Hoe ik voorkom dat AI mij dommer maakt: vijf regels die ik heilig verklaar


Angst, voor de eigen baan, voor de maatschappij… en het eigen brein. Toen ik de afgelopen week eens de meest gestelde vragen na mijn keynotes op een rij zette, sprong er één bovenuit: ‘is AI echt zo slecht voor je brein?’

Die vraag zegt in mijn optiek minder over technologie en meer over onze angst om denkvermogen kwijt te raken.

Ik zie bijna dagelijks hoe die angst wordt gevoed. Het MIT Media Lab-onderzoek ‘Your Brain on ChatGPT’ werd snel gebracht als “AI maakt je dom”. De werkelijkheid is in mijn optiek echt genuanceerder. Geen hersenschade, wel andere denkgewoonten: minder betrokkenheid, zwakker geheugen, minder eigenaarschap.

Dat patroon kennen we. Plato vreesde dat schrijven ons geheugen zou aantasten. Rekenmachines zouden ons dom maken. Smartphones onze aandacht vernietigen. Telkens bleek niet de technologie het probleem, maar hoe gedachteloos we haar gebruiken.

AI is anders omdat ze zo verleidelijk goed is in alles. Schrijven, samenvatten, analyseren, brainstormen. Daardoor ontstaat het risico van wat ik voor mezelf een AI-brein noem: niet minder intelligent, wel minder scherp. Minder frictie, minder worsteling, minder eigen perspectief.

Onderzoek bevestigt dat risico én de nuance. Scholieren die GPT zonder begeleiding gebruikten, scoorden later 17 procent lager. Tegelijkertijd laten studies van de The World Bank, Harvard University en Stanford University zien dat AI enorme leerwinst kan opleveren, mits ingezet als tutor en niet als antwoordenmachine.

Het verschil zit hem in mijn optiek dus niet in AI, maar in hoe je haar inzet. Dit zijn de regels die ik zelf hanteer om scherp te blijven:

1) Ik denk vóór ik prompt
Voordat ik AI open, schrijf ik eerst mijn eigen standpunt of vraag op. Soms rommelig, soms half. Pas daarna mag AI meedenken. Nooit andersom.

2) Ik schrijf altijd eerst zelf
Elke tekst begint zonder AI. Pas als er een volledige eerste versie staat, gebruik ik AI als redacteur, nooit als auteur.

3) Ik los niet alles meteen op
Als iets schuurt, laat ik het liggen. Geen snelle samenvatting, geen directe AI-oplossing. Ik dwing mezelf om langer in onzekerheid te blijven.

4) Ik kies bewust voor minder
Ik bepaal elke week twee of drie dingen die echt tellen. Ideeën die “wel leuk” zijn, laat ik liggen, ook als AI ze snel uitvoerbaar maakt.

5) Ik plan menselijke frictie in
Elke dag tijd zonder scherm. Elke week fysieke inspanning. Zo vaak mogelijk echte gesprekken in plaats van calls. Dit staat letterlijk in mijn agenda.

AI beschadigt je hersenen niet. Onbewust gebruik kan wel je denkgewoonten afvlakken. De echte vraag is dus niet wat AI met ons brein doet, maar welke delen van ons denken we vrijwillig uitbesteden.

Tags
What do you think?
Geef een reactie

Lees verder