staat en dat de hardware past binnen bredere AI-ambities van het bedrijf. Dit product komt op een markt waar eerdere pogingen, zoals die van Humane, gemengde resultaten lieten zien: mooie concepten maar beperkte impact en acceptatie. De uitdaging voor Apple zal zijn om waarde te leveren zonder een extra gadget te creëren waarvan de praktische bruikbaarheid beperkt blijft.  

De eerste verzekering voor zelfrijzende apparaten
In de VS introduceert verzekeraar Lemonade een nieuwe polis gericht op Tesla’s Full Self-Driving (FSD) systeem die de premies per gereden kilometer met circa 50 procent kan verlagen als de auto in de semi-autonome modus rijdt. Dit is mogelijk doordat de verzekeraar via toegang tot voertuigdata precies kan onderscheiden welke kilometers met FSD zijn gereden. Traditioneel zijn autonome voertuigen lastig te verzekeren vanwege onzekere risico’s, maar data-gestuurde modellen kunnen dat perspectief verschuiven. Tesla’s FSD blijft volgens regelgevers een assistentiesysteem dat menselijke supervisie vereist, en veiligheidsexperts houden enige scepsis over het echte effect op ongelukken.  

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Een van mijn favoriete trend rapporten is uit. Deze 3 trends springen er echt voor mij uit

Veel AI-nieuws gaat over snellere modellen en nieuwe tools. In het ARK Big Ideas 2026-rapport zie je iets anders: AI verschuift van software naar infrastructuur die hele sectoren herontwerpt. Drie trends sprongen er voor mij echt uit.

1. Agent-native internet: van klikken naar delegeren

ARK beschrijft hoe AI-agents een steeds groter deel van zoeken, vergelijken en kopen gaan overnemen. Niet als losse apps, maar via nieuwe protocollen die zijn gebouwd voor agent-to-agent communicatie en veilige transacties.

Wat ik hier belangrijk aan vind: dit raakt direct aan businessmodellen. Als AI straks beslist wat jij koopt, verschuift concurrentie van zichtbaarheid naar betrouwbaarheid en data-kwaliteit. Veel bedrijven zijn hier strategisch nog totaal niet op voorbereid.

2. AI-native biologie: wetenschap op machinesnelheid

Volgens ARK gaat AI niet alleen kenniswerk versnellen, maar ook laboratoria automatiseren. AI ontwerpt experimenten, stuurt robots aan en leert van elke test. Daardoor wordt medische innovatie goedkoper en veel sneller.

Mijn lezing: dit is misschien wel de meest onderschatte AI-toepassing. Minder hype, maar enorme impact. Hier verschuift zorg van reageren naar voorspellen en voorkomen, met gevolgen voor hoe zorgstelsels, verzekeringen en farmaceuten gaan werken.

3. Slimme pillen voor interne gezondheidsmonitoring

ARK wijst op de opkomst van nieuwe vormen van diagnostiek, waaronder capsules met sensoren die data meten terwijl ze door het lichaam bewegen. Niet als gadget, maar als klinisch instrument voor vroege detectie.

Wat mij hierin raakt: dit brengt data letterlijk naar de bron. Minder momentopnames, meer continue metingen. Dat verandert wat een diagnose überhaupt betekent.

Wat deze drie trends volgens ARK verbindt, is wat zij “The Great Acceleration” noemen: technologieën die elkaar versterken en daardoor veel sneller opschalen dan we gewend zijn. AI versnelt biologie, biologie voedt nieuwe therapieën, infrastructuur maakt grootschalige inzet mogelijk.

Mijn voorspelling, in lijn met het rapport: de grootste AI-impact van de komende jaren zit niet in betere chats, maar in systemen die zelfstandig handelen, wetenschap automatiseren en gezondheid eerder beschermen dan herstellen.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Computer geheugen gemaakt van paddestoelen, planten zien ademen en hersensimulatie eindelijk mogelijk

Een brein in een computer, maar dan als proefmodel

Bij het Jülich Research Centre in Duitsland draaien wetenschappers hersenmodellen op een van de krachtigste supercomputers van Europa. Ze proberen niet een mens na te maken, maar vooral te begrijpen hoe signalen zich door grote netwerken van hersencellen bewegen. Dat helpt bij onderzoek naar aandoeningen zoals epilepsie en Parkinson.
De modellen bevatten al netwerken met tientallen miljarden cellen, vergelijkbaar met delen van de menselijke hersenschors. Toch blijft het een vereenvoudigde versie. Geen gevoelens, geen zintuigen, geen bewustzijn. Wel een veilige manier om te testen wat in echte hersenen niet kan.

Geheugen gemaakt van paddenstoelen

Bij Ohio State University gebruiken onderzoekers shiitake-paddenstoelen als onderdeel van simpele geheugencircuits. De structuren in de schimmel blijken elektrische signalen even vast te houden, een basisvorm van geheugen. In tests konden ze duizenden schakelingen per seconde uitvoeren met zo’n 90 procent nauwkeurigheid.
Dit gaat geen laptops vervangen. Daarvoor is het veel te groot en te langzaam. Toch is het idee interessant: elektronica die groeit, weinig energie kost en geen zeldzame grondstoffen nodig heeft. Voor toepassingen in sensoren of duurzame elektronica kan dit op termijn relevant worden.

Onderzoekers zien planten letterlijk water verliezen

Aan de University of Illinois hebben wetenschappers een systeem gebouwd waarmee ze live kunnen zien hoe kleine openingen in bladeren open en dicht gaan. Tegelijk meten ze hoeveel water en kooldioxide er doorheen stroomt. Dat klinkt klein, maar dit proces bepaalt hoeveel een plant groeit en hoeveel water hij nodig heeft.
Dit is belangrijk voor landbouw in drogere gebieden. Wie precies weet wanneer planten water verspillen, kan gericht zoeken naar rassen die zuiniger zijn. Voorlopig gebeurt dit nog in het lab, niet op het veld, maar het geeft onderzoekers eindelijk een bewegend beeld in plaats van losse momentopnames.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Diamantorganisaties en centaur teams: zo snel verandert werk nu door technologie

Diamantorganisaties en centaur teams: zo snel verandert werk nu door technologie

Diamantorganisaties en centaur teams

AI verandert steeds meer bedrijven op twee manieren tegelijk. De vorm van organisaties verschuift van piramide naar diamant. Minder brede onderkant, meer zwaarte in het midden. Taken die vroeger leerwerk waren, zoals eerste analyses, samenvattingen en controles, worden steeds vaker door systemen opgepakt. Wat overblijft, is werk dat vraagt om context, afweging en verantwoordelijkheid. Daardoor wordt het midden van de organisatie belangrijker dan ooit.

Tegelijk verandert de manier waarop teams werken. Steeds vaker ontstaan centaur teams: mensen en AI die samen één taak uitvoeren. Mensen bepalen richting, betekenis en grenzen. AI verkent opties, rekent door, vergelijkt patronen en versnelt het proces. Dat kan tot betere besluiten leiden, niet omdat AI slimmer is, maar omdat het menselijk oordeel wordt ondersteund door meer perspectief en snelheid.

Hier ontstaat ook spanning. De diamant roept de vraag op waar talent zich nog ontwikkelt als instapwerk verdwijnt. Wie leert het vak, wie maakt fouten, wie groeit door. De centaur roept een andere vraag op: wie blijft wakker als systemen steeds overtuigender klinken. Automatisering helpt, maar eigenaarschap kan niet worden geautomatiseerd.

Wat ik zie bij leiders die hier bewust mee bezig zijn, is dat het gesprek verschuift. Minder focus op efficiency alleen, meer aandacht voor hoe besluiten tot stand komen. Minder praten over tools, meer over verantwoordelijkheden, toezicht en professionele oordeelsvorming. AI wordt dan geen trucje, maar een vast onderdeel van hoe teams denken en werken.

Dit is geen verre toekomst. Deze herontwerpen gebeuren nu. In advies, finance, overheid, marketing, zorg. Minder lagen, andere rollen, nieuwe combinaties van mens en technologie. Wie dit reduceert tot kostenbesparing, mist de kern. Het gaat over hoe organisaties slimmer, zorgvuldiger en consistenter kunnen beslissen in een wereld die sneller beweegt.

Misschien is dat de echte leiderschapsvraag van dit moment: als je organisatie een diamant wordt en je teams steeds meer op centaurs lijken, waar borg je dan menselijk oordeel, vakmanschap en moreel kompas in besluiten die steeds sneller genomen worden?

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Muziek luisteren via een lolly, digitale nagellak en een hartaanval voorspellen op basis van je slaap

Muziek luisteren via een lolly, digitale nagellak en een hartaanval voorspellen op basis van je slaap

De meest interessante technologie van dit moment zit niet meer in schermen of gadgets. Ze zit in onze slaap, in onze mond en zelfs op onze nagels. Drie voorbeelden die laten zien hoe innovatie steeds persoonlijker en lichamelijker wordt.

Talloze ziekten voorspellen via één nacht slaap


Een nieuwe studie in Nature Medicine laat zien hoe krachtig slaapdata kan zijn. Onderzoekers ontwikkelden SleepFM, een AI-model dat is getraind op meer dan 585.000 uur aan slaapmetingen. Op basis van één nacht slaap kan het model onder andere het risico op dementie, hartfalen en een hartaanval voorspellen, met nauwkeurigheden rond de 80 tot 85 procent. Dat is vaak jaren voordat klachten zichtbaar worden. Tegelijk roept dit voor mij wel vragen op; hoe betrouwbaar zijn zulke voorspellingen op individueel niveau en wat doen we met die kennis? Vroeg weten kan helpen bij preventie, maar kan ook onrust veroorzaken.

Muziek luisteren via een lolly


Een product dat tegelijk absurd en slim aanvoelt: een lolly die muziek afspeelt via botgeleiding. Lollipop Star stuurt trillingen via het kaakbot direct naar het binnenoor, terwijl je een fruitige smaak proeft. Je hoort muziek zonder oordopjes, simpelweg door een lolly in je mond. Het is geen wereldschokkende innovatie, maar wel een mooi voorbeeld van hoe bestaande technologie nieuwe vormen krijgt. De vraag is of dit een gimmick blijft of dat botgeleiding vaker opduikt in onverwachte, alledaagse producten.

Nagellak die van kleur verandert


Met iPolish wordt zelfs nagellak dynamisch. Het concept laat gebruikers digitaal van kleur wisselen zonder opnieuw te lakken. De technologie combineert een speciale toplaag met aansturing via een app, waardoor je nagels zich aanpassen aan je outfit of stemming. Praktisch gezien roept dat vragen op over duurzaamheid, kosten en dagelijks gebruik. Tegelijk past het in een bredere trend waarin mode en technologie steeds meer samenvallen. Flexibel en persoonlijk instelbaar.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

De ongemakkelijke waarheid over AI en leiderschap

De ongemakkelijke waarheid over AI en leiderschap

Ook deze maand mag ik weer met een aantal organisaties werken rondom AI. 

Ik zie dat het vaak wordt gepresenteerd als een versneller. In de praktijk zie ik iets anders gebeuren. Niet omdat de technologie tekortschiet, maar omdat ze genadeloos zichtbaar maakt waar organisaties al langer mee worstelen. AI versnelt niet alleen processen, maar ook onzekerheid over vakmanschap, sturing en leiderschap. Juist daarom schuurt het.

Wat me opvalt in gesprekken met leiders en teams, is hoe snel initiatief verschuift. Mensen die eerder aan de zijlijn stonden, bouwen nu in korte tijd prototypes, analyses en plannen. Dat brengt energie en creativiteit. Tegelijk schuift ervaring vaak pas laat aan. Het resultaat oogt overtuigend, maar mist soms stevigheid. Besluiten worden genomen op basis van werk dat technisch klopt, maar inhoudelijk nog niet is doorleefd. Organisaties die hier volwassen mee omgaan, laten ruimte voor verkenning, maar zorgen dat ervaring het laatste woord heeft. Niet om te vertragen, maar om richting te geven.

Diezelfde spanning zie ik terug in hoe AI wordt georganiseerd. Sommige bedrijven trekken alles naar het centrum uit angst voor risico’s. Andere laten iedereen vrij experimenteren in de hoop op versnelling. Beide bewegingen slaan door. Te veel controle smoort initiatief. Te veel vrijheid leidt tot versnippering en vermoeidheid. Wat overeind blijft, is de behoefte aan heldere kaders die beschermen waar het moet en ruimte laten waar het kan.

Ook het idee dat AI automatisch leidt tot plattere organisaties blijkt hardnekkig en misleidend. Formeel verdwijnen lagen, maar in de praktijk neemt de druk toe. Managers krijgen meer mensen onder zich, terwijl het werk complexer wordt en afstemming belangrijker. Zonder herontwerp van hoe werk loopt, ontstaat geen wendbaarheid maar overbelasting. AI werkt hier alleen als het administratieve ballast wegneemt, zodat leiders weer kunnen doen waar ze het verschil maken: richting geven, afwegen en verbinden.

Snelheid speelt in al deze gesprekken een hoofdrol. Iedereen wil vooruit. Tools zijn snel inzetbaar, maar organisaties veranderen niet op commando. Besluiten worden genomen, pilots gestart, maar de uitvoering stokt omdat processen, prikkels en gedrag niet meebewegen. Wat ontbreekt is vaak het besef dat sommige onderdelen juist vertraging nodig hebben. Reflectie, eigenaarschap en het uitdiepen van ideeën laten zich niet forceren. Wat te makkelijk ontstaat, wordt zelden gedragen.

Ten slotte zie ik hoe verandering wordt gestuurd. Soms met stevige top-down druk, soms met het idee dat het vanzelf wel groeit. In het eerste geval ontstaat compliance zonder overtuiging. In het tweede geval losse initiatieven zonder schaal. De beweging komt pas echt op gang wanneer leiders zelf zichtbaar leren, richting geven zonder dicht te regelen en succes niet afmeten aan gebruik, maar aan effect.

Wat deze spanningen gemeen hebben, is dat ze niet verdwijnen. AI dwingt leiders om expliciet te worden over keuzes die lang impliciet waren. Over kwaliteit. Over tempo. En over vertrouwen in mensen.

Organisaties die hier sterk uitkomen, zoeken geen definitieve antwoorden. Ze bouwen het vermogen om bij te sturen terwijl alles in beweging is. Ze zien spanning niet als iets dat opgelost moet worden, maar als een signaal dat richting geeft.

AI vraagt geen perfecte strategie. Het vraagt leiders die het ongemak durven verdragen en daar niet voor weglopen. Precies daar ontstaat vooruitgang.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Technologie neemt geen beslissingen, maar verandert wel wie ze neemt

Technologie neemt geen beslissingen, maar verandert wel wie ze neemt

In de jaren vijftig waarschuwde Herbert Simon, Nobelprijswinnaar en een van de grondleggers van besluitvormingstheorie, voor iets wat destijds futuristisch klonk. Hij stelde dat organisaties steeds vaker beslissingen zouden nemen op basis van systemen en modellen, niet alleen op basis van menselijk oordeel. Wat hem vooral bezighield was niet de technologie zelf, maar wat dat zou doen met verantwoordelijkheid. Wie neemt een besluit als het denkwerk elders plaatsvindt?

Die vraag voelt vandaag opvallend actueel.

Steeds meer AI-systemen doen aanbevelingen, prioriteren opties of handelen zelfs zelfstandig. Niet spectaculair, maar stil en efficiënt. Een algoritme dat sollicitaties voorselecteert. Een systeem dat bepaalt welke klant aandacht krijgt. Bovendien Een model dat een risico inschat en daarmee de richting van een besluit al vastlegt. Op papier neemt de leider nog steeds het besluit. In de praktijk is de keuze vaak al technisch voorgevormd.

Dat is geen probleem op zich. Het wordt pas spannend als we blijven doen alsof besluitvorming nog hetzelfde werkt als tien jaar geleden.

Veel beslissingen voelen menselijk, maar zijn dat steeds minder. Ze worden beïnvloed door datasets, aannames in modellen en optimalisaties die ooit logisch leken, maar zelden opnieuw ter discussie worden gesteld. De leider komt later in het proces binnen, vaak op het moment dat er nog maar weinig echte keuzevrijheid over is.

Wat hier gebeurt, is geen machtsgreep van technologie. Het is een verschuiving van het beslissingsmoment.

Een eenvoudig denkkader helpt dit te begrijpen: het verschil tussen keuze en kader. Leiders blijven keuzes maken, maar technologie bepaalt steeds vaker het kader waarbinnen die keuzes plaatsvinden. Wat zichtbaar is, wat meetelt, wat logisch voelt. Wie dat kader niet begrijpt of bevraagt, neemt formeel besluiten, maar stuurt inhoudelijk minder dan gedacht.

De positieve kant is duidelijk. Systemen kunnen patronen zien die mensen missen. Ze brengen consistentie, snelheid en schaal. Ze helpen om bias te verminderen en om complexe situaties hanteerbaar te maken. Veel organisaties zouden zonder deze ondersteuning simpelweg vastlopen.

De keerzijde is subtieler. Als het kader verschuift zonder expliciete aandacht, verschuift ook verantwoordelijkheid. Niet omdat leiders die willen afstaan, maar omdat ze zich verplaatsen naar een ander niveau. Van inhoud naar proces. Van afweging naar validatie. Dat voelt veilig, maar het is ook een verschraling van leiderschap.

Het risico zit niet in foute beslissingen, maar in onzichtbare aannames. Wie bepaalt welke data relevant is? Welke waarden zijn ingebouwd in optimalisaties? Wat gebeurt er als efficiëntie structureel zwaarder weegt dan menselijk oordeel? Dit zijn geen technische vragen. Dit zijn leiderschapsvragen.

Wat deze tijd vraagt, is geen afwijzing van technologie, maar hernieuwde aandacht voor waar besluiten echt ontstaan. Niet alleen aan het einde van de keten, maar aan het begin. Daar waar systemen worden ontworpen, gekozen en ingepast in organisaties.

Herbert Simon had gelijk, al kon hij de schaal niet voorzien. Technologie neemt geen beslissingen. Maar ze verandert wel wie ze neemt, en vooral wanneer dat gebeurt.

De vraag voor leiders is daarom niet of ze controle houden, maar of ze nog weten waar die controle begint en eindigt. Dat inzicht bepaalt of technologie een versterking wordt van leiderschap, of een stille verschuiving waar pas later woorden voor worden gevonden.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Workslop: als AI werk vergroot en samenwerking onder druk zet

Workslop: als AI werk vergroot en samenwerking onder druk zet

Ik merk de laatste tijd een specifiek patroon in werk dat ik ontvang. Bijna elke dag. Van klanten, medewerkers, zakenpartners… bijna iedereen. Het ziet er verzorgd uit, leest soepel en lijkt af. Toch blijft na het lezen een ongemakkelijk gevoel hangen: dit helpt me niet verder. Het voelt niet fout, maar leeg.

Dat gevoel blijkt opvallend goed te corresponderen met wat onderzoekers inmiddels “workslop” noemen. In recent onderzoek onder ruim duizend fulltime werknemers zegt 40% dat zij in de afgelopen maand AI-gegenereerd werk ontvingen dat professioneel oogt, maar inhoudelijk weinig bijdraagt. Respondenten schatten dat ongeveer 15% van alle werkcontent die zij ontvangen hieronder valt. Dat is geen randverschijnsel meer, dat is structureel.

Veel output, weinig effect

De impact zit vooral in wat erna komt. Gemiddeld kost het bijna twee uur om één geval van workslop te herstellen: herlezen, interpreteren, corrigeren, opnieuw maken. Omgerekend betekent dat een verborgen kostenpost van ongeveer 186 dollar per medewerker per maand. Voor een organisatie van 10.000 mensen loopt dat richting $9 miljoen per jaar aan verloren productiviteit. Tegelijk geeft 95% van de organisaties aan geen meetbare opbrengst te zien van hun investeringen in generatieve AI. Veel output, weinig effect.

Wat mij persoonlijk het meest raakt, zijn de relationele gevolgen. Meer dan de helft van de ontvangers voelt irritatie, ruim een derde verwarring en één op de vijf zelfs ergernis. Bijna de helft beoordeelt collega’s die workslop sturen als minder creatief, minder capabel of minder betrouwbaar. Een derde wil liever niet meer met die persoon samenwerken. Dat is geen soft sentiment, dat is schade aan samenwerking.

Het interessante is dat het onderzoek een duidelijk onderscheid laat zien in houding. Mensen die AI gebruiken om hun eigen denken te versterken, leveren aantoonbaar betere output dan mensen die AI gebruiken om denken te vermijden. Het probleem is dus niet AI, maar cognitieve uitbesteding zonder eigenaarschap.

Workslop is in mijn optiek geen technologische bijwerking, maar een kwaliteitscrisis die door AI zichtbaar en schaalbaar is geworden. Wie AI inzet zonder duidelijke normen, verplaatst werk in plaats van het te verminderen. Wie AI gebruikt als denkpartner, wint juist scherpte. De vraag is niet of we AI gebruiken. De vraag is of we nog herkennen wanneer werk echt iets bijdraagt.

admin

Jan Scheele werkt dertien jaar op het snijvlak van deep tech, strategie en leiderschap. Als keynote spreker en dagvoorzitter maakt hij technologie tastbaar voor boardrooms, directieteams en grote podia, zonder de complexiteit te versimpelen of te verbergen achter buzzwords.

Zijn achtergrond ligt in het bouwen. Als CEO van een technologie scale-up, oprichter van meerdere techbedrijven en organisator van meer dan vijftig TED-events wereldwijd zag hij van dichtbij hoe technologische keuzes doorwerken in strategie, governance en cultuur. Vanuit zijn betrokkenheid bij het World Economic Forum en de BCNL Foundation kijkt hij daarbij niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat bestuurlijk houdbaar en maatschappelijk wenselijk is.

Hij publiceerde vijf boeken, waarvan twee Amazon-bestsellers, en schrijft wekelijks over AI, blockchain en de organisatorische gevolgen van deep tech. Zijn blogs bereikten inmiddels meer dan twee miljoen lezers.

Mijn wekelijkse

Shot inspiratie

Elke week ontvangen 400+ mensen een shot deep-tech inspiratie. Ook ontvangen? Schrijf je hier rechts gratis in.

Ik spam nooit en gebruik het mailadres
alleen voor deze nieuwsbrief.

Copyright © 2026 Jan Scheele

Ook elke week een shot deeptech inspiratie?

Meld je aan om elk weekend een gratis shot inspiratie te ontvangen in de mailbox.

Ik spam nooit en gebruik het mailadres
alleen voor deze nieuwsbrief.

Paid Search Marketing
Search Engine Optimization
Email Marketing
Conversion Rate Optimization
Social Media Marketing
Google Shopping
Influencer Marketing
Amazon Shopping
Explore all solutions